Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Jeremia
Hoofdstuk 24

Jeremia leefde van ca. 645 tot ca. 587 v.C.

   
(Ga met de muis op een versverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam dan ziet u de betekenis)


1 JAHWEH deed mij zien en aanschouw, twee draagmanden met vijgen die voor het aangezicht van de tempel van JAHWEH zijn gesteld, nadat NebukadressarNebukadressar = Nabu, bescherm de erfzoon, koning van BabelBabel = wirwar, JechonjaJechonja = JAH vestigt, zoon van JojakimJojakim = JAH zal oprichten, koning van JudaJuda = lof, en de oversten van JudaJuda = lof en de vakman en de metaalbewerker van JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter had gedeporteerd, en hij hen naar BabelBabel = wirwar haf gebracht. 10 En bij het keren van het jaar zond de koning, Nebukadnessar, en hij bracht hem naar Babel, met de voorwerpen van begeerlijkheid van het huis van JAHWEH. En hij maakte Sedekia, zijn broeder, koning over Juda en Jeruzalem. (SW) [2Kron. 36:10]
2 De ene draagmand had uitermate goede vijgen, zoals vijgen van de eerste rijping, en de andere mand had uitermate ondeugdelijke vijgen, die vanwege hun ondeugdelijkheid niet gegeten konden worden.
3 En JAHWEH zei tot mij: Wat zie jij, Jeremia? En ik zei: Vijgen. De goede vijgen zijn uitermate goede en de ondeugdelijke vijgen zijn uitermate ondeugdelijk, die vanwege hun ondeugdelijkheid niet gegeten worden.
4 En het woord van JAHWEH kwam tot mij, zeggend:
5 Zo zegt JAHWEH, Elohim van IsraëlIsraël = strijder van God: Zoals deze goede vijgen, zo zal Ik ten goede de deportatie van JudaJuda = lof herkennen, die Ik wegzond vanaf deze plaats, naar het land van de Chaldeeën.
6 En Ik zal Mijn oog op hen plaatsen ten goede en Ik zal hen op dit land doen terugkeren en hen opbouwen, en Ik zal niet neerhalen. En Ik zal hen planten en Ik zal hen niet uitplukken.
7 En Ik zal aan hen een hart geven om Mij te kennen, dat Ik JAHWEH ben. En zij worden voor Mij tot volk en Ik zal voor hen tot Elohim worden, want zij zullen met heel hun hart tot Mij terugkeren. 19 En Ik zal aan hen é é n hart geven en Ik zal in jullie binnenste een nieuwe geest geven. En Ik zal het stenen hart wegnemen uit hun vlees en Ik zal aan hen een hart van vlees geven, 20 opdat zij in Mijn statuten zullen gaan en zij Mijn verordeningen in acht zullen nemen en ze doen. En zij zullen voor Mij tot volk worden en Ik zal voor hen tot Elohim zijn. (SW) [Eze. 11:19,20]
8 Maar net als de ondeugdelijke vijgen, die niet gegeten worden vanwege de ondeugdelijkheid (want zo zegt JAHWEH), zo zal Ik SedekiaSedekia = mijn gerechtigheid is JAH, koning van JudaJuda = lof, geven en zijn oversten en het overblijfsel van JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter, die overgebleven zijn in dit land en die wonen in het land van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch)het zwarte land (tov. de witte woestijn).
9 En Ik zal hen geven tot een angstbeeld, tot een kwaad voor alle koninkrijken van de aarde, tot smaad en tot een spreekwoord, tot een spotnaam en tot een vloekuitspreking in al de plaatsen waarheen Ik hen zal verdrijven.
10 En Ik zend tegen hen het zwaard, de hongersnood en de pest, totdat aan hen een einde komt op de grond die Ik aan hen en aan hun vaders gaf.

Terug naar de indexpagina
Naar Jeremia 25
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.