Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Genesis
Hoofdstuk 22

   
(Ga met de muis op een naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de betekenis of tekst)


1 En het gebeurt na deze zaken dat de Elohim AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte beproeft. En Hij zegt tot hem: "AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte!" En hij zegt: "Aanschouw mij!" 17 Door geloof heeft Abraham, beproefd wordend, °Isaäk geofferd. En die de beloften ontvangen* had offerde de enig voorgebrachte,
18 tot wie gesproken* was dat: In Isaäk zal jouw zaad genoemd worden,
19 er op rekenend* dat God ook in staat is hem uit de doden op te wekken, van waaruit hij hem in een gelijkenis terugkrijgt (SW)
[Hebr. 11:17-19]

2 En Hij zegt: "Neem alstublieft jouw zoon, jouw enige, die jij liefhebt, IsaäkIsaäk = lachen, en ga naar het land van de MoriaMoria = door JHWH uitgekozen, en doe hem daar opgaan als opstijgoffer op é é n van de bergen die Ik jou zal zeggen."
3 En AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte staat vroeg in de ochtend op en hij zadelt zijn ezel. En hij neemt twee van zijn knapen met zich, en IsaäkIsaäk = lachen, zijn zoon. En hij splijtt houtp voor het opstijgoffer. En hij staat op en gaat naar de plaats die de Elohim tot hem zei.
4 In de derde dag heft AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte zijn ogen op en hij ziet de plaats van verre.
5 En AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte zegt tot zijn knapen: "Zit hier, met de ezel, en ik en de knaap gaan verder. En zo aanbidden wij en wij keren tot jullie terug."
6 En AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte neemt het houtmv voor het opstijgoffer en hij plaatst het op IsaäkIsaäk = lachen, zijn zoon. En hij neemt het vuur en het mes in zijn hand, en zij beiden gaan samen verder.
7 En IsaäkIsaäk = lachen zegt tot AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte, zijn vader, en hij zegt: "Mijn vader!" En hij zegt: "Aanschouw mij, mijn zoon." En hij zegt: "Zie het vuur en het houtmv, maar waar is het stuk kleinvee voor het opstijgoffer?"
8 En AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte zegt: "Elohim, Hij zal voor Zich in het stuik kleinvee voorzien als opstijgoffer, mijn zoon." En beiden gaan samen.
9 En zij komen bij de plaats die de Elohim tot hem zei. En AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte bouwt daar het altaar en hij rangschikt het houtmv. En hij bindt IsaäkIsaäk = lachen, zijn zoon, en hij plaatst hem op het altaar, bovenop het houtmv. Abraham, onze *vader, werd hij niet uit werken gerechtvaardigd*, Isaäk, zijn °zoon, offerend* op het altaar (SW)[Jac. 2:21]
10 En AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte zendt zijn hand en hij neemt het mes om zijn zoon te slachten.
11 En een boodschapper van JAHWEH roept tot hem vanuit de hemelen en hij zegt: "AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte! AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte!" En hij zegt: "Aanschouw mij!"
12 En hij zegt: "Het moet niet zo zijn dat jij jouw hand zendt tegen de knaap en het moet niet zo zijn dat jij iets tegen hem doet! Want nu weet Ik dat jij Elohim vreest. Want jij hield jouw zoon, jouw enige, niet van Mij terug."
13 En AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte heft zijn ogen op en hij ziet. En aanschouw! Achter hem is een ram, vastgehouden wordend in het struikgewas door zijn horens. En AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte gaat en hij neemt de ram. En hij doet hem opgaan als opstijgoffer, in plaats van zijn zoon.
14 En AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte noemt de naam van die plaats JAHWEH-JirehJAHWEH-Jireh = JAHWEH, Hij zal omzien. Daarom wordt vandaag gezegd: "Op de berg van JAHWEH zal Hij omzien."
15 En een boodschapper van JAHWEH roept voor de tweede keer vanuit de hemelen tot AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte.
16 En hij zegt: "Ik zweer in mijzelf een nadrukkelijk zeggen van JAHWEH dat, om deze zaak die jij deed en dat jij niet jouw zoon terughield, jouw enige,
17 dat Ik jou zal zegenen, ja zegen, en Ik zal jouw zaad vermeerderen, ja vermeerderen, als de sterren van de hemelen en als het zand dat is aan de oever van de zee. En jouw zaad neemt de poort over van zijn vijanden. 13 Want God, belovend aan Abraham, aangezien Hij niemand groter om bij te zweren, zweert bij Zichzelf,
14 zeggend: Echt, indien zegenend zal Ik jullie zegenen en vermenigvuldigend zal Ik jullie vermenigvuldigen. (SW)
[Hebr. 6:13,14]
Want hierin verkregen de oudsten het getuigenis. (SW)[Hebr. 11:2]
18 En alle naties van de aarde zegenen zichzelf in jouw zaad, omdat jij naar Mijn stem luisterde." Jullie zijn de zonen van de profeten en van het verbond, dat God met jullie vaderen verbond, zeggende tot Abraham: En in jouw zaad zullen alle geslachten van de aarde gezegend worden. (SW)[Hand. 3:25]
19 En AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte keert terug naar zijn knapen. En zij staan op en zij gaan samen naar Ber-SebaBer-Seba = put van de zevenvoudige eed. En AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte woont in Ber-SebaBer-Seba = put van de zevenvoudige eed.
20 En het gebeurt na deze dingen, dat AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte wordt verteld, zeggend: "Aanschouw! MilkaMilka = koningin baart ook zonen aan NachorNachor = hij die snuift, jouw broeder!
21 UsUs = bebost, zijn eerstgeborene, en BuzBuz = verachting, zijn broeder, en KemuëlKemuël = door God grootgebracht, vader van AramAram = hoog,
22 en KesedKesed = vermeerdering, aanwas en ChazoChazo = visioen en PildasPildas = vuurvlam en JidlafJidlaf = wenende en BetuëlBetuël = God vernietigt of man van God of inwoner van God.
23 En BetuëlBetuël = God vernietigt of man van God of inwoner van God verwekte RebekkaRebekka = bekoorlijk. Deze acht baarde MilkaMilka = koningin voor NachorNachor = hij die snuift, de broeder van AbrahamAbraham = vader van een menigte of aanvoerder van een menigte.
24 En zijn bijvrouw, haar naam is Reü maReü ma = verheven, baart ook: TebachTebach = (geboren op de dag van een) bloedbad en GachamGacham = brandende en TachasTachas = roodachtig en MaächaMaächa = onderdrukking."



Terug naar de indexpagina
Naar Genesis 23
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.