Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
1SamuŽl
Hoofdstuk 7

   
(Ga met de muis op een naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de betekenis of tekst)

1 En de mannen van Kirjat-JearimKirjat-Jearim = stad met bossen kwamen en zij namen de kist van JAHWEH op en zij brachten hem naar het huis van AbinadabAbinadab = mijn vader is nobel of mijn vader is gewillig, op de heuvel. En zij heiligden EleazarEleazar = God heeft geholpen, zijn zoon, om de kist van JAHWEH te bewaken. 5 En David deed heel IsraŽl samenkomen, van Sichor van Egypte tot aan het komen van Hamat, om de kist van de Elohim van Kirjat-Jearim te brengen. 6 En David en heel IsraŽl gingen op naar Bašla, naar Kirjat-Jearim, dat van Juda is, om vanaf daar de kist van JAHWEH, de Elohim, te doen opgaan, met daarop wonend de cherubs, waarover de Naam werd uitgeroepen. (SW)[1Kron. 13:5-7]
2 En het gebeurde vanaf de dag van het neerzetten van de kist in Kirjat-JearimKirjat-Jearim = stad met bossen, dat er veel dagen zijn, en zij zijn twintig jaren, en heel het huis van IsraŽl klaaglijk is achter JAHWEH.
3 En SamuŽlSamuŽl = van God gebeden sprak tot heel het huis van IsraŽl, zeggend: "Indien jullie met heel jullie hart terugkeren naar JAHWEH, doet dan de elohims van de uitheemse uit jullie midden weg en de AstartesAstartes = ster, en bereidt jullie hart voor op JAHWEH en dient alleen Hem! Dan zal Hij jullie ontrukken uit de hand van de Filistijnen."
4 En de zonen van IsraŽl deden de Bašls en de AstartesAstartes = ster weg, en zij dienden JAHWEH, alleen Hem.
5 En SamuŽlSamuŽl = van God gebeden zei: "Roept heel IsraŽl bijeen in de buurt van MispaMispa = wachttoren, dan zal ik aangaande jullie bidden tot JAHWEH."
6 En zij werden bijeen geroepen in de buurt van MispaMispa = wachttoren; en zij putten water en zij goten het uit voor het aangezicht van JAHWEH. En zij vastten die dag. En zij zeiden daar: "Wij zondigden tegen JAHWEH." En SamuŽlSamuŽl = van God gebeden oordeelde de zonen van IsraŽl in MispaMispa = wachttoren.
7 En de Filistijnen hoorden dat de zonen van IsraŽl in de buurt van MispaMispa = wachttoren bijeen geroepen waren en de stadsvorsten van de Filistijnen gingen op tegen IsraŽl. En de zonen van IsraŽl hoorden het en zij vreesden voor de aangezichten van de Filistijnen.
8 En de zonen van IsraŽl zeiden tot SamuŽlSamuŽl = van God gebeden: "Het moet niet zo zijn dat jij je stil houdt en het niet voor ons uitschreeuwt tot JAHWEH, onze Elohim, en Hij zal ons redden uit de hand van de Filistijnen."
9 En SamuŽlSamuŽl = van God gebeden nam ťťn melklam en hij deed het opgaan, een opstijgoffer, geheel tot roken gebracht aan JAHWEH. En SamuŽlSamuŽl = van God gebeden schreeuwde het uit tot JAHWEH aangaande IsraŽl. En JAHWEH antwoordde hem.
10 En het gebeurde dat SamuŽlSamuŽl = van God gebeden het opstijgoffer deed opgaan. En de Filistijnen kwamen dichtbij voor de strijd tegen IsraŽl. En JAHWEH deed het in die dag met een groot geluid donderen over de Filistijnen en Hij bracht hen in verwarring en zij werden verslagen voor het aangezicht van IsraŽl.
11 En de mannen van IsraŽl gingen uit vanaf MispaMispa = wachttoren en zij achtervolgden de Filistijnen. En zij sloegen hen neer tot aan beneden Bet-KarBet-Kar = huis van de ram of plaats van het lam.
12 En SamuŽlSamuŽl = van God gebeden nam een steen en hij plaatste hem tussen MispaMispa = wachttoren en tussen SenSen = tand of steen en hij noemde haar naam Eben-Ha-EzerEben-Ha-Ezer = steen van de hulp, en hij zei: "Tot hiertoe hielp JAHWEH ons."
13 En de Filistijnen werden onderdanig gemaakt en zij gingen niet voort met hun komen in het grondgebied van IsraŽl. En de hand van JAHWEH was op de Filistijnen, alle dagen van SamuŽlSamuŽl = van God gebeden. 32 En wat zal ik nog zeggen? Want de tijd zal mij ontbreken te vertellen over Gideon, Barak, Simson, Jeftha, David, alsook over Samuel en de profeten,
33 die, door geloof, koninkrijken onderschikken*, rechtvaardigheid werken*, beloften verkregen*, monden van leeuwen sluiten (SW)
[Hebr. 11:32,33]

14 En de steden die de Filistijnen van IsraŽl namen, keerden terug aan IsraŽl, van EkronEkron = landverhuizing of ontworteld tot aan GatGat = wijnpers; en hun grondgebied redde IsraŽl uit de hand van de Filistijnen. En er was vrede tussen IsraŽl en tussen de Amorieten.
15 En SamuŽlSamuŽl = van God gebeden sprak recht in IsraŽl, alle dagen van zijn leven.
16 En hij ging zo vaak als jaar na jaar, en hij ging rond Bet-ElBet-El = huis van God en GilgalGilgal = wiel of rollend en MispaMispa = wachttoren. En hij sprak recht in IsraŽl in al deze plaatsen.
17 En hij keerde terug naar RamaRama = heuvel, want daar was zijn huis en daar sprak hij recht over IsraŽl. En hij bouwde daar een altaar voor JAHWEH.

Terug naar de indexpagina
Naar 1SamuŽl 8
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.