Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Ezra
Hoofdstuk 4

Het boek Ezra gaat over gebeurtenissen in de periode 538-450 v.C.

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam, dan ziet u de betekenis)


1 En de benauwers van JudaJuda = lof en BenjaminBenjamin = zoon van de rechterzijde - gelukskind hoorden dat de zonen van de deportatie een tempel bouwen voor JAHWEH, Elohim van IsraŽlIsraŽl = strijder van God.
2 En zij kwamen dichtbij tot ZerubbabelZerubbabel = spruit uit Babel en tot de hoofden van de vaders en zij zeiden tot hen: "Wij zullen met jullie bouwen, want zoals jullie zoeken wij ernstig naar jullie Elohim en aan Hem offeren wij sinds de dagen van Esar-HaddonEsar-Haddon = Aschur heeft een broeder geschonken, koning van AssurAssur = vlakte, die ons hier deed opgaan."
3 En ZerubbabelZerubbabel = spruit uit Babel en JeshuaJeshua = JAH redt en de overige van de hoofden van de vaders van IsraŽlIsraŽl = strijder van God zeiden tot hen: "Het is niet aan jullie, maar aan ons, om een huis voor onze Elohim te bouwen, want alleen wij zullen bouwen voor JAHWEH, Elohim van IsraŽlIsraŽl = strijder van God, zoals CyrusCyrus - herder of zon, koning van PerziŽPerziŽ = zuiver of prachtig, ons instructie gaf."
4 En zo gebeurde het dat het volk van het land de handen terughield van het volk van JudaJuda = lof, en zij doen hen ophouden om te bouwen.
5 En zij huurden raadgevers tegen hen om hun beraadslaging te verbreken, alle dagen van CyrusCyrus - herder of zon, koning van PerziŽPerziŽ = zuiver of prachtig, tot aan de regering van DariusDarius = handhaver van het goede, koning van PerziŽPerziŽ = zuiver of prachtig.
6 En tijdens de regering van AhasverosAhasveros = sjah der sjahs, bij de aanvang van zijn regering, schreven zij een beschuldiging tegen de inwoners van JudaJuda = lof en JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter. 1 En het gebeurde in de dagen van Ahasveros, dat Ahasveros regeerde van India tot aan Kush, honderd en zeven en twintig provincies. (SW)[Esther 1:1]
7 En in de dagen van ArtachsastaArtachsasta = die een koninkrijk van Arta, rechtvaardigheid, heeft schreven BislamBislam = accoord, MitredatMitredat = geschenk van (de zonnegod) Mitras, TabeŽlTabeŽl = goed is God en de overige van zijn collegas naar ArtachsastaArtachsasta = die een koninkrijk van Arta, rechtvaardigheid, heeft, koning van PerziŽPerziŽ = zuiver of prachtig. En de schrift van het officiŽle bericht was geschreven in het Aramees en werd vertaald. In het Aramees:
8 RechumRechum = barmhartig, bezitter van een decreet, en SimsaiSimsai = zonnig, de schrijver, schreven een officiŽle brief tegen JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter aan ArtachsastaArtachsasta = die een koninkrijk van Arta, rechtvaardigheid, heeft, aldus:
9 "Toen RechumRechum = barmhartig, bezitter van een decreet, en SimsaiSimsai = zonnig, de schrijver, en de overige van hun collegas, de Dinaiten en de ambtenaren, de Tarpelieten, de Afarsieten, de Archevieten, de Babyloniers, de Susanieten, de Dehavieten, de Elamieten,
10 en de overige van de volksgroepen die de grote en buitengewone AsnapparAsnappar = gehoornde stier of doornstruik afgeschaft deporteerde, deed hij hen zitten in een stad van SamariaSamaria = waker en het overige aan de overkant van de rivier. En nu,
11 dit is een afschrift van de officiŽle brief die zij naar hem zonden: Aan ArtachsastaArtachsasta = die een koninkrijk van Arta, rechtvaardigheid, heeft, de koning: uw dienaren, mannen van de overkant van de rivier. En nu,
12 het zal bekend zijn bij de koning dat de JudeeŽrs die opkwamen van u naar ons, zijn aangekomen in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter, de opstandige en stinkende stad bouwend. En zij voltooiden de muren en zij repareerden de fundamenten.
13 Het zal nu bekend zijn aan de koning dat, zou deze stad gebouwd worden en de muren voltooid, zij het tribuut, de omzetbelasting en de tol niet zullen geven en de inkomsten van de koningen schade lijden.
14 Nu, aangezien wij het zout van het paleis gezouten hebben en het voor ons niet passend is de ontbloting van de koning waar te nemen, daarom zenden wij u en maken wij de koning bekend
15 dat hij na zal zoeken in de boekrol van memoranda van uw vaders. Dan zal u in de boekrol van memoranda vinden en zult u weten dat deze stad een opstandige stand is, schade veroorzakend aan de koningen en provincies. En zij maken in haar midden oproer sinds de dagen van de aion. Hierom werd deze stad woest gelegd.
16 Wij maken de koning bekend dat, zou deze stad gebouwd worden en zijn muren worden voltooid, met het oog hierop er voor u geen deel zal zijn aan de overkant van de rivier."
17 De koning zond de beschikking naar RechumRechum = barmhartig, bezitter van een decreet, en SimsaiSimsai = zonnig, de schrijver, en naar de overige van hun collegas die zaten in SamariaSamaria = waker en de overige aan de overkant van de rivier: "Vrede! En nu,
18 het officiŽle bericht jullie aan ons zonden, werd vertaald voor mij gelezen.
19 En van mij werd een decreet uitgevaardigd en men speurde na en men vond dat deze stad sinds de dagen van de aion zichzelf verhief tegen koningen en in zich opstand en oproer maakte.
20 Er waren krachtige koningen over JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter en autoriteiten over heel de overkant van de rivier, en aan hen werd tribuut, belasting en tol verleend,
21 Nu, vaardigm een decreet uit om deze machtige mannen halt te doen houden! En deze stad zal niet gebouwd worden tot er van mij het decreet wordt uitgevaardigd.
22 En weest gewaarschuwd tegen onachtzaamheid bij het doen er van! Waarom zal de schade groter worden, zodat het schade veroorzaakt aan de koningen?"
23 Toen, nadat het afschrift van het officiŽle bericht van ArtachsastaArtachsasta = die een koninkrijk van Arta, rechtvaardigheid, heeft, de koning, was gelezen voor RechumRechum = barmhartig en SimsaiSimsai = zonnig, de schrijver, en hun collegas, vertrokken zij geagiteerd naar JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter, naar de JudeeŽrs, en zij deden hen halthouden met arm en strijdmacht.
24 Toen hield het werk aan het huis van de Eloah, dat in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter is, halt. En het bleef gestopt tot aan het tweede jaar van de regering van DariusDarius = handhaver van het goede, koning van PerziŽPerziŽ = zuiver of prachtig.

Terug naar de indexpagina
Naar Ezra 5
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.