Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Ezra
Hoofdstuk 7

Het boek Ezra gaat over gebeurtenissen in de periode 538-450 v.C.

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam, dan ziet u de betekenis)


1 En na deze dingen, in de regering van ArtachsastaArtachsasta = die een koninkrijk van Arta, rechtvaardigheid, heeft, koning van PerziŽPerziŽ = prachtig, zuiver: EzraEzra = hulp (is God), zoon van SerajaSeraja = heerser is Jah, zoon van AzarjaAzarja = hulp is Jah, zoon van ChilkiaChilkia = mijn deel is Jah,
2 zoon van SallumSallum = vergelding, zoon van SadokSadok = rechtvaardig, zoon van AchitubAchitub = mijn broeder is goed,
3 zoon van AmarjaAmarja = gesproken heeft Jah, zoon van AzarjaAzarja = hulp is Jah, zoon van MerajotMerajot = opstandig,
4 zoon van ZerachjaZerachja = JAH verschijnt, zoon van UzziUzzi = mijn kracht is Jah, zoon van BukkiBukki = mond van Jah,
5 zoon van AbisuaAbisua = mijn vader is heil, zoon van PinechasPinechas = (egyptisch) de donkere huid - (hebreeuws) mond van brons, zoon van EleazarEleazar = God is hulp, zoon van AšronAšron = lichtbrenger, de hogepriester.
6 Deze EzraEzra = hulp (is God) ging op van BabelBabel = verwarring en hij was schrijver, snel in de wet van MozesMozes = doen vergeten, getrokken, uit het water halen, die JAHWEH, Elohim van IsraŽlIsraŽl = strijder van God, gaf. En de koning gaf aan hem naar de hand van JAHWEH, zijn Elohim, op hem elk dringend verzoek.
7 En enkele van de zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God gingen op, en van de priesters en van de Levieten en de zangers en de poortwachters en de NethinimNethinim = tempeldienaren, aan de Levieten en priesters toegewezen voor de dienst in het heiligdom , naar JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter, in het zevende jaar van ArtachsastaArtachsasta = die een koninkrijk van Arta, rechtvaardigheid, heeft, de koning.
8 En men kwam in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter in de vijfde maand die was in het zevende jaar van de koning.
9 Want in de eerste dag van de eerste maand legde hij het fundament voor de opgang uit BabelBabel = verwarring en in de eerste dag van de vijfde maand kwam hij tot JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter, naar de goede hand van zijn Elohim op hem.
10 Want EzraEzra = hulp (is God) bereidde zijn hart voor om de wet van JAHWEH te raadplegen, om die te doen en om in IsraŽlIsraŽl = strijder van God statuut en verordening te onderwijzen.
11 En dit was een afschrift van het officiŽle bericht dat koning ArtachsastaArtachsasta = die een koninkrijk van Arta, rechtvaardigheid, heeft gaf aan EzraEzra = hulp (is God), de priester, de schrijver, de schrijver inzake de instructies van JAHWEH en Zijn statuten voor IsraŽlIsraŽl = strijder van God.
12 "ArtachsastaArtachsasta = die een koninkrijk van Arta, rechtvaardigheid, heeft, koning van de koningen, aan EzraEzra = hulp (is God), de priester, schrijver van het edict van de Eloah van de hemelen. Volkomen vrede! En nu,
13 van mij wordt een decreet uitgevaardigd dat elk in mijn koninkrijk die gewillig is uit het volk van IsraŽlIsraŽl = strijder van God en hun priesters en de Levieten, om met jou naar JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter te gaan, hij zal gaan, En jij zal weten en jij zal verstand hebben. Van het uitgaan van het woord om terug te keren en om Jeruzalem te bouwen, tot aan een gezalfde bestuurder zijn zeven zevens en tweeŽnzestig zevens. Men zal terugkeren en hij zal gebouwd worden, het plein en het in het oog springende en in de druk van de tijden. (SW)[Dan. 9:25]
14 aangezien jij gezonden wordt van voor de koning en zeven van zijn raadgevers, om na te speuren in JudaJuda = lof en in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter naar het edict van jouw Eloah, dat in jouw hand is,
15 en om het zilver en goud over te brengen dat de koning en zijn raadgevers vrijwillig offeren aan de Eloah van IsraŽlIsraŽl = strijder van God, wiens verblijfplaats in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter is,
16 met al het zilver en goud dat jij zal vinden in heel de provincie van BabelBabel = verwarring, met het vrijwillige offeren dat het volk en de priesters vrijwillig geven aan het huis van hun Eloah, dat in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter is.
17 Daarom zal jij alles meteen kopen met dit zilver: stieren, rammen, lammeren en hun erkenningsoffers en hun plengoffers, en jij zal ze doen naderen op het altaar dat in het huis van jouw Eloah is, dat in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter is.
18 En wat goed schijnt voor jou en voor jouw broeders om te doen met het overige van het zilver en het goud, zullen jullie doen naar de beslissing van jullie Eloah.
19 En de vaten die jou verleend worden voor de dienst in het huis van jouw Eloah, lever die af voor de Eloah van JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter.
20 En de overige van de benodigdheden van het huis van jouw Eloah, dat jou toevalt om te geven, zal jij geven uit het huis van de bewaarplaatsen van de koning.
21 En van mij, ArtachsastaArtachsasta = die een koninkrijk van Arta, rechtvaardigheid, heeft, de koning, werd een decreet uitgevaardigd aan alle schatmeesters die aan de overkant van de rivier zijn, dat al wat EzraEzra = hulp (is God), de priester, schrijver van het edict van de Eloah van de hemelen, jullie zal vragen, meteen gedaan wordt,
22 tot aan honderd talenten zilver en tot aan honderd koreen kor is een inhoudsmaat van 450 liter tarwe en tot aan honderd batbat = inhoudsmaat ongeveer 40 liter schuimende wijn en tot aan honderd batbat = inhoudsmaat ongeveer 40 liter olie, en zout zonder voorgeschreven limiet.
23 Al wat komt van het decreet van de Eloah van de hemelen zal nauwgezet gedaan worden voor het huis van de Eloah van de hemelen, want waarom zal er driftigheid komen over het koninkrijk van de koning en zijn zonen?
24 En aan jullie maken wij bekend dat al de priesters en de Levieten, de muzikanten, de poortwachters, de NethinimNethinim = tempeldienaren, aan de Levieten en priesters toegewezen voor de dienst in het heiligdom en die het huis van de Eloah dienen, over dezen is geen autoriteit om deze tribuut en de belasting en de tol te heffen.
25 En jij, EzraEzra = hulp (is God), naar de wijsheid van jouw Eloah die in jouw hand is, stel rechters en berechters aan, opdat zij heel het volk berechten dat aan de overkant van de rivier is, over allen die de edicten van jouw Eloah kennen, en aan die ze niet kennen zullen jullie ze bekend maken.
26 En een ieder die niet het edict van jouw Eloah zal houden en het edict van de koning, zal meteen berechting gedaan worden, hetzij ter dood, hetzij verbanning, of tot een boete van middelen of tot boeien.
27 Gezegend zij JAHWEH, Elohim van onze vaders, Die zoals dit in het hart van de koning gaf om het huis van JAHWEH prachtig te maken dat in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter is.
28 En aan mij strekte Hij vriendelijkheid uit voor het aangezicht van de koning en zijn raadgevers en alle oversten van de koning, de machtige mannen. En ik vatte moed toen de hand van JAHWEH, mijn Elohim, op mij was. En ik riep de hoofden van IsraŽlIsraŽl = strijder van God bijeen om met mij op te gaan."

Terug naar de indexpagina
Naar Ezra 8
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.