Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Jesaja
Hoofdstuk 42

Jesaja trad op van ca. 750 tot ca. 700 v.C.

   
(Ga met de muis op een versverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
ga met de muis op een groen woord staan, dan ziet u de betekenis)


1 Aanschouw Mijn Dienaar, Ik hou Hem hoog, Mijn uitverkorene in Wie Mijn ziel welgevallen heeft. Ik geef Mijn geest op Hem. Hij zal oordeel doen uitgaan tot de naties. En zie*, een stem uit de hemelen, zeggende: Dit is Mijn °Zoon, de Geliefde, in Wie Ik welbehagen vind (SW) [Matt. 3:17]
2 Hij zal niet schreeuwen en Hij zal Zijn stem niet opheffen en Hij zal Zijn stem niet doen horen in de straat.
3 Een gekneusd riet zal Hij niet breken en de gedimde vlaspit zal Hij niet uitdoven. Tot waarheid zal Hij oordeel doen uitgaan.
4 Hij zal niet dimmen en Hij zal niet kneuzen tot Hij in de aarde oordeel plaatst, want op Zijn wet wachten de kustlanden. 18 Zie*, Mijn °Jongen, die Ik verkies*, Mijn °Geliefde, in Wie Mijn ziel zich verheugt*! Ik zal Mijn geest op Hem plaatsen en Hij zal verslag doen, de naties oordelend.
19 Hij zal niet twisten, noch zal Hij misbaar maken, noch zal iemand in de pleinen Zijn °stem horen.
20 Een riet dat is geknakt zal Hij niet breken en smeulend vlas zal Hij niet blussen, totdat Hij eens het oordeel zal uitwerpen* in overwinning.
21 En in Zijn Naam zullen de naties verwachten (SW)
[Matt. 12:18-21]

5 Zo zegt de El, Schepper van de hemelen en Die ze uitstrekte, Die de aarde uitstampte en haar tevoorschijn komenden, Die adem geeft aan het volk die er op zijn en geest aan die in haar gaan. 24 De God, Die de wereld maakt* en al dat daarin is, Deze Heer behoort hemel en Aarde, verblijft niet in handgemaakte tempels,
25 noch wordt Hij bediend door mensenhanden, alsof Hij iets nodig heeft, Hijzelf aan allen leven gevend en adem en alles (SW)
[Hand. 17:24,25]

6 Ik, JAHWEH, Ik roep Jou in rechtvaardigheid en Ik zal Jou bij Jouw hand vasthouden en Ik zal Jou bewaren en Ik zal Jou geven tot een verbond met een volk, tot een licht van naties, een licht voor de onthulling van naties en heerlijkheid voor Uw volk, Israël (SW)[Luk. 2:32]
7 om blinde ogen te ontsluiten, om de gevangene te doen uitgaan vanaf de omsloten ruimte en die in duisternis wonen vanaf het huis van hechtenis.
8 Ik ben JAHWEH, dat is Mijn Naam. En Mijn heerlijkheid zal Ik niet aan een ander geven of Mijn lofprijzing aan de beeldsnijwerken.
9 En de dingen van vroeger, aanschouw, zij kwamen. En Ik vertel nieuwe dingen. Voordat ze uitspruiten zal Ik ze jullie aankondigen.
10 Zingt tot JAHWEH een nieuw lied, Zijn lofprijzing vanaf het einde van de aarde, jullie die afdalen naar de zee en zijn volheid, de kustlanden en hun bewoners.
11 De wildernis en zijn steden zullen hun stem opheffen, de gehuchten waar KedarKedar = krachtig woont. Zij die in de rots wonen zullen jubelen, vanaf de top van de bergen zullen zij van vreugde schreeuwen.
12 Zij zullen heerlijkheid voor JAHWEH plaatsen en in de kustlanden zullen zij Zijn lofprijzing vertellen.
13 JAHWEH zal uitgaan als de Machtige; als een Man van oorlogen zal Hij ijver opwekken. Hij zal luidkeels schreeuwen; inderdaad, Hij zal de strijdkreet schreeuwen. Over Zijn vijanden zal Hij Zichzelf machtig maken.
14 Ik zweeg sinds de aion. Ik hield Mij stil. Ik beheerste Mij. Als de barende vrouw schreeuw Ik het uit. Ik zal tezamen adem halen en hijgen.
15 Ik zal bergen en heuvels droogleggen en al hun kruid zal Ik doen opdrogen en Ik zal stromen tot zandbanken plaatsen en moerassen zal Ik doen opdrogen.
16 Ik doe blinden gaan op een weg die zij niet kennen en in sporen die zij niet kennen zal Ik hen doen treden. Ik zal duisternis voor hun aangezichten tot licht plaatsen en oneffen plaatsen tot vlakke grond. Ik doe deze dingen en Ik zal hen niet verlaten.
17 Zij werden achterwaarts afgewend. Zij zullen beschaamd staan, ja schaamte over die vertrouwen op het beeldsnijwerk, die tot een gegoten beeld zeggen: Jullie zijn onze elohim!
18 Doven, hoort! En blinden, kijkt om te zien!
19 Wie is blind, behalve alleen Mijn dienaar? En doof, als Mijn boodschapper die Ik zend? Wie is blind als de vertrouweling en blind als de dienaar van JAHWEH?
20 Jij ziet vele dingen, maar jij observeert niet. Oren zijn ontsloten, maar jij luistert niet.
21 JAHWEH schept behagen omwille van Zijn rechtvaardigheid. Hij zal de wet groot maken en Hij zal die edel maken.
22 En dit is een volk dat geplunderd en beroofd is, gestrikt wordend in de gaten, allen van hen. En in de huizen van hechtenissen zijn ze verscholen. Zij zijn tot plundering en er is geen uitredder. Er is beroving en er is geen die zegt: Doe terugkeren!
23 Wie onder jullie zal aan dit gehoor geven? Wie zal acht geven en luisteren naar wat hierna zal zijn?
24 Wie gaf JakobJakob = hielenlichter aan de berover en IsraëlIsraël = strijder van God aan plunderaars? Is het niet JAHWEH, Deze tegen Wie wij zondigden? Zij wilden niet in Zijn wegen gaan en zij luisterden niet naar Zijn wet.
25 En Hij zal op hem de woede van Zijn boosheid uitgieten en de sterkte van de strijd. En Hij zal hem in lichterlaaie zetten, rondom. En men weet het niet en het zal in hem branden, maar hij plaatst het niet op zijn hart.

Terug naar de indexpagina
Naar Jesaja 43
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.