Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Leviticus
Hoofdstuk 26

   
(Ga met de muis op een naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de betekenis of tekst)


1 "Jullie zullen voor jezelf geen nutteloze afgoden maken en jullie zullen geen beeldsnijwerk en monument voor jezelf oprichten en een afbeeldeing van steen jullie in jullie land niet geven om je er voor neer te buigen, want Ik, JAHWEH, ben jullie Elohim. Jullie moeten niet gericht zijn op de verboden afgoden en een gesmolten beeld van een elohim zullen jullie niet voor jezelf maken. Ik ben JAHWEH, jullie Elohim (SW)[Lev. 19:4] Jullie zullen voor jezelf geen gesneden beeld hebben of enige gelijkenis van wat in de hemelen is, boven, en wat in het land is, beneden, en wat in de wateren, onder het land, is. (SW)[Exo. 20:4]
2 Jullie zullen Mijn sabbatten in acht nemen en Mijn heiligdom zullen jullie vrezen. Ik ben JAHWEH. Mijn sabbatten zullen jullie waarnemen en Mijn heiligdom zullen jullie vrezen. Ik ben JAHWEH (SW)[Lev. 19:30]
3 Indien jullie in Mijn statuten gaan en jullie nemen Mijn instructies in acht en jullie doen ze, 13 En het gebeurt als jullie luisteren, ja luisteren naar mijn instructies die ik jullie vandaag als instructie geef, om JAHWEH, jullie Elohim, lief te hebben en Hem te dienen met heel jullie hart en met heel jullie ziel, 14 dat Ik regen zal geven op jullie land in het seizoen, de vroege regen en de late regen. En jij verzamelt jouw graan en jouw druivensap en jouw helder gemaakte olie, 15 en Ik geef het groene kruid in jouw veld voor jouw beest; en jij eet en jij wordt verzadigd. (SW)[Deut. 11:13-15]
4 dan geef Ik jullie stortbuien in hun seizoen en het land geeft haar gewas en de boom van het veld zal zijn vrucht geven.
5 En het dorsen zal de wijnoogst inhalen en de wijnoogst zal de zaaitijd inhalen en jullie eten jullie brood tot verzadiging en jullie wonen vertrouwend in jullie land.
6 En Ik geef vrede in het land en jullie zullen neerliggen en er is niemand die doet beven en Ik zal het kwade dier uitroeien uit het land en het zwaard zal niet in jullie land passeren.
7 En jullie achtervolgen jullie vijanden en zij vallen voor jullie aangezichten door het zwaard.
8 Vijf van jullie achtervolgen honderd, en honderd van jullie achtervolgen tienduizend. En jullie vijanden vallen voor jullie aangezichten door het zwaard.
9 En Ik wend Mij om tot jullie en Ik maak jullie vruchtbaar en Ik vermeerder jullie en Ik bevestig Mijn verbond met jullie.
10 En jullie eten het opgeslagene dat opgeslagen is en het opgeslagene doen jullie uitgaan voor het aangezicht van het nieuwe.
11 En Ik geef Mijn verblijfplaats in jullie midden en Mijn ziel zal van jullie niet walgen.
12 En Ik wandel in jullie midden en Ik ben voor jullie tot Elohim, en jullie, jullie zijn Mij tot volk. Daarom, zeg tot de zonen van IsraŽl: Ik ben JAHWEH en Ik leid jullie uit van onder de lasten van de Egyptenaren en Ik red jullie van hun dienstbetoon en Ik verlos jullie met een uitgestrekte arm en met grote oordelen. (SW)[Exo. 6:6]
13 Ik, JAHWEH, ben jullie Elohim, Die jullie uit het land van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) deed gaan, om niet langer hen tot dienaren te zijn, en Ik verbrak de schuifbalken van jullie juk en Ik deed jullie rechtop gaan.
14 En indien jullie niet naar Mij luisteren en jullie niet al deze instructies doen,
15 en indien jullie Mijn statuten verwerpen en indien jullie ziel walgt van Mijn verordeningen, zodat jullie niet al Mijn instructies doen, zo Mijn verbond annulerend,
16 ja Ik, Ik zal dit aan jullie doen. Ik positioneer paniek over jullie, het uitteren en de koorts die de ogen uitgeput maakt, die de ziel doet wegkwijnen; en jullie zullen je zaad voor niets zaaien, en jullie vijanden zullen het eten.
17 Dan zal Ik Mijn aangezicht geven tegen jullie en jullie worden verslagen voor het aangezicht van jullie vijanden, en jullie haters heersen over jullie. En jullie vluchten en er is niemand die jullie achtervolgt.
18 En indien jullie na deze dingen niet naar Mij luisteren, dan voeg Ik zevenvoudig toe aan jullie disciplinering over jullie zonden.
19 En Ik breek de praal van jullie sterkte en Ik maak jullie hemelen als ijzer en jullie land als koper.
20 Jullie energie zal voor niets gebruikt worden en jullie land zal haar gewas niet geven en de boom van het land zal zijn vrucht niet geven.
21 En indien jullie tegendraads met Mij gaan en jullie niet naar Mij willen luisteren, dan voeg Ik zevenvoudig toe aan jullie slagen naar jullie zonden.
22 En Ik zend het dier van het veld tegen jullie en het berooft jullie van kinderen en het snijdt jullie beest af en het vermindert jullie en jullie wegen zullen troosteloos gemaakt worden.
23 En indien jullie door deze dingen voor Mij niet gedisciplineerd worden en jullie tegendraads met Mij gaan,
24 dan ga Ik inderdaad tegendraads met jullie en Ik zal jullie ook zevenvoudig slaan vanwege jullie zonden.
25 En Ik breng over jullie het zwaard dat de wraak van het verbond wreekt en jullie worden verzameld in jullie steden. En Ik zend de pest in jullie midden en jullie worden gegeven in de hand van jullie vijand.
26 En wanneer voor jullie door Mij een staf van brood wordt gebroken, dan bakken tien vrouwen jullie brood in een bakoven en zij brengen jullie brood terug naar het gewicht en jullie eten. En jullie zullen niet verzadigd worden.
27 En indien jullie hierdoor niet naar Mij luisteren en jullie tegendraads met Mij gaan,
28 dan ga Ik tegendraads met jullie in woede en Ik disciplineer jullie, ja, zevenvoudig, vanwege jullie zonden.
29 En jullie eten het vlees van jullie zonen, en jullie eten het vlees van jullie dochters.
30 Ik zal jullie hoge plaatsen uitroeien en Ik hak jullie wierookstandaarden om. En Ik geef jullie lijken op de lijken van jullie drollenafgoden en Mijn ziel walgt van jullie.
31 En Ik maak van jullie steden een woestijn en Ik maak jullie heiligdommen troosteloos. En Ik zal jullie geur van rustgevendheid niet ruiken.
32 En Ik, Ik maak het land troosteloos, en jullie vijanden, die er in wonen, zijn er over ontzet.
33 En Ik zal jullie wannen onder de naties en Ik zal een zwaard achter jullie uit de schede trekken. En in jullie land is troosteloosheid en jullie steden zullen woestijn worden.
34 Dan zal het land haar sabbatten aanvaarden, alle dagen van haar troosteloosheid, wanneer jullie in het land van jullie vijanden zijn. Dan zal het land sabbat houden en haar sabbatten aanvaard doen worden.
35 Alle dagen van haar troosteloos zijn zal zij sabbat houden, omdat zij niet sabbat hield in jullie sabbatten, toen jullie er in woonden.
36 En die onder jullie overgebleven zijn, die breng Ik schroom in hun hart in de landen van hun vijanden en het geluid van een blad dat weggewaaid wordt achtervolgt hen. En zij vluchten de vlucht voor het zwaard en zij vallen. En er is niemand die achtervolgt.
37 En zij struikelen, een man over zijn broeder, als voor het aangezicht van een zwaard en er is niemand die achtervolgt. En er zal voor jullie geen standhouding zijn voor het aangezicht van jullie vijanden.
38 En jullie komen om onder de naties en het land van jullie vijanden verslindt jullie.
39 En die onder jullie over blijven zullen in hun verdorvenheid verrotten in de landen van hun vijanden en vanwege de verdorvenheden van hun vaders. Met hen zullen zij verrotten.
40 En zij belijden hun verdorvenheid en de verdorvenheid van hun vaders door hun krenkingen waarmee zij Mij krenken en ook die waarmee zij tegendraads met Mij gingen.
41 Ja Ik, Ik ga tegendraads met hen en Ik breng hen in het land van hun vijanden, of dan hun onbesneden hart onderdanig zal zijn en zij hun verdorvenheid zullen aanvaarden.
42 En Ik gedenk Mijn verbond met Jakob en ook Mijn verbond met Isašk, en Mijn verbond met Abraham zal Ik Mij gedenken. En Ik gedenk het land. 3 Wees bijwoner in dit land en Ik zal met jou zijn en Ik zal jou zegenen. Want aan jou en al jouw zaad zal Ik al deze landen geven. En Ik voer de eed uit die Ik aan jou vader heb gezworen.
4 En Ik doe jouw zaad toenemen als de sterren van de hemelen en Ik geef aan jouw zaad al deze landen. En zij zegenen zichzelf in jouw zaad, alle naties van het land (SW)
[Gen. 26:3,4]
7 En Ik stel Mijn verbond tussen Mij en tussen jou en tussen jouw zaad na jou, voor hun geslachten, tot een aionisch verbond, om voor jou tot Elohim te worden en voor jouw zaad na jou.
8 En Ik geef aan jou, en aan jouw zaad na jou, het land van jouw verblijfplaats, heel het land Kanašn, tot een aionisch bezit. En Ik word voor hen tot Elohim. (SW)
[Gen. 17:7,8]

43 En het land wordt door hen verlaten en het zal haar sabbatten aanvaarden, wanneer het zonder hen troosteloos zal zijn. En zij, zij zullen hun verdorvenheid aanvaarden, omdat zij Mijn verordeningen verworpen hadden en hun ziel walgde van Mijn statuten.
44 En ook zelfs dit: wanneer zij in het land van hun vijanden zijn, zal Ik hen niet verwerpen en Ik zal niet van hen walgen om een einde aan hen te maken, Mijn verbond met hen teniet doende; want Ik, JAHWEH, ben hun Elohim.
45 En Ik gedenk hen met het verbond met de vroegeren, die Ik uit het land van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) deed uitgaan voor de ogen van de naties, om voor hen tot Elohim te zijn. Ik ben JAHWEH!"
46 Deze zijn de statuten en de verordeningen en de wetten die JAHWEH gaf tussen Hem en tussen de zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God, op de berg SinaÔSinaÔ = doornachtig, door de hand van MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen.

Terug naar de indexpagina
Naar Leviticus 27
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.