Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
De brief van Paulus aan de
Romeinen
Hoofdstuk 13

   
(klik op de oranje cijfers voor het uitgebreide commentaar op dat vers)
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)

1 Laat elke ziel onderschikt worden aan de superieur zijnde autoriteiten, want er is geen autoriteit dan onder Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. En die er zijn? Zij zijn verordend onder Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, Vermaan hen, dat zij aan de overheden en machten onderdanig zijn, dat zij hun gehoorzaam zijn, dat zij tot alle goed werk bereid zijn; (SV)[Titus 3:1] - Door Mij regeren de koningen, en de vorsten stellen gerechtigheid. (SV)[Spr. 8:15] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Anders dan IsraŽlstrijder van God komen wij niet in conflict met de heersers van de wereld. De oprichting van het koninkrijk zal de onderschikking inhouden van hen allen aan de opperheerschappij van ChristusGezalfde. Maar wij hebben geen plaats in dat aardse koninkrijk. Terwijl IsraŽlstrijder van God terzijde is gesteld moeten wij de bestaande gezaghebbers erkennen. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker heeft geen verschil van mening met de huidige regeringen. Het is niet de vraag of wij Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker meer dan de mens moeten gehoorzamen, zoals toen Petrusrots de orders van het Sanhedrinraadsvergadering afwees. We moeten volgens de regels aangestelde magistraten niet tegenstaan, maar afhankelijk zijn van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker om hun daden te verwerpen, als die in conflict schijnen te zijn met onze taak voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker of onze overtuiging van Zijn waarheid. Ons conflict is met machthebbers en de gezaghebbers en de machten, de geestelijke krachten van boosaardigheid onder de ophemelsen.- Wij moeten de sandalen dragen van het evangeliegoede bericht van vrede (Efe. 6:12-15).


2 zodat wie zich verzet tegen de autoriteit het mandaat heeft weerstaan van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. En die weerstaan hebben zullen voor zichzelf oordeel in ontvangst nemen,
3 want de bestuurders zijn geen vrees voor het goede werk, maar voor het kwade. Maar jij wil de autoriteit niet vrezen? Doe het goede en jij zal lof vanuit haar hebben.
4 Want zij is bediende van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, voor jou, tot in het goede. Maar in het geval dat jij het kwade zal doen, vrees! Want zij draagt het zwaard niet tevergeefs, want zij is bediende van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, als rechtverschaffer tot in boosheid voor die het kwaad verricht. Zijt dan alle menselijke ordening onderdanig, om des Heeren wil; hetzij den koning, als de opperste macht hebbende; 14 Hetzij den stadhouderen, als die van hem gezonden worden, tot straf wel der kwaaddoeners, maar tot prijs dergenen, die goed doen. (SV)[1Petr. 2:13,14] - wreekt jullie zelf niet, geliefden, maar geef ruimte aan de toorn, want het is geschreven: Mij is de wreking. Ik zal vergelden, zegt de Heer[Rom. 12:19]
5 Daarom is het noodzaak onderschikt te worden, niet alleen vanwege de boosheid, maar ook vanwege het geweten. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

5

De ware gelovige zou een zeer voorbeeldig burger moeten zijn, want hij heeft een dieper motief en een krachtiger impuls voor gehoorzaamheid dan de ongelovige. Hij erkent de burgerlijke gezaghebbers als Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers dienaren en heeft een geweten dat hem zeer gehoorzaam aan de wet doet zijn. De ongelovige wordt afgeschrikt van kwaad door vrees en respect voor een menselijke instelling. Wij erkennen bestaande regeringen als van goddelijke oorsprong.


6 Want vanwege dit ook voldoen jullie belastingen, want zij zijn dienstverrichters van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, in ditzelfde volhardend. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

6

Het kan een vreemde paradox lijken, maar toch is het een triest feit dat velen die in naam dienaren van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zijn, dat in werkelijkheid niet zij, en menig magistraat, die zichzelf niet een dienaar van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zou durven noemen, is dat in feite wel, door de uitoefening van zijn ambt.


7 Betaalm aan allen de verschuldigde dingen, de belasting aan wie de belasting toekomt, de tol aan wie de tol toekomt, de vrees aan wie de vrees toekomt, de eer aan wie de eer toekomt. Zij zeiden tot Hem: Des keizers. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is. (SV)[Matt. 22:21]
8 Weesm niemand iets verschuldigd, anders dan elkaar lief te hebben, want die de ander liefheeft heeft de wet vervuld. Want de gehele wet wordt in een woord vervuld, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben, gelijk uzelven. (SV)[Gal. 5:14] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

8

De schuldenaar is de dienaar van de leenheer. De dienaar van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zou nooit onder een verplichting aan iemand anders moeten zijn. Liefde alleen is de grote schuld die nooit volledig afgelost kan worden. Wet is nutteloos daar waar liefde is, want iedere inzetting wordt meer dan voldaan door de dictaten van liefde. Zonder liefde is wet een gebroken fragment, niet compleet, onbevredigend. Liefde is haar complement en rond het af tot een bevredigend, compleet geheel.


9 Want het: jij zal niet echtbreuk plegen, jij zal niet vermoorden, jij zal niet stelen, jij zal niet een leugenachtige getuigenverklaring afleggen, jij zal niet begeren, en er enig ander voorschrift is in het woord, dit wordt samengevat in het: jij zal jouw °naaste liefhebben als jezelf. Gij zult niet doodslaan. 14 Gij zult niet echtbreken. 15 Gij zult niet stelen. 17 Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is. (SV)[Ex. 20:13-15,17] - Gij zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen uws volks; maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelven; Ik ben de HEERE! (SV)[Lev. 19:18]
10 De liefde werkt de naaste geen kwaad, daarom dan is de liefde de volheid van wet. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten. (SV)[Matt. 22:40]
11 En dit: de periode waargenomen hebbend dat het reeds voor ons het uur is om vanuit de slaap gewekt* te worden, want nu is onze °redding meer nabij dan toen wij begonnen te geloven*. Daarom zegt Hij: Ontwaakt, gij, die slaapt, en staat op uit de doden; en Christus zal over u lichten. (SV)[Efe. 5:14] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

Tijd, in de Schrift, wordt verschillend gekarakteriseerd. Wij doen een poging om onderscheid te maken tussen de verschillende gebruikte termen. De langste verdelingen van tijd zijn de vijf grote aionen of tijdperken. De huidige aion strekt zich uit van de Vloed tot aan de aanstaande komst van ChristusGezalfde. Maar er zijn kortere verdelingen van tijd, vaak aangeduid door de term SEIZOEN. Soms verwijst dit naar een letterlijk seizoen, zoals het oogstseizoen (Mat. 13:30). Gewoonlijk, echter, wijst het naar een kenmerkende periode of era, zoals in dit Schriftdeel. Het wordt geÔllustreerd door het aanbreken van de dag. Daden van duisternis worden ís nachts gedaan. Maar dit is niet de era van duisternis, maar van licht. De volle dag nadert wanneer onze redding compleet zal zijn bij Zijn komst. Precies zoals wij ís morgens wakker worden, ons voorbereidend op de taken van de dag, zo zou, in deze ruimere betekenis, ons gedrag de komst van het licht moeten weerspiegelen en niet bevlekt moeten zijn met de duistere daden die de schaduwen van de nacht zoeken om hun schande te verbergen.


12 De nacht vordert* en de dag is genaderd. Wij zouden dan de werken van de duisternis weg doen en wij zouden de wapens van het licht aantrekken. En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar bestraft ze ook veeleer. (SV)[Efe. 5:11]
13 Wij zouden op achtenswaardige wijze wandelen, als in de dag, toch niet in wild uitgelaten feesten en in dronkenschappen, toch niet in bedden en in losbandigheden, toch niet in ruzie en in jaloezie, En wacht uzelven, dat uw harten niet te eniger tijd bezwaard worden met brasserij en dronkenschap, en zorgvuldigheden dezes levens, en dat u die dag niet onvoorziens over kome. (SV)[Luc. 21:34]
14 maar trek*m de Heer JezusJAH redt ChristusGezalfde aan en maakm van het vlees geen voorziening tot in begeerten. Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan. (SV)[Gal. 3:27]

Terug naar de index.
Naar Romeinen 14
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.