Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Nehemia
Hoofdstuk 3

Het boek Nehemia betreft de periode 445-430 v.Chr.

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam, dan ziet u de betekenis)


1 En EljasibEljasib = God herstelt, de hogepriester, en zijn broeders, de priesters, stonden op en zij bouwden de poort van het kleinvee. Zij heiligden hem en zij installeerden zijn deuren, en tot aan de toren van de Honderd heiligden zij hem, tot aan de Chananeltoren.
2 En aan zijn kant bouwden de mannen van JerichoJericho = palmenstad of maanstad, en aan zijn kant bouwde ZakkurZakkur = bewaard (in Gods herinnering), zoon van ImriImri = JAH spreekt.
3 En de zonen van SenańSenań = de gehatene, of doornheg bouwden de Vissenpoort, zij zelf legden zijn dakspanten en zij installeerden zijn deuren, zijn klinken en zijn dwarsbalken.
4 En aan hun kant repareerde MeremotMeremot = (de god) Mot heeft gezegend, zoon van UriaUria = mijn licht is Jah, zoon van HakkosHakkos = doorn, en aan hun kant repareerde MesullamMesullam = vertrouweling (van God), zoon van BerechjaBerechja = zegen van Jah, zoon van MesezabelMesezabel = redding van God, en aan hun kant repareerde SadokSadok = rechtvaardig, zoon van BańnaBańna = in bezoeking,
5 en aan hun kant repareerden de Teko´eten; maar hun edelen brachten hun hals niet in dienst van hun Heer.
6 En de Heel Oude Poort repareerden JojadaJojada = JAH kent, zoon van PaseachPaseach = kreupel, en MesullamMesullam = vertrouweling (van God), zoon van BesodjaBesodja = vertrouweling van Jah; zij legden zelf zijn dakspanten en zij installeerden zijn deuren en zijn klinken en zijn dwarsbalken.
7 En aan hun kant repareerden MelatjaMelatja = verlost heeft Jah, de Gibeoniet, en JadonJadon = rechter, de Meronotiet, mannen van GibeonGibeon = hoogte en MispaMispa = wacht- of uitkijktoren, die hoorden bij de troon van de gouverneur van de overkant van de rivier.
8 Aan zijn kant repareerde UzziŰlUzziŰl = mijn kracht is God, zoon van CharhajaCharhaja = bescherming is Jah, die edelsmid was; en aan zijn kant repareerde ChananjaChananja = genadig is Jah, zoon van de zalfmenger, en zij maakten de muur van JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter vrij tot aan de brede muur.
9 En aan hun kant repareerde RefajaRefaja = arts is Jah, zoon van ChurChur = vrij, edel, overste van de helft van het tracÚ van JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter.
10 En aan hun kant repareerde JedajaJedaja = looft Jah, zoon van CharumafCharumaf = met gespleten neus, tegenover zijn huis; en aan zijn kant repareerde ChattusChattus = verzameld, zoon van ChasabnejaChasabneja = een vriend is Jah.
11 MalkiaMalkia = mijn koning is Jah, zoon van CharimCharim = met gespleten neus, repareerde een tweede afgemeten sectie, met ChassubChassub = bezorgd, zoon van Pachat-MoabPachat-Moab = stadhouder van Moab (als naam, niet als functie), en de Toren van de Bakovens.
12 En aan zijn kant repareerde SallumSallum = vrede is Jah, zoon van HallochesHalloches = de bezweerder, overste van de helft van het tracÚ van JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter, hij en zijn dochters.
13 ChanunChanun = favoriet repareerde de Ravijnpoort, met de inwoners van ZanoahZanoah = wegwerpen; zij bouwden hem zelf en zij installeerden zijn deuren, zijn klinken en zijn dwarsbalken, en duizend ellen van de muur, tot aan de poort van de ashoop.
14 En MalkiaMalkia = mijn koning is Jah, zoon van RechabRechab = wagenvoerder, overste van het tracÚ van Bet-HakkeremBet-Hakkerem = huis van de wijngaard, hij bouwde zelf de poort van de ashoop en hij installeert zijn deuren, zijn klinken en zijn dwarsbalken.
15 En SallunSallun = ???, zoon van KolchozeKolchoze = alles-ziener, overste van het tracÚ van MispaMispa = wacht- of uitkijktoren, repareerde de poort van de bron; hij bouwde hem zelf en hij voorzag hem van een dak, en hij installeerde zijn deuren, zijn klinken en zijn dwarsbalken en de muur van het reservoir van SelachSelach = uitzending, uitstroming, (water-)leiding van de tuin van de koning, tot aan de trappen die afdalen vanaf de stad van DavidDavid = lieveling.
16 Achter hem repareerde NechemjaNechemja (Nehemia) = JAHWEH vertroost, zoon van AzbukAzbuk = hevigen vernieling, overste van de helft van het tracÚ van Bet-SurBet-Sur = huis van de rots, tot aan tegenover de graven van DavidDavid = lieveling en tot aan het gemaakte reservoir en tot aan het huis van de machtige mannen.
17 Achter hem repareerden de Levieten, RechumRechum = barmhartig, zoon van BaniBani = (Jah) bouwt, en aan zijn kant repareerde ChasabjaChasabja = Jah houdt rekening met mij, overste van de helft van het tracÚ van Ke´laKe´la = burcht, voor zijn tracÚ.
18 Achter hem repareerden zijn broeders: BawwaiBawwai = ???, zoon van ChenadadChenadad = gunst van Hadad , overste van de helft van het tracÚ van Ke´laKe´la = burcht,
19 en aan zijn kant repareerde EzerEzer = hulp, zoon van JeshuaJeshua = JAH redt, overste van de MispaMispa = wacht- of uitkijktoren, een tweede afgemeten sectie tegenover de opgang van het wapendepot, bij de uitgehakte hoek.
20 Achter hem wedijverde en repareerde BaruchBaruch = gezegend, zoon van ZabbaiZabbai = zuiver, een tweede afgemeten sectie vanaf de uitgehakte hoek tot aan het portaal van het huis van EljasibEljasib = God herstelt, de hogepriester.
21 Achter hem repareerde MeremotMeremot = (de god) Mot heeft gezegend, zoon van UriahUriah = mijn licht is Jah, zoon van HakkosHakkos = doorn , een tweede afgemeten sectie vanaf het huis van EljasibEljasib = God herstelt en tot aan de grenslijn van het huis van EljasibEljasib = God herstelt.
22 En achter hem repareerden de priesters, mannen van het omliggende gebied.
23 Achter hem repareerden BenjaminBenjamin = zoon van de rechterzijde, gelukskind en ChassubChassub = bezorgd tegenover hun huis. Achter hen repareerde AzarjaAzarja = hulp is Jah, zoon van MańsejaMańseja = werk van Jah, zoon van AnanjaAnanja = God heeft begenadigd, naast zijn huis.
24 Achter hem repareerde Binnu´Binnu´ = familie, zoon van ChenadadChenadad = genadig is Hadad een tweede afgemeten sectie, vanaf het huis van AzarjaAzarja = hulp is Jah tot de uitgehakte hoek en tot aan de hoek.
25 PalalPalal = (Jah) heeft beslist, zoon van UzaiUzai = ik zal mijn sprenkelingen hebben, repareerde van tegenover de uitgehakte hoek en de bovenste toren die uitstak vanaf het huis van de koning, die hoorde bij de hof van de gevangenis. Achter hem PedajaPedaja = JAH heeft losgekocht, zoon van ParosParos = springer, vlo.
26 En de NethinimNethinim = tempeldienaren, aan de Levieten en priesters toegewezen voor de dienst in het heiligdom, zij woonden in de OfelOfel = uitwas, heuvel (zuidelijk deel van de heuvel waarop het paleis in Jeruzalem stond) tot aan de Waterpoort, naar het oosten, en de uitstekende toren.
27 Achter hen repareerden de Teko´ten een tweede afgemeten sectie, van tegenover de grote, uitstekende toren tot aan de muur van de OfelOfel = uitwas, heuevel (zuidelijk deel van de heuvel waarop het paleis in Jeruzalem stond).
28 Vanaf de Paardenpoort repareerden de priesters, elk tegenover zijn huis.
29 Achter hen repareerde SadokSadok = recntvaardig, zoon van ImmerImmer = lam, schaap, tegenover zijn huis. En achter hem repareerde SemajaSemaja = gehoord heeft Jah, zoon van SechanjaSechanja = (in de tempel) intrek genomen heeft Jah, bewaker van de Oostpoort.
30 Achter hem repareerden ChananjaChananja = genadig is Jah, zoon van SelemjaSelemja = vrede is Jah en ChanunChanun = favoriet, zesde zoon van SalafSalaf = (aramees) geslagen (heeft God), een tweede afgemeten sectie. Achter hem repareerde MesullamMesullam = vertrouweling (van God), zoon van BerechjaBerechja = zegen van Jah, tegenover zijn ruimte.
31 Achter hem repareerde MalkiaMalkia = mijn koning is Jah, zoon van de edelsmid, tot aan het huis van de NethinimNethinim = tempeldienaren, aan de Levieten en priesters toegewezen voor de dienst in het heiligdom , en die handel dreven tegenover de poort van het toezicht en tot aan het bovenvertrek van de hoek.
32 En tussen het bovenvertrek van de hoek tot de poort van het kleinvee repareerden de edelsmeden en die handel dreven.

Terug naar de indexpagina
Naar Nehemia 4
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.