Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Spreuken 1

   
(Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam, dan ziet u de betekenis)


DE STRUCTUUR VAN HET BOEK SPREUKEN
1:1-6 Inleiding
1:6-9:18.   "De woorden van de wijze" voor Salomo - voor een prins en
   een koning
   Tweede persoon - de moeder.
10:1-19:19.     Spreuken door Salomo - voor allen
    Derde persoon.
19:20-24:34.       Spreuken voor Salomo - voor een prins en een koning
      Tweede persoon.
25:1-26:28.     Spreuken door Salomo - voor allen - gekopieerd door mannen
    van Hezekiah
    Derde persoon.
27:1-29:27.       Spreuken voor Salomo - voor een prins en een koning
      Tweede persoon.
30:1-31:31.   "De woorden van Agur" en "de woorden van Lemuel" - voor
   Salomo - voor een prins en een koning - de "moeder".

1 Spreekwoorden van SalomoSalomo = man van de vrede, zoon van DavidDavid = lieveling, koning van IsraëlIsraël = strijder van God, En hij spreekt drieduizend spreuken en zijn liederen zijn vijf en het belangrijkste (SW)[1Kon. 4:32]
2 om wijsheid te kennen en vermaning, om gezegden van begrip te begrijpen.
3 Om discipline te nemen, om inzicht te krijgen, rechtvaardigheid en oordeel en rechte dingen.
4 Om aan de eenvoudigen schranderheid te geven, aan de knaap kennis en bedachtzaamheid.
5 De wijze zal horen en hij zal aan zijn betoog toevoegen en de begrijpende zal vaardigheden verwerven.
6 Om spreekwoord en puzzel te begrijpen, woorden van wijzen en hun raadsels.
7 Vrees voor JAHWEH is het begin van kennis. En dwazen verachten wijsheid en vermaning. En Hij zegt tot de mens: Zie!, de vrees voor de Heer, het is wijsheid, en terugtrekken van het kwade is verstand (SW) [Job 28:28]
8 Luister, mijn zoon, naar de vermaning van jouw vader en het moet niet zo zijn dat jij de wet van jouw moeder in de steek laat.
9 Want zij zijn de krans van genade op jouw hoofd en halssnoeren voor jouw keel.
10 Mijn zoon, indien zondaren jou verlokken, moet het niet zo zijn dat jij bewilligt.
11 Indien zij zeggen: "Ga met ons mee, wij leggen een hinderlaag voor bloed, wij zullen zonder reden op de loer liggen voor de onschuldige.
12 Als het dodenrijk zullen wij hen verzwelgen, levenden en onberispelijken, als hen die neerdalen in een onderaards gewelf.
13 Alle kostbare weelde zullen wij vinden; wij zullen onze huizen vullen met buit.
14 Jouw lot werp jij in ons midden, é é n geldbuidel zal voor ons allen zijn."
15 Mijn zoon, het moet niet zo zijn dat jij met hen in de weg gaat. Weerhoud jouw voet van hun spoor.
16 Want hun voeten rennen naar het kwaad en zij haasten zich tot vergieten van bloed.
17 Want zonder reden wordt het net opgegooid, voor de ogen van elke bezitter van een vleugel.
18 En zij leggen een hinderlaag voor hun bloed, zij liggen op de loer voor hun zielen.
19 Zo zijn de paden van elke hebzuchtige naar winst; het neemt de ziel van zijn bezitters weg.
20 Wijsheid jubelt in de straten, zij geeft haar stem in de pleinen.
21 Aan het hoofd van hen die rumoer maken roept zij. In de portalen van de poorten in de stad zegt zij haar gezegden. 1. Roept de Wijsheid niet, en verheft niet de Verstandigheid Haar stem?
2 Op de spits der hoge plaatsen, aan den weg, ter plaatse, waar paden zijn, staat Zij;
3 Aan de zijde der poorten, voor aan de stad, aan den ingang der deuren roept Zij overluid (SV
[Spr. 8:1-3]

22 Tot wanneer, eenvoudigen, zullen jullie eenvoud liefhebben? En de spotters, begeren zij hun spotten voor zich? En dommen, zullen zij kennis haten?
23 Jullie zullen terugkeren tot mijn terechtwijzing. Aanschouw!, ik zal mijn geest tot jullie uiten. Ik zal jullie mijn woorden bekend maken!
24 Omdat ik riep en jullie weigerden, strekte ik mijn hand uit en er was niemand die aandacht gaf!
25 En jullie distantieerden je van al mijn raadgeving en jullie wilden mijn terechtwijzing niet.
26 Ook zal ik jullie mij in jullie ramp vermaken; ik zal hoonlachen bij het komen van jullie bangheid,
27 bij het komen van jullie bangheid als een onweersbui, en jullie ramp zal arriveren als een wegvagende wervelwind, wanneer benauwdheid en beklemming op jullie komen.
28 Dan zullen zij mij roepen en ik zal niet antwoorden. Zij zullen mij vroeg zoeken en zij zullen mij niet vinden.
29 Omdat zij kennis haten en zij niet de vrees voor JAHWEH kiezen.
30 Zij willen niet horen naar mijn raadgeving; zij versmaadden elke terechtwijzing van mij.
31 En zij zullen eten van de vrucht van hun weg en zij zullen verzadigd worden van hun beraadslagingen.
32 Want de afvalligheid van de eenvoudigen zal hen doden en de onbezorgdheid van de dommen zal hen vernietigen.
33 En die naar mij luistert zal verblijven in vertrouwen en hij zal rust hebben van de bangheid van het kwaad.

Terug naar de indexpagina
Naar Spreuken 2
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinde zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.