Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Ezechiël
Het boek Ezechiël is waarschijnlijk geschreven
tussen 593 en 565 voor Christus,
tijdens de Babylonische ballingschap van de Joden.

Hoofdstuk 11

   
(Ga met de muis op een versverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam dan ziet u de betekenis)


1 En de geest hief mij op en bracht mij naar de oostelijke poort van het huis van JAHWEH, die oostwaarts gekeerd is, en aanschouw, in het portaal van de poort waren vijf en twintig mannen. En ik zag in hun midden JaäzanjaJaäzanja = JAH hoort, zoon van AzzurAzzur = hij die te hulp komt, en PelatjaPelatja = bevrijd door JAH, zoon van BenajaBenaja = gebouwd heeft JAH, oversten van het volk.
2 En Hij zei tot mij: Zoon van de mens, dezen zijn de mannen die wetteloosheid bedenken en die kwade raadgeving raadgeven in deze stad,
3 die zeggen: Is het niet nabij om huizen te bouwen? Zij is de pot en wij zijn het vlees.
4 Daarom, profeteer tegen hen! Profeteer, zoon van de mens!
5 En op mij viel geest van JAHWEH. En Hij zei tot mij: Zeg, zo zegt JAHWEH, zo zeggen jullie, huis van IsraëlIsraël = strijder van God. En de in jullie geest opkomende gedachten, Ik weet ze!
6 Jij vermeerdert jullie gesneuvelden in deze stad en jullie vullen haar straten met de gesneuvelde.
7 Daarom, zo zegt mijn Heer JAHWEH, jullie gesneuvelden, die jullie in haar midden plaatsen, zij zijn het vlees en zij is de pot. En jullie doet Hij uitgaan uit haar midden.
8 Jullie vrezen het zwaard en een zwaard zal Ik over jullie brengen, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk.
9 En Ik zal jullie doen uitgaan uit haar midden en Ik zal jullie geven in de hand van vreemden en Ik zal oordelen over jullie brengen.
10 In het zwaard zullen jullie vallen. Op de grens van IsraëlIsraël = strijder van God zal Ik jullie oordelen en jullie zullen weten dat Ik JAHWEH ben.
11 Het zal voor jullie niet tot pot worden, noch zullen jullie in haar midden tot vlees worden. Op de grens van IsraëlIsraël = strijder van God zal Ik jullie oordelen.
12 En jullie zullen weten dat Ik JAHWEH ben, want jullie gaan niet in Mijn statuten. En jullie doen Mijn verordeningen niet, maar jullie doen naar de verordeningen van de naties die rondom jullie zijn.
13 En het gebeurde naar mijn profeteren. En PelatjaPelatja = bevrijd door JAH, zoon van BenajaBenaja = gebouwd heeft JAH, sterft. En ik viel op mijn aangezicht en ik schreeuwde met een grote stem, en ik zei: Ach, mijn Heer JAHWEH, maakt U een beëindiging aan het overblijfsel van IsraëlIsraël = strijder van God?
14 En het woord van JAHWEH kwam tot mij, zeggend:
15 Zoon van de mens, jouw broeders, jouw broeders, mannen van jouw loskoping, en heel het huis van IsraëlIsraël = strijder van God, alles van hem, zeggen tot hen, inwoners van JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter: Gaat ver van JAHWEH. Het land werd aan ons in pachtbezit gegeven.
16 Zeg daarom: Zo zegt mijn Heer JAHWEH: Hoewel Ik hen ver in de naties verwijderde en hoewel Ik hen verstrooide in de landen, Ik zal voor hen korte tijd tot een heiligdom worden in de landen waarin zij zijn gekomen.
17 Zeg daarom: Zo zegt mijn Heer JAHWEH: Ik zal jullie bijeen roepen uit de volken en Ik verzamel jullie uit de landen waarin jullie verstrooid werden en Ik geef aan jullie de grond van Israël.
18 En zij zullen daarheen komen en al haar gruwelen wegnemen en al haar afschuwelijkheden van haar.
19 En Ik zal aan hen é é n hart geven en Ik zal in jullie binnenste een nieuwe geest geven. En Ik zal het stenen hart wegnemen uit hun vlees en Ik zal aan hen een hart van vlees geven,
20 opdat zij in Mijn statuten zullen gaan en zij Mijn verordeningen in acht zullen nemen en ze doen. En zij zullen voor Mij tot volk worden en Ik zal voor hen tot Elohim zijn. En Ik wandel in jullie midden en Ik word voor jullie tot Elohim en jullie, jullie zullen Mij tot volk zijn (SW) [Lev. 26:12]
21 En voor hen van wie het hart uitgaat naar hun gruwelen en hun afschuwelijkheden, hun weg zal Ik op hun hoofd geven, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk.
22 En de cherubs hieven hun vleugels op, met de wielen die met hen waren, en de heerlijkheid van de Elohim van IsraëlIsraël = strijder van God was boven hen.
23 En de heerlijkheid van JAHWEH ging op vanaf het midden van de stad en stond boven de berg die ten oosten van de stad is. 2 En aanschouw!, de heerlijkheid van de Elohim van Israël kwam van de weg van het oosten en Zijn geluid was als het geluid van vele wateren. En de aarde lichtte op door Zijn heerlijkheid. 3 En de verschijning was als de verschijning die ik zag, zals de verschijning die ik zag toen ik kwam om de stad te ruïneren, en de verschijningen waren als de verschijning die ik zag bij de rivier Kebar. En ik viel op mijn aangezicht. 4 En de heerlijkheid van JAHWEH kwam tot het huis via de weg van de poort die uitziet op de weg van het oosten. 5 En de geest hief mij op en bracht mij naar de binnenste hof. En aanschouw!, de heerlijkheid van JAHWEH vulde het huis. (SW)[Eze. 43:2-5]
24 En de geest hief mij op en bracht mij naar ChaldeaChaldea = kluitenbrekers, naar de deportatie, in een verschijning, door de geest van Elohim. En de verschijning die ik zag ging van mij op.
25 En ik sprak tot de deportatie alle woorden van JAHWEH die Hij mij deed zien.

Terug naar de indexpagina
Naar Ezechiël 12
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.