Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
De brief van Paulus aan de
Romeinen
Hoofdstuk 9

   
(klik op de oranje cijfers voor het uitgebreide commentaar op dat vers)
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)

1 Ik zeg waarheid in ChristusGezalfde, ik lieg niet, mijn °geweten samen met mij getuigend in heilige geest, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

GODS SOEVEREINITEIT - NATIONAALPauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine had een acute sympathie voor zijn broeders naar het vlees, want hij was zelf de meest woeste geweest van allen die opstonden tegen de ChristusGezalfde Die hij nu vereerde. Dit is een zeer passende belijdenis, aangezien hij op het punt staat de grote leer te introduceren van de goddelijke soevereiniteit, want hij is het grote voorbeeld van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers soevereine genade.


2 dat in mij grote droefheid is, en in mijn °hart ononderbroken pijn,
3 want ik wenste* zelf banvloek te zijn vanaf de ChristusGezalfde, ten behoeve van mijn °broeders, mijn °verwanten overeenkomstig het vlees, 32 En nu, indien U hun zonde verdraagt! En indien er geen is, wis mij alstublieft uit Uw boekrol die U schrijft (SW)[Ex. 32:32]
4 die IsraŽlstrijder van Godieten zijn, van wie het zoonschap en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de dienst en de beloften zijn, 22 En jij zegt tot Farao: 'Zo zegt JAHWEH: IsraŽl is Mijn zoon, Mijn eerstgeborene. (SW)[Ex. 4:22] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

4

Lichamelijk heeft IsraŽlstrijder van God het monopolie van de acht zegeningen die hier opgetekend worden. In het vlees behoort ChristusGezalfde exclusief bij hen; geen andere natie kan een claim leggen op de vaders. De verbonden, de wet, de priesterlijke aanbidding, en de beloften behoren niet toe aan de kerk, maar aan IsraŽlstrijder van God, naar het vlees. Het zoonschap en de heerlijkheid zijn alleen de onze in geest, niet in het vlees.


5 van wie de vaders zijn en vanuit wie de ChristusGezalfde is overeenkomstig het vlees, Die is boven alles. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zij gezegend tot in de aionen. Amen. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

5

ChristusGezalfde, in het vlees, is de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van de aionen. Alle aionische zegen is door Hem en voor Hem.


6 Maar het is niet zodanig alsof het woord van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker is vervallen, want niet allen die vanuit IsraŽlstrijder van God zijn, zijn IsraŽlstrijder van God, 19 El is geen man dat Hij liegt, of een zoon van een mens dat Hij spijt heeft. Zegt Hij, en doet Hij niet? En spreekt Hij, volbrengt Hij het dan niet? (SW)[Num. 23:19] - Want niet dat wat kenbaar is is een Jood, noch is wat kenbaar is in het vlees besnijdenis[Rom. 2:28] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

6

Ishmael was Abrahamvader van vele volkens zoon, net als Isašklachen, maar hij was geboren naar het vlees, niet naar de belofte. Dit laat zien dat alleen lichamelijke afstamming niet voldoende is om recht te hebben op de zegen van Abrahamvader van vele volken (Gen. 17:18-20; 21;12).


7 en ook niet omdat zij zaad van Abrahamvader van vele volken zijn zijn zij allen kinderen, maar: "in IsaäkIsašk = lachen zal voor jou zaad geroepen worden." 12 En Elohim zegt tot Abraham: "Dit moet niet zo zijn dat het kwaad is in jouw ogen vanwege de knaap en in verband met jouw dienstmeisje. Al wat Sara tot jou zegt, luister naar haar stem, want in Isašk zal jouw zaad genoemd worden. (SW)[Gen. 21:12]
8 Dat wil zeggen dat niet de kinderen van het vlees, maar de kinderen van de belofte rekent Hij tot in zaad; dezen zijn kinderen van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. 23 Maar, inderdaad, die vanuit het dienstmeisje is verwekt overeenkomstig het vlees, maar die vanuit de vrije vrouw door de belofte (SW)[Gal. 4:23]
9 Want het woord van de belofte is dit: "Overeenkomstig deze °periode zal Ik komen en voor °Saravorstin zal er een zoon zijn." 10 En Hij zegt: "Om terug te keren keer Ik terug tot jou, als het seizoen van het leven daar is. En aanschouw! Sara, jouw vrouw, heeft een zoon." En Sara luistert in de opening van de tent, want zij was achter hem. (SW)[Gen. 18:10]
10 En niet alleen dat, maar ook Rebekkade boeiende, vanuit het bed van één man Isaäklachen hebbend, onze °vader, 21 En Isašk verzoekt JAHWEH dringend om energie voor zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar. En JAHWEH verhoort het dringende verzoek tot Hem en Rebekka, zijn vrouw, wordt zwanger. (SW)[Gen. 25:21]
11 want nog niet geboren wordend*, noch iets goeds of kwaads verrichtend*, opdat het overeenkomstig GodPlaatser of Onderschikker 's voornemen uitverkiezing zal blijven, niet vanuit werken, maar vanuit de Roepende, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

11

De nutteloosheid van vleselijk voorrecht wordt nu getoond in het geval van Jakobhielenlichter en Esauruig (-harig). Dit is vol van troost voor ons vandaag die ons willen doen zijn in een zelfde klasse als de slinkse Jakobhielenlichter, die alles wat hij kon deed om Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers zegen te kopen en die dom verhinderde. Toch, het doel van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers verkiezende doelstelling en liefde zijnde, konden al zijn verdorven wegen niet Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers voorbesloten uitkomst niet verhinderen. Esauruig (-harig) was Jakobhielenlichters oudere en grotere broer, maar toch werd hij diens slaaf. Dit zou krachtig moet wijzen naar de zonen van IsraŽlstrijder van God (voor wie dit deel in het bijzonder is bedoeld), want zij zijn zijn afstammelingen.


12 werd het tot haar uitgesproken* dat de grotere slaaf zal zijn voor de mindere, 23 En JAHWEH zegt tot haar: "Twee naties zijn in jouw buik. En twee volkstammen zullen uit jouw inwendige delen uit elkaar gaan. En het de ene volksstam zal meer resoluut zijn dan de andere volksstam. En de meerdere dient de mindere. (SW)[Gen. 25:23]
13 zoals het is geschreven: "°Jakobhielenlichter heb Ik lief*, maar °Esauruig (-harig) haat* Ik." 2 Ik heb jullie lief, zegt JAHWEH, en jullie zeggen: Waarin heeft U ons lief? Was niet Esau de broeder van Jakob?, zegt JAHWEH met nadruk, maar Ik heb Jakob lief, 3 maar Esau haat Ik. En Ik zal zijn bergen plaatsen tot troosteloosheid en zijn lotbezit is voor de monsters van de wildernis. (SW)[Mal. 1:2,3]
14 Wat dan zullen wij uitspreken? Toch niet dat er onrechtvaardigheid is bij °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker! Moge het niet gebeuren! 4 De onberispelijke Rots is Zijn verrichting, want al Zijn wegen zijn oordeel. Hij is de El van trouw en er is geen onrechtvaardigheid, rechtvaardig en recht is Hij. (SW)[Deut. 32:4] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

14

De gebruikelijk getrokken conclusie hieruit is dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker onrechtvaardig is. In een mens zou dit niet goed zijn, maar het is Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers soevereine voorrecht om Zichzelf te tonen door een van Zijn schepselen op iedere manier die past bij het doel. Liefde had een Jakobhielenlichter nodig om ze te tonen. Kracht had een Faraohet grote huis nodig als haar achtergrond. De mens kan het tij van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers aanhankelijkheden niet ten eigen gunste keren, noch kan hij de maalstroom van Zijn toorn keren. In Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers grote doelstelling om uiteindelijk alle mensen te zegenen, is het Zijn voorrecht om bruikbare instrumenten te vormen en gebruiken om Zijn mededogen over te brengen. Een daarvan was Jakobhielenlichter. Esauruig (-harig) was nodig om Jakobhielenlichters onwaardigheid te benadrukken. Faraohet grote huis werd door Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker verhoogd, niet dat zijn naam groot zou worden, maar dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers Naam bekend zou worden over heel de aarde. Hier was een groot man voor nodig, anders had Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Zijn kracht niet bekend kunnen maken.


15 Want Hij zegt tot °Mozesdoen vergeten, getrokken, uit het water halen: "Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ook maar zal ontfermen, en Ik zal medelijden hebben met wie Ik ook maar medelijden zal hebben." 19 En Hij zegt: "Ik doe al Mijn goedheid aan jouw gezicht passeren, en Ik roep in de naam van JAHWEH voor jouw aangezicht. En Ik ben genadig voor wie Ik genadig ben en Ik heb mededogen met wie ik mededogen heb." (SW)[Ex. 33:19]
16 Dus dan is het niet afhankelijk van de willende, noch van de rennende, maar van de Zich ontfermende Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker. 8 Want in de genade zijn jullie geredden, door geloof, en dit niet vanuit jullie zelf; het is het naderingsgeschenk van God (SW)[Efe. 2:8]
17 Want het Geschrift zegt tot de Faraohet grote huis: "Tot in dit wek* Ik u uit, opdat Ik in u Mijn °macht zou betonen en zodat Mijn °naam afgekondigd zou worden in heel de aarde." 16 Niettemin, vanwege dit doe Ik jou staan, om jou Mijn energie te laten zien en opdat verhalen over Mijn Naam over heel de aarde verteld worden (SW)[Ex. 9:16]
18 Dus dan: Hij ontfermt Zich over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil. 21 En JAHWEH zegt tot Mozes: "Bij jouw gaan om terug te keren naar Egypte, zie al de wonderen die Ik in jouw hand plaats en doe ze voor het aangezicht van Farao. En Ik zal zijn hart standvastig maken en hij zal het volk niet wegzenden. (SW)[Ex. 4:21]
19 Jij zal dan tot mij uitspreken: "Waarom verwijt Hij dan nog? Want wie heeft Zijn raadsbesluit weerstaan?" [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

De vragensteller staat er op naar Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers soevereiniteit te kijken vanuit het menselijk standpunt van het individu, terwijl het bekeken zou moeten worden vanuit het nationale standpunt. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker heeft een grote doelstelling die zal uitlopen op de zegening van allen. Maar tijdens het proces van de vervulling er van vereist het een tijdelijk gebruik van sommigen als achtergrond, om Zijn verontwaardiging en kracht naar voren te brengen, opdat Hij de rijkdommen van Zijn heerlijkheid bekend zou maken aan de voorwerpen van genade. Dit hoofdstuk houdt zich niet bezig met de bestemming van het individu. Dat is al vastgelegd. Heel de mensheid zal uiteindelijk gerechtvaardigd worden (5:18). Het is niet moeilijk te zien hoe Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Faraohet grote huis kan rechtvaardigen, die Hij moest verharden, anders zou zijn hart week worden en zou hij er niet in slagen Hem nog meer tegen te staan.


20 O mens! Sterker nog! Wie ben jij, die tegen-antwoord geeft aan °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker? Het gemodelleerde zal toch niet tot de modellerende* uitspreken: "Waarom maak* jij mij zo?" 16 O, jullie eigenzinnigheid! Alsof de pottenbakker als klei wordt gerekend! Wat zal het maaksel tegen haar Maker zeggen? Hij maakte mij niet? En zegt het gevormde tegen zijn Vormgever: Hij begrijpt niet? (SW)[Jes. 29:16]
21 Of heeft de pottenbakker niet de autoriteit van het leem, om vanuit hetzelfde kneedsel het ene te maken* dat inderdaad tot eervol voorwerp is en het andere tot in oneer? 4 Maar het vat dat hij maakte van de klei werd vernietigd in de hand van de pottenbakker. En hij keerde terug en hij maakte er een ander vat van, zoals het recht was in de ogen van de pottenbakker om het te maken. 5 En het woord van JAHWEH kwam tot mij, zeggend: 6 Kan Ik niet met jullie doen zoals deze pottenbakker, huis van IsraŽl, zegt JAHWEH met nadruk. Aanschouw!, zoals de klei in de hand van de pottenbakker, zo zijn jullie in Mijn hand, huis van IsraŽl! (SW)[Jer. 18:4-6]
22 Indien nu °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, willend de boosheid te betonen* en het vermogende van Hem bekend te maken*, in veel geduld de voorwerpen van boosheid, toebereid zijnde tot ondergang, verdraagt* 25 JAHWEH heeft Zijn voorraadkamer geopend en Hij doet de wapens van Zijn verontwaardiging uitgaan, want het is een werk van mijn Heer, JAHWEH van legermachten, in het land van de ChaldeeŽn. (SW)[Jer. 50:25]
23 en opdat Hij de rijkdom van Zijn °heerlijkheid bekend zou maken op voorwerpen van ontferming, die Hij van tevoren gereed maakt* tot in heerlijkheid, 3 Gezegend zij de God en Vader van onze įHeer, Jezus Christus, Die ons zegent* met alle geestelijke zegen te midden van de ophemelsen, in Christus, 4 zoals Hij ons uitkiest* in Hem vůůr de neerwerping van de wereld, opdat wij heiligen en smettelozen zijn* voor Zijn įaangezicht, in liefde 5 ons tevoren bestemmend* tot in zoonschap in Hem door Christus Jezus, overeenkomstig het welbehagen van Zijn įwil, 6 tot in de lof van de heerlijkheid van Zijn įgenade, met welke Hij ons begenadigt* in de Geliefde, 7 in Wie wij de verlossing hebben door Zijn įbloed, het laten gaan van de misstappen overeenkomstig de rijkdom van Zijn įgenade, 8 welke Hij overvloedig in ons doet* zijn, in alle wijsheid en verstandigheid 9 aan ons het geheim bekend makend* van Zijn įwil, overeenkomstig Zijn įwelbehagen, dat Hij Zich in Hem voornam*, 10 tot het beheer van de volheid van de perioden, om het al in de Christus samen te vatten*, zowel de dingen in de hemelen als de dingen op de aarde, 11 in Hem, in Wie ook wij door het lot te werpen werden toebedeeld, tevoren bestemd wordend overeenkomstig het voornemen van Die het al inwerkt overeenkomstig de raad van Zijn įwil, 12 opdat wij zijn* tot lof van Zijn heerlijkheid, wij die tevoren gehoopt hebben in de Christus (SW)[Efe. 1:3-12]
24 en die Hij ook roept*, niet alleen ons vanuit Joden, maar ook vanuit natiën,
25 zoals Hij ook zegt in °Hoseahulp (van JAH): "Ik zal niet-Mijn-°volk Mijn-volk noemen en de niet-geliefd zijnde geliefd zijnde." 23 En Ik zal haar voor Mijzelf zaaien in het land en Ik zal mededogen hebben met Lo-Ruchama, en Ik zal tot Lo-Ammi zeggen: Jij bent Mijn volk. En hij, hij zal zeggen: Mijn Elohim! (SW)[Hos. 2:23]
26 "En het zal zijn in de plaats waar tot hen werd uitgesproken*: 'Jullie zijn niet Mijn volk,' daar zullen zij zonen van de levende Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker genoemd worden." 10 En het aantal van de zonen van IsraŽl zal worden als het zand van de zee dat niet gemeten of genummerd kan worden. En het was in de plaats waar tot hen gezegd wordt: Jullie zijn niet Mijn volk, er tot hen gezegd zal worden: Zonen van El, de Levende. (SW)[Hos. 1:10] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

25

Een vergelijking van Hoseahulp (van JAH) 2:23 met Hoseahulp (van JAH) 1:9-11 laat zien dat dit niet een interpretatie is, maar een illustratie. Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, in Zijn soevereine barmhartigheid, zal de straf terugdraaien die Hij tegen IsraŽlstrijder van God uitsprak. Op precies dezelfde plaats waar zij "Lo-ammI" werden genoemd, zullen zij zonen van de levende Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker worden genoemd. Hij gaat met de naties precies zo om.


27 Jesajaheil is JAH echter schreeuwt over °IsraŽlstrijder van God: "In het geval dat het getal van de zonen van IsraŽlstrijder van God zal zijn als het zand van de zee, het overschot zal gered worden,
28 want de Heer zal, Zijn Woord voltooiend en beknopt zijnd, doen op de aarde," 22 Want indien jouw volk IsraŽl zal zijn als het zand van de zee, een overblijfsel er van zal terugkeren. Een falen is besloten, maar rechtspleging zal overstromen. 23 Wat er is een beŽindiging en die is besloten. Mijn Heer, JAHWEH van legermachten, is het Die het doet middenin heel het land. (SW)[Jes. 10:22,23] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27

Jesajaheil is JAHís getuigenis heeft hetzelfde gevolg. Een overblijfsel van IsraŽlstrijder van God zal gered worden in de komende tijd van verantwoording. Dezen zijn in Openbaringen te zien als de honderd vier en veertig duizend en de grote menigte (Openb. 7:4,9).


29 En zoals Jesajaheil is JAH tevoren heeft uitgesproken: "Indien niet de Here Shebaotlegerscharen voor ons zaad over liet, als ooit Sodombranden/brandend waren wij geworden* en als ooit aan Gomorraonderdompeling werden wij gelijkend gemaakt*." 9 Tenzij JAHWEH van legermachten ons een weinig overlevenden doet resteren, zouden we zijn als Sodom, zijn wij gelijkend op Gomorra. (SW)[Jes. 1:9]
30 Wat dan zullen wij uitspreken? Dat de natiën, die niet rechtvaardigheid najagend, rechtvaardigheid grepen, maar de rechtvaardigheid vanuit geloof, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

30

RECHTVAARDIGING - NATIONAAL

Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers soevereiniteit wordt verder geÔllustreerd in de bedeling van rechtvaardiging. Normaal zou IsraŽlstrijder van God, proberend een rechtvaardige wet te houden, rechtvaardigheid verkregen hebben. Maar de naties, die geen inspanning deden om rechtvaardigheid te verkrijgen, grijpen het omdat zij het vinden op basis van geloof. Het jagen naar rechtvaardigheid door middel van de wet bracht IsraŽlstrijder van God er toe de genade van ChristusGezalfde te weigeren buiten het houden van de wet om.

Het is duidelijk dat dit alleen waar is op nationaal niveau, want niet allen van IsraŽlstrijder van God struikelden, noch vonden allen onder de naties de rechtvaardigheid van geloof. Dit moet voortdurend in gedachten gehouden worden bij het bestuderen van dit hele deel van Romekrachtinen. Het houdt zich niet bezig met individuen, maar met naties. IsraŽlstrijder van God, als geheel, is afvallig, maar toch zijn sommigen onder hen briljante voorbeelden van geloof. De naties, die nooit enig deel hadden aan de zegeningen van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, behalve wanneer ze proselieten werden en zichzelf identificeerden met IsraŽlstrijder van God, geloven Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker nu in aanzienlijke aantallen. Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine wordt de apostel van de naties en wijdt zo de huidige, geheime, bedeling in (Efe. 3:1).


31 maar IsraŽlstrijder van God, de wet van rechtvaardigheid najagende, haalt* tot in wet van rechtvaardigheid niet in. 2 Want ik geef getuigenis voor hen dat zij geestdrift van God hebben, maar niet overeenkomstig besef, 3 want onwetend van de rechtvaardigheid van įGod zijnde en de eigen rechtvaardigheid zoekend te staan*, werden zij niet onderschikt* aan de rechtvaardigheid van įGod. (SW)[Rom. 10:2,3]
32 Waarom? Omdat het niet vanuit geloof was, maar als vanuit werken van wet; zij stoten* zich aan de steen van de aanstoot,
33 zoals het is geschreven: "Neem waar, Ik plaats in Sionburcht een steen van aanstoot en een rots van valstrik, en die in Hem gelooft zal niet te schande gemaakt worden." 14 En Hij is tot heiligdom en tot een steen van aanstoten en tot een rots van een struikelblok; voor de twee huizen van IsraŽl tot een strik en tot een val voor de inwoner van Jeruzalem. (SW)[Jes. 8:14]






Terug naar de index.
Naar Romeinen 10
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.