Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Zacharia
hoofdstuk 9

   
(Ga met de muis op een versverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam dan ziet u de betekenis)


1 De last van het woord van JAHWEH: In het land van HadrachHadrach = woning en DamascusDamascus = bedrijvig of "vergoten bloed" is zijn rustplaats, want naar JAHWEH is het oog van de mensheid en van alle stammen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God. 1 Een last over Damascus. Zie!, Damascus wordt weggenomen van het zijn van een stad, en het wordt een puinhoop, een gevallen plaats.
2 Verlaten zijn de steden van Aroer, zij zullen worden voor de kudden, en zij zullen er rusten en er is niemand die ze doet beven.
3 Het fort wordt uitgeroeid uit EfraÔm en het koninkrijk uit Damascus en een overblijfsel uit Aram zal zijn als de heerlijkheid van de zonen van IsraŽl, beweert JAHWEH van legermachten. (SW)
[Jes. 17:1-3]

2 En ook HamatHamat = warme bronnen grenst aan haar, TyrusTyrus = rots en SidonSidon = visserij (-stad), want zij zijn uitermate wijs! 9 Zo zegt JAHWEH: Om drie overtredingen van Tyrus en om vier zal Ik het niet terugnemen. Vanwege hun totale deportatie, om hen over te leveren aan Edom en zij dachten niet aan het verbond van broeders.
10 En Ik zend vuur tegen de muur van Tyrus en het verslindt haar burchten (SW)
[Amos 1:9-10]

3 En TyrusTyrus = rots bouwt een belegeringsverdediging voor haarzelf en hoopt zilver op als losse aarde en fijn goud als modder van de straten.
4 Aanschouw!, mijn Heer zal haar verdrijven en Hij haar vermogen neerslaan in de zee; en zij, zij zal verslonden worden in het vuur.
5 AskelonAskelon = het vuur van de schande of ik zal gewogen worden zal het zien en zal vrezen. En GazaGaza = de sterke zal uitermate pijnlijke angst hebben en EkronEkron = stad - want haar toeverlaat zal beschaamd doen staan. En de koning zal uit GazaGaza = de sterke omkomen en AskelonAskelon = het vuur van de schande of ik zal gewogen worden zal niet bewoond worden.
6 En een bastaard zal in AsdodAsdod = vesting wonen en Ik snijd de trots van de Filistijnen af.
7 En Ik zal zijn bloed wegnemen uit zijn mond en zijn gruwelen van tussen zijn tanden. Maar hij die overblijft, ook hij, zal voor onze Elohim zijn en hij zal als mentor worden in JudaJuda = lof en EkronEkron = stad als een Jebusiet.
8 En Ik zal Mij legeren voor Mijn huis als een detachement van passerenden en terugkeerders. En de taakeiser zal niet meer over hen passeren, want nu zie Ik met Mijn ogen.
9 Jubel uitermate uitbundig, dochter van SionSion = burcht! Juichm, dochter van JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter! Aanschouw!, jouw koning zal tot jou komen. Rechtvaardig en redding brengend is Hij, nederig en rijdend op een ezel, op een veulen, zoon van een ezelin. Zegt* tot de dochter van Sion: Zie*, jouw koning komt naar jou, zachtmoedig, en zittend op een ezelin en op een veulen, de zoon van een ezel. (SW)[Matt. 21:5]
10 En Ik snijd de strijdwagen af vanaf EfraÔmEfraÔm = dubbel vruchtbaar en het paard vanaf JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter. En de strijdboog zal worden afgesneden. En Hij zal vrede spreken tot de naties. En Zijn heerschappij zal zijn van zee tot zee en vanaf de Rivier tot aan de limieten van de aarde. En hij zal heersen van zee tot zee en van de rivier tot aan de einden van het land. (SW) [Psalm 72:8]
11 Ook jij, in het bloed van jouw verbond zend Ik jouw gevangenen, uit een kerker waarin geen water is.
12 Keerm terug naar de vesting, gevangenen van de hoop. Ook vandaag deel Ik mede: Ik zal aan jou dubbel herstellen.
13 Want Ik buig JudaJuda = lof voor Mijzelf, de boog vul Ik met EfraÔmEfraÔm = dubbel vruchtbaar en Ik zwiep jouw zonen, SionSion = burcht, over jouw zonen, JawanJawan = de gebieden Griekenland en IoniŽ - de verre kustlanden. En Ik plaats jou tot zwaard van een machtig man.
14 En JAHWEH zal over hen verschijnen en Zijn pijl gaat uit als de bliksemflits. En mijn Heer JAHWEH zal in de ramshoorn blazen en Hij gaat in de hevige stormen van het zuiden.
15 JAHWEH van legermachten zal hen beschermen en zij zullen verslinden en zij zullen de stenen van de slinger bedwingen. En zij zullen drinken en rumoer maken als van wijn en zij zullen vol zijn als de besprengschaal, als de hoekzuilen van het altaar.
16 En JAHWEH, hun Elohim, zal hen in die dag redden, als de kudde kleinvee van Zijn volk, want zij zullen zijn als de stenen van een onderscheidingsteken dat als een vaandel zichzelf over hun grond zwaait.
17 Want hoe groot is Zijn goedheid en hoe groot is Zijn schoonheid? Graan voor de uitgekozen jongemannen en druivensap zal Hij produceren voor de maagden.

Terug naar de indexpagina
Naar Zacharia 10
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.