Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Ezra
Hoofdstuk 6

Het boek Ezra gaat over gebeurtenissen in de periode 538-450 v.C.

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam, dan ziet u de betekenis)


1 Toen vaardigde DariusDarius = handhaver van het goede, de koning, een decreet uit. En zij speurden na in het huis van de boekrollen, want de bewaarplaatsen waren daar neergezet in BabelBabel = verwarring.
2 Maar het was in AchmetaAchmeta = ??? , in het kasteel, dat in de provincie MediëMedië = (land van het) midden was, dat é é n rol werd gevonden. En zo werd er in geschreven: "Memorandum.
3 In het eerste jaar van CyrusCyrus = herder of zon, de koning, vaardigde CyrusCyrus = herder of zon, de koning, een decreet uit over het huis van de Eloah*1) in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter. Het huis zal gebouwd worden, een plaats waar men offers offert. En de fundamenten zullen behouden worden, hun hoogte is zestig ellen en hun breedte zestig ellen,
4 drie rijen van bewerkte stenen en een rij die van nieuw hout is; en de uitbetaling wordt verleend uit het huis van de koning;
5 en ook de vaten van het huis van de Eloah, die van het goud en van het zilver, dat Nebukadnessar deed uitgaan uit de tempel die in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter was en overbracht naar BabelBabel = verwarring, doen zij terugkeren en zij zullen naar de tempel gaan die in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter is, op zijn plaats, en jij zal ze in het huis van de Eloah neerzetten.
6 Nu, TattenaiTattenai = gave, gouverneur van de overzijde van de rivier, Setar-BoznaiSetar-Boznai = prachtige ster en hun collegas, de ambtenaren die aan de overkant van de rivier zijn, weest daar verre van,
7 laat het werk van dit huis van de Eloah over aan de gouverneur van de Judeeërs en aan de grijsharige oudsten van de Judeeërs. Zij zullen dit huis van de Eloah bouwen op zijn plaats.
8 En door mij wordt een decreet uitgevaardigd over wat jullie zullen doen met deze grijsharige oudsten van de Judeeërs, bij het bouwen van dit huis van de Eloah. En uit de middelen van de koning en uit de bijdragen van de overkant van de rivier zal meteen een uitbetaling verleend worden aan deze machtige mannen, opdat het werk niet zal stoppen.
9 En wat nodig is, zoals zonen van stieren en rammen en lammeren voor brandoffers aan de Eloah van de hemelen, tarwe, zout, schuimende wijn en olie; naar het gezegde van de priesters die in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter zijn, zal het aan hen verleend worden, dag na dag, en dat niet in onachtzaamheid,
10 zodat zij rustgevende wierook ten offer geven aan Eloah van de hemelen en bidden voor het leven van de koning en zijn zonen.
11 En door mij werd een decreet uitgevaardigd dat elke man die deze beschikking wijzigt, van hem zal een hout uit zijn huis uitgerukt en rechtop gezet worden en hij zal er op gekruisigd worden, en zijn huis zal vanwege dit in beslag genomen worden.
12 En de Eloah, Die Zijn Naam daar deed verblijven, zal elke koning en elk volk doen omvallen dat zijn hand zendt om dit huis van de Eloah, dat in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter is, te wijzigen of te beschadigen. Ik DariusDarius = handhaver van het goede, vaardig dit decreet uit. Het zal meteen worden gedaan."
13 Toen deden TattenaiTattenai = gave, gouverneur van de overzijde van de rivier, Setar-BoznaiSetar-Boznai = prachtige ster en hun collegas dus meteen wat DariusDarius = handhaver van het goede, de koning, zond.
14 En de grijsharige oudsten van de Judeeërs bouwden en waren voorspoedig door de profetie van HaggaiHaggai = (geboren op een) feestdag, de profeet, en ZecharjaZecharja = JAH gedenkt, zoon van IddoIddo = talrijk. En zij bouwden en voltooiden naar het decreet van Eloah van IsraëlIsraël = strijder van God en naar het decreet van CyrusCyrus = herder of zon en DariusDarius = handhaver van het goede en ArtachsastaArtachsasta = die een koninkrijk van Arta, rechtvaardigheid, heeft, koning van PerziëPerzië = zuiver of prachtig. 1 In het tweede jaar van Darius, de koning, in de zesde maand, in dag é é n van de maand, kwam het woord van JAHWEH door de hand van Haggaï, de profeet, tot Zerubbabel, zoon van Sealtiël, gouverneur van Juda, en tot Jozua, zoon van Josadak, de grote priester, zeggend: [Ezra 5:1] (SW)[Hag. 1:1] 1 In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, kwam het woord van JAHWEH tot Zacharia, zoon van Berechja, zoon van Iddo, de profeet, zeggend: (SW)[Zach. 1:1]
15 En dit huis werd voltooid op de derde dag van de maand AdarAdar = ? heerlijk, dat was in het zesde jaar van de regering van DariusDarius = handhaver van het goede, de koning.
16 En de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God, de priesters en de Levieten en de overige van de zonen van de deportatie, deden de inwijding van dit huis van de Eloah in extase.
17 En zij deden voor de inwijding van dit huis van de Eloah honderd stieren, twee honderd rammen, vierhonderd lammeren en twaalf geitenbokken naderen als zonde-offer voor heel IsraëlIsraël = strijder van God, naar het getal van de stammen van IsraëlIsraël = strijder van God.
18 En zij deden de priesters opstaan naar hun onderverdelingen en de Levieten naar hun afdelingen, voor de dienst van de Eloah in JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter, naar het geschrift van de boekrol van MozesMozes = doen vergeten, getrokken, uit het water halen.
19 En de zonen van de deportatie deden het Pascha in de veertiende van de eerste maand.
20 En de priesters en de Levieten reinigden zich als é é n man, zij allen waren reinen. En zij slachtten het Pascha voor alle zonen van de deportatie en voor hun broeders, de priesters, en voor henzelf.
21 En de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God, de teruggekeerden uit de deportatie, aten, met elke die zich afgescheiden had van de onreinheid van de naties van het land, om JAHWEH, Elohim van IsraëlIsraël = strijder van God, ernstig te zoeken.
22 En zij deden de feestviering van de ongezuurde broden, zeven dagen, met vreugde, want JAHWEH deed hen verheugen. En Hij keerde het hart van de koning van AssyriëAssyrië = vlakte tot hen om hun handen te versterken bij het werk aan het huis van de Elohim, Elohim van IsraëlIsraël = strijder van God.

1) Eloah - het Aramees voor Elohim.

Terug naar de indexpagina
Naar Ezra 7
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.