Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Ezra
Hoofdstuk 9

Het boek Ezra gaat over gebeurtenissen in de periode 538-450 v.C.

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam, dan ziet u de betekenis)


1 En na het beŽindigen van deze dingen kwamen de oversten naar mij toe, zeggend: "Het volk van IsraŽlIsraŽl = strijder van God en de priesters en de Levieten houden zich niet gescheiden van de volken van de landen, naar hun afschuwelijkheden, die van de Kanašnieten, de Hethieten, de Perizzieten, de Jebusieten, de Ammonieten, de Moabieten, de Egyptenaren en de Amorieten.
2 Want zij verkregen van hen dochters voor zichzelf en voor hun zonen, en zij mengden het zaad van de heiligheid met de volken van de landen. En de hand van de oversten en de bestuurders was de eerste in deze krenking."
3 En toen ik deze zaak hoorde, scheurde ik mijn kledingstuk en mijn staatsiegewaad en ik trok iets van het haar van mijn hoofd en mijn baard, en ik zat troosteloos gemaakt neer.
4 En allen die beven bij de woorden van de Elohim van IsraŽlIsraŽl = strijder van God verzamelden zich bij mij vanwege de krenking van de deportatie, en ik zat, troosteloos gemaakt zijnde, tot aan het erkenningsoffer van de avond.
5 En bij het erkenningsoffer van de avond stond ik op van mijn verootmoediging en in mijn gescheurde kledingstuk en mijn staatsiegewaad boog ik mij neer op mijn knieŽn en spreidde ik mijn handpalmen uit naar JAHWEH, mijn Elohim.
6 En ik zei: "Mijn Elohim, ik schaam mij en ik ben rood van schaamte om mijn aangezicht op te heffen naar U, mijn Elohim, want onze verdorvenheden zijn vele, tot boven ons hoofd, en onze schuld is groot, tot aan de hemelen.
7 Sinds de dagen van onze vaders zijn we in grote schuld, tot aan deze dag. En door onze verdorvenheden werden wij en onze koningen en onze priesters gegeven in de hand van de koningen van de landen, door het zwaard, in krijgsgevangenschap en met plundering en met beschaamde gezichten, zoals deze dag.
8 En nu, voor een kort moment, kwam de genade van JAHWEH, onze Elohim, om voor ons een overblijfsel voor verlossing te doen overblijven en om ons een pin te geven in plaats van Zijn heiligheid, om onze ogen te verlichten, Elohim van ons, en om ons een kleine herleving te geven in onze dienstbaarheid.
9 Want wij zijn dienaren en in onze dienstbaarheid verliet onze Elohim ons niet en Hij strekte vriendelijkheid uit over ons voor het aangezicht van koningen van PerziŽPerziŽ = zuiver, prachtig, ons een herleving gevend om het huis van onze Elohim te doen herrijzen en om zijn verlaten plaatsen stevig te doen staan en om aan ons een ommuring te geven in JudaJuda = lof en in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter.
10 En nu, Elohim van ons, wat zullen wij na dit zeggen, want wij verlieten Uw instructies,
11 die U ter instructie gaf door de hand van Uw dienaren, de profeten, zeggend: Het land dat jullie binnen gaan om haar te pachten, is een land van onzuiverheid. Dat kwam door de onzuiverheid van de volken van de landen in hun afschuwelijkheden waarmee zij het vulden van grens tot grens met hun onreinheid.
12 En nu, het moet niet zo zijn dat jullie je dochters geven aan hun zonen en het moet niet zo zijn dat jullie hun dochters verkrijgen voor jullie zonen, en jullie zullen niet ernstig zoeken naar hun welzijn en hun goedheid, tot aan de aion, opdat jullie standvastig zullen zijn en jullie het goede van het land eten en jullie het achterlaten als pachtbezit voor jullie zonen, tot aan de aion.
13 En na al wat over ons is gekomen vanwege onze kwade daden en door onze grote schuld - maar U, onze Elohim, hield ons terug, dat wij niet onder gingen aan onze verdorvenheid, en U gaf aan ons ontkoming, als deze -
14 zullen wij terugkeren om Uw instructies te niet te doen en ons verzwageren met de volken van deze afschuwelijkheden? Bent U niet boos op ons en maakt U er een einde aan, tot er geen overblijfsel en ontkoming is?
15 JAHWEH, Elohim van IsraŽlIsraŽl = strijder van God, U bent rechtvaardig, want wij bleven over, een ontkoming als deze dag. Aanschouw ons voor Uw aangezicht in onze schuld, want er is niemand die voor Uw aangezicht kan staan vanwege dit."

Terug naar de indexpagina
Naar Ezra 10
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.