Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Richteren
Hoofdstuk 2

   
(Ga met de muis op een naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de betekenis of tekst)

1 En een boodschapper van JAHWEH gaat op vanaf GilgalGilgal = (steen-)kring naar BochimBochim = de wenenden en hij zegt: "Ik deed jullie opgaan van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) en Ik bracht jullie naar het land dat Ik zwoer aan jullie vaders en Ik zei: Ik zal Mijn verbond met jullie niet annuleren voor de aion. En JAHWEH verschijnt aan Abram en Hij zegt: Aan jouw zaad zal Ik dit land geven. En hij bouwt daar een altaar voor JAHWEH, Die aan hem verscheen. (SW)[Gen. 12:7] En Ik stel Mijn verbond tussen Mij en tussen jou en tussen jouw zaad na jou, voor hun geslachten, tot een aionisch verbond, om voor jou tot Elohim te worden en voor jouw zaad na jou (SW)[Gen. 17:7]
2 En jullie, jullie snijden geen verbond met de inwoners van dit land - hun altaren zullen jullie afbreken; maar jullie luisterden niet naar Mijn stem. Waarom deden jullie dit? 2 dan geeft JAHWEH, jouw Elohim, hen voor jouw aangezicht en jij slaat ze. Jij zal hen zeker verdoemen. Jij zal met hen geen verbond snijden en jij zal met hen niet genadevol zijn.
3 En jij zal niet met hen trouwen. Jouw dochter zal jij niet geven aan zijn zoon en zijn dochter zal jij niet nemen voor jouw zoon.
4 Want hij zal jouw zoon wegnemen van achter Mij en andere elohim dienen. Dan is de boosheid van JAHWEH tegen jullie groot en roeit Hij jou haastig uit.
5 Maar veeleer zullen jullie zo met hen doen: hun altaren zullen jullie afbreken en hun monumenten zullen jullie verbreken en de Astartebeelden van hun blijdschap zullen jullie omhakken en hun snijwerk zullen jullie verbranden in vuur (SW)
[Deut. 7:2-5]

3 En ook zei Ik: Ik zal hen niet van voor jullie aangezichten uitdrijven. En zij werden voor jullie tot plaag tegen jullie zijden, en hun elohim zullen voor jullie tot een valstrik worden."
4 En het gebeurde toen de boodschapper van JAHWEH deze woorden tot alle zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God sprak, dat het volk hun stem verheft en zij huilen.
5 En zij noemden de naam van deze plaats BochimBochim = de wenenden en zij offerden daar aan JAHWEH.
6 En JozuaJozua = JAH is redder of JAH redt zendt het volk heen en de zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God gaan, ieder naar zijn lotbezit, om het land te pachten.
7 En het volk dient JAHWEH, alle dagen van JozuaJozua = JAH is redder of JAH redt en alle dagen van de oudsten die de dagen na JozuaJozua = JAH is redder of JAH redt verlengden, die elke grote daad van JAHWEH zagen die Hij voor IsraŽlIsraŽl = strijder van God deed.
8 En JozuaJozua = JAH is redder of JAH redt, zoon van NunNun = vis, dienaar van JAHWEH, sterft, een zoon van honderd en tien jaren.
9 En zij begraven hem in het grondgebied van zijn lotbezit, in TimnatTimnat = deel (van)-CheresCheres = zon, hitte, in het gebergte van EfraÔmEfraÔm = dubbel vruchtbaar, ten noorden van de berg GašsGašs = beving. 49 En zij voltooien met het verdelen van het in lotdelen, naar haar grensgebieden. En de zonen van IsraŽl geven een lotdeel aan Jozua, zoon van Nun, in hun midden.
50 Op bevel van JAHWEH gaven zij aan hem de stad die hij vroeg: Timnath-Serah, in het gebergte van EfraÔm. En hij bouwt de stad en hij verblijft in haar. (SW)
[Joz. 19:49,50]

10 En ook heel die generatie werd verzameld bij hun vaders en een andere generatie staat na hen op, die JAHWEH niet kenden en ook niet de daad Hij deed voor IsraŽlIsraŽl = strijder van God.
11 En de zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God doen het kwade in de ogen van JAHWEH en zij dienen de BašlsBašls = meervoud van Bašl - heer - de anti-god,
12 en zij verlieten JAHWEH, de Elohim van hun vaders, die hen deed uitgaan vanuit het land van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn). En zij gingen achter andere elohim, elohim van de volken die rondom hen zijn; en zij bogen zich voor hen neer en zij tergden JAHWEH.
13 En zij verlieten JAHWEH en zij dienden BašlBašl = heer - de anti-god en AstartesAstartes = vruchtbaarheidsgodin. [Commentaar]
Commentaar

13

Astartes. Bij ons ook bekend onder de Griekse naam AstarothAstaroth = vruchtbaarheidsgodin. AstartesAstartes = vruchtbaarheidsgodin was een Fenicische beschermingsgodin, maar oorspronkelijk een vruchtbaarheidsgodin. Ook bekend als de "moeder der hemelen" of "koningin van de hemel." In het Mesopotamisch was ze bekend onder de naam "Ishtar", waar het Engelse "Easter" (Pasen) van is afgeleid.

Wim Janse


14 En de boosheid van JAHWEH wordt heet tegen IsraŽlIsraŽl = strijder van God en Hij geeft hen in de hand van rovers, en zij roofden hen leeg; en Hij verkocht hen in de hand hun vijanden rondom. En zij konden niet nog langer staan voor de aangezichten van hun vijanden.
15 Overal waar zij gingen was de hand van JAHWEH tegen hen, vanwege het kwaad, zoals JAHWEH sprak en zoals JAHWEH tegen hen zwoer. En het benauwde hen uitermate.
16 En JAHWEH doet rechters opstaan en zij redden hen uit de hand van hun berovers. En hierna geeft Hij richters tot Samuel, de profeet. (SW)[Hand. 13.20]
17 En ook naar hun rechters luisterden zij niet, want zij bedreven ontucht achter andere elohim en zij bogen zich voor hen neer; zij trokken zich vlug terug van de weg die hun vaders gingen, die luisterden naar de instructies van JAHWEH. Zo deden zij niet.
18 En wanneer JAHWEH voor hen rechters deed opstaan, dan was JAHWEH met de rechter en redde Hij hen uit de hand van hun vijanden, alle dagen van de rechter. Want JAHWEH ha compassie vanwege hun gekreun voor de aangezichten van hun verdrukkers en hun verdringers.
19 En het gebeurt bij het sterven van de rechter, dat zij afglijden en zij meer corrupt handelen dan hun vaders, achter andere elohim gaande om hen te dienen en zich voor hen neer te buigen. Zij lieten hun praktijken niet vallen, noch hun halsstarrige weg.
20 En de boosheid van JAHWEH tegen IsraŽlIsraŽl = strijder van God is heet en Hij zegt: "Omdat deze natie Mijn verbond overschreed, dat Ik als instructie aan hun vaders gaf, en zij niet naar Mijn stem luisterden,
21 ga Ik ook niet voort de naties voor hun aangezichten te verdrijven die JozuaJozua = JAH is redder of JAH redt achter liet toen hij stierf,
22 teneinde IsraŽlIsraŽl = strijder van God door hen te beproeven of zij de weg van JAHWEH in acht nemen, daarop gaande, zoals hun vaders ze in acht namen, of niet."
23 En JAHWEH laat deze naties achterblijven, hen niet vlug verdrijvend; en hij gaf hen niet in de hand van JozuaJozua = JAH is redder of JAH redt.



Terug naar de indexpagina
Naar Richteren 3
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.