Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Deuteronomium
Hoofdstuk 21

   
(Ga met de muis op een naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de betekenis of tekst)

1 "Wanneer een dodelijk slachtoffer wordt gevonden op de grond die JAHWEH, jouw Elohim, aan jou geeft, om die te pachten, gevallen in het veld, en het is niet bekend wie hem neersloeg,
2 dan gaan jouw oudsten en jouw rechters uit en zij meten tot aan de steden die rondom het dodelijk slachtoffer zijn.
3 En het is van de stad die het meest nabij is aan het dodelijk slachtoffer, dat de oudsten van die stad een vaars van het grootvee nemen die nog niet heeft gediend en die niet in een juk heeft getrokken.
4 En de oudsten van die stad brengen de vaars naar een welgevestigd waterloopdal, dat niet wordt gediend en niet wordt gezaaid, en zij breken daar de nek van de vaars in het waterloopdal.
5 En de priesters, zonen van LeviLevi = aanhankelijk, aanhanger, komen dichtbij, want hen koos JAHWEH, jouw Elohim, om voor Hem dienst te verrichten en om te zegenen in de naam van JAHWEH; en op hun mond zal elke twist en elk delict geregeld worden.
6 En alle oudsten van die stad, zij die naderden tot het dodelijk slachtoffer, zullen hun handen wassen over de vaars waarvan de nek werd gebroken in de waterloop. Pilatus nu, waarnemend* dat hij geen vooruitgang boekte, maar er veeleer een tumult ontstond, wast*, water nemend*, de handen voor de ogen van de menigte, zeggend: Ik ben onschuldig aan het bloed van deze. Jullie zullen het zien. (SW)[Matt. 27:24]
7 En zij antwoorden en zij zeggen: Onze handen hebben dit bloed niet vergoten en onze ogen hebben het niet gezien.
8 Maak een beschutting voor Uw volk IsraŽlIsraŽl = strijder van God, dat U, JAHWEH, vrijkocht. Het moet niet zo zijn dat U onschuldig bloed geeft in het midden van Uw volk IsraŽlIsraŽl = strijder van God. En voor hen wordt een beschutting gemaakt vanwege het bloed.
9 En jij, jij zal het onschuldige bloed uitnemen uit jouw midden, want jij doet het rechte in de ogen van JAHWEH.
10 Wanneer jij uitgaat voor de strijd tegen jouw vijanden, dan geeft JAHWEH, jouw Elohim, hem in jouw hand en neem jij zijn krijgsgevangene krijgsgevangen.
11 En zie jij onder de krijgsgevangenen een vrouw, heel mooi van gestalte, en jij raakt aan haar gehecht en jij neemt haar voor jouzelf tot vrouw,
12 dan breng jij haar naar het midden van jouw huis en zij scheert haar hoofd kaal en zij doet haar nagels.
13 Dan zal zij het kledingstuk van van haar krijgsgevangenschap van haar af doen en zij woont in jouw huis. En zij huilt over haar vader en haar moeder een maand van dagen en daarna zal jij tot haar komen en jij bezit haar en zij is voor jouw tot vrouw.
14 En het gebeurt dat als jij geen behagen in haar hebt, jij haar zal heenzenden naar haar zielsverlangen. Jij zal haar zeker niet verkopen tegen zilver; jij zal van haar geen onroerend goed maken, omdat jij haar vernederd hebt.
15 Wanneer het gebeurt dat een man twee vrouwen heeft, de een geliefd zijnde en de ander niet geliefd zijnde, en zij baren voor hem zonen, de geliefde en de niet geliefde, en de zoon van de niet geliefde is de eerstgeborene,
16 dan gebeurt het in de dag als hij lotbezit van wat van hem is aan zijn zonen geeft, dat hij niet in staat zal zijn het eerstgeborenenrecht te geven aan de zoon van de geliefde voor het aangezicht van de zoon van de niet geliefde, de eerstgeborene.
17 Want hij zal de eerstgeborene, de zoon van de niet geliefde, erkennen, hem een dubbel deel gevend van alles wat van hem gevonden wordt, want hij is het begin van zijn viriliteit, voor hem is het gebruikelijk recht van de eerstgeborene. Het geschiedde nu, als zij overgekomen waren, dat Elia zeide tot Elisa: Begeer wat ik u doen zal, eer ik van bij u weggenomen worde. En Elisa zeide: Dat toch twee delen van uw geest op mij zijn! (SV)[2Kon. 2:9]
18 Wanneer het gebeurt dat de zoon van een man koppig is en rebellerend, en hij niet luistert naar de stem van zijn vader en naar de stem van zijn moeder, en zij hem disciplineren, maar hij luistert niet naar hen,
19 dan grijpen zijn vader en zijn moeder hem vast, en zij doen hem uitgaan naar de oudsten van zijn stad en naar de poort van zijn plaats.
20 En zij zeggen tot de oudsten van zijn stad: Deze zoon van ons is koppig en rebellerend. Hij luistert niet naar onze stem. Hij is een veelvraat en bedrinkt zich.
21 Dan bekogelen alle mannen van zijn stad hem met stenen en hij sterft. En jij neemt het kwaad uit vanuit jouw midden. En heel IsraŽlIsraŽl = strijder van God zal horen en zij zullen vrezen.
22 En indien er in een man een zonde is, met een oordeel van dood, dan wordt hij ter dood gebracht en hang jij hem op aan een boom.
23 Zijn karkas zal niet op de boom overnachten, want jij zal hem zeker in die dag begraven, want de vloekuitspreking van Elohim is op de opgehangene. En jij zal jouw grond, die JAHWEH, jouw Elohim, als lotbezit aan jou geeft, niet verontreinigen. De Joden dan, omdat het voorbereiding was, opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven tijdens de sabbat, want de dag van die įsabbat was groot, vragen* zij įPilatus dat zij hen de benen zouden breken* en zij weggenomen* zullen worden. (SW)[Joh. 19:31]

Terug naar de indexpagina
Naar Deuteronomium 22
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.