Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
EzechiŽl
Het boek EzechiŽl is waarschijnlijk geschreven
tussen 593 en 565 voor Christus,
tijdens de Babylonische ballingschap van de Joden.

Hoofdstuk 3

   
(Ga met de muis op een versverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam dan ziet u de betekenis)


1 En Hij zei tot mij: Zoon van de mens, eet wat je vindt! Eet deze rol en ga! Spreek tot het huis van IsraŽlIsraŽl = strijder van God!
2 En ik opende mijn mond en Hij deed mij deze rol eten.
3 En Hij zei tot mij: Zoon van de mens, jij zal jouw buik voeden en jouw inwendige delen zal jij vullen met deze rol die Ik aan jou geef. En ik at en het was in mijn mond als honing, vanwege de zoetigheid. 9 En ik ging* naar de boodschapper, tot hem zeggend mij het kleine rolletje te geven* en hij zegt tot mij: Neem* en verslind* het en het zal jouw *buik bitter maken, maar in jouw įmond zal het zoet zijn als honing.
10 En ik nam* het kleine rolletje uit de hand van de boodschapper en ik verslond* het en het was in mijn įmond zoet als honing en toen ik het at* werd mijn įbuik bitter gemaakt. (SW)
[Openb. 10:9,10]

4 En Hij zei tot mij: Zoon van de mens, ga! Kom tot het huis van IsraŽlIsraŽl = strijder van God en spreek met Mijn woorden tot hen.
5 Want niet tot een volk diep van taal en zwaar van tongval ben jij gezonden, maar tot het huis van IsraŽlIsraŽl = strijder van God,
6 niet tot vele volken, diep van taal en zwaar van tongval, wier woorden jij niet kan verstaan. Indien ik jou tot hen had gezonden, zouden zij naar jou luisteren.
7 Maar het huis van IsraŽlIsraŽl = strijder van God wil niet naar jou luisteren, want er is onder hen niemand gewillig om naar Mij te luisteren. Want heel het huis van IsraŽlIsraŽl = strijder van God is ontoegevend van voorhoofd en zij zijn halsstarrigen van hart.
8 Aanschouw, Ik maak jouw aangezicht standvastig, overeenstemmend met hun aangezichten, en jouw voorhoofd ontoegevend, overeenstemmend met hun voorhoofd.
9 Als korundKorund is een mineraal dat chemisch gezien de kristallijne vorm van aluminiumoxide is, ontoegevender dan rotsgesteente, maak Ik jouw voorhoofd. Jij zal hen niet vrezen en jij zal door hun aangezicht niet ontsteld zijn, want zij zijn een huis van rebellie.
10 En Hij zei tot mij: Zoon van de mens: Alle woorden die Ik tot jou sprak, neem die in jouw hart en hoor die in jouw oren!
11 En ga! Kom tot de deportatie, tot de zonen van jouw volk en spreek tot hen. En jij zegt tot hen: Zo zegt mijn Heer JAHWEH!, hetzij zij luisteren en hetzij zij nalaten.
12 En de geest hief mij op en ik hoorde achter mij het geluid van een grote beving - gezegend is de heerlijkheid van JAHWEH vanuit Zijn plaats -
13 en het geluid van de vleugels van de levende wezens die elk tot de ander streken en het geluid van de wielen met hen en het geluid van een grote beving.
14 En de geest hief mij op en nam mij mee en ik ging, bitter in de woede van mijn geest. En de hand van JAHWEH was ontoegevend op mij.
15 En ik kwam tot de deportatie in Tel-AbibTel-Abib = lenteheuvel of arenheuvel, die wonen bij de rivier van Kebar Kebar = samenvoeging, en ik ging zitten bij die daar zitten. En ik verbleef daar zeven dagen, troosteloos in hun midden.
16 En het was aan het einde van zeven dagen, dat het woord van JAHWEH tot mij kwam, zeggend:
17 Zoon van de mensheid, Ik maakte jou tot uitkijker over het huis van IsraŽlIsraŽl = strijder van God. En jij hoorde uit Mijn mond een woord en jij waarschuwde hen namens Mij.
18 Als Ik tot de slechte zeg: Jij zal sterven, ja sterven, maar jij waarschuwt hem niet en jij spreekt niet om de slechte te waarschuwen voor zijn slechte weg, om hem in leven te behouden; hij, de slechte, zal hij in zijn verdorvenheid sterven en zijn bloed zal Ik zoeken uit jouw hand.
19 Maar jij, wanneer jij de slechte waarschuwt en hij niet terugkeert van zijn slechtheid en van zijn slechte weg, zal hij sterven in zijn verdorvenheid, maar jij zal jouw ziel uitredden.
20 Maar wanneer een rechtvaardige terugkeert van zijn rechtvaardigheid en hij onrechtvaardigheid doet, dan geef Ik een struikelblok voor zijn aangezicht. Hij, hij zal sterven. Omdat jij hem niet waarschuwde zal hij sterven in zijn zonde en zijn rechtvaardige daden die hij deed zullen niet herinnerd worden. En zijn bloed zal Ik uit jouw hand zoeken.
21 Maar jij, omdat jij de rechtvaardigde waarschuwde om niet te zondigen, en hij, de rechtvaardige, niet zondigt, zal hij leven, ja leven, want hij werd gewaarschuwd. En jij, jij zal jouw ziel uitredden.
22 En de hand van JAHWEH kwam daar op mij en Hij zei tot mij: Sta op! Ga uit naar het dal en daar zal Ik met jou spreken.
23 En ik stond op en ik ging uit naar het dal, en aanschouw, de heerlijkheid van JAHWEH was daar, staande als de heerlijkheid die ik zag aan de rivier KebarKebar = samenvoeging. En ik viel op mijn aangezicht.
24 En de geest kwam in mij en deed mij op mijn voeten staan. En Hij sprak met mij en Hij zei tot mij: Kom! Sluit je op in het midden van jouw huis.
25 En jij, zoon van de mens, aanschouw, zij doen touwen aan jou en zij binden jou er mee en jij zal niet uitgaan in hun midden.
26 En jouw tong zal Ik doen aankleven aan jouw verhemelte en jij bent stom. En jij zal voor hen niet tot een corrigerende man worden, want zij zijn een huis van rebellie.
27 En bij Mijn spreken met jou zal Ik jouw mond openen, en zal jij tot hen zeggen: Zo zegt mijn Heer JAHWEH! De horende zal horen en die nalaat zal nalaten, want zij zijn een huis van rebellie.

Terug naar de indexpagina
Naar EzechiŽl 4
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.