Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Deuteronomium
Hoofdstuk 10

   
(Ga met de muis op een naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de betekenis of tekst)

1 "In die tijd zei JAHWEH tot mij: Hak voor jezelf twee stenen platen uit zoals de eersten, en ga naar Mij op op de berg. En maak voor jezelf een kist van hout. 1 En JAHWEH zegt tot Mozes: Houw voor jezelf twee stenen tabletten, zoals de eerste, dan schrijf Ik op de tabletten de woorden die op de eerste tabletten kwamen, die jij brak.
2 En wees tegen de morgen klaar en klim in de morgen de berg van SinaÔ op en plaats jezelf daar voor Mij, op de top van de berg.
3 Geen man zal met jou opklimmen, en ook moet er geen man gezien worden op enig deel van de berg. Ook de schaapskudde en het grootvee moeten niet grazen aan de voorkant van die berg.
4 En hij houwt twee tabletten van steen, zoals de eerste. En Mozes staat vroeg in de morgen op en hij klimt de berg SinaÔ op, zoals JAHWEH hem opdroeg. En hij neemt in zijn hand twee tabletten van steen.
5 En JAHWEH daalt neer in de wolk en plaatst Zich daar bij hem. En hij roept in de naam van JAHWEH. (SW)
[Exo. 34:1-5]

2 Dan zal Ik op de platen de woorden schrijven die op de eerste platen waren, die jij brak, en jij plaatst ze in de kist."
3 En ik maakte een kist van acaciahout en ik hakte twee stenen platen uit, zoals de eersten, en ik ga op naar de berg en de twee stenen platen waren in mijn hand.
4 En Hij schreef op de platen zoals het eerste geschrevene, de tien woorden die JAHWEH tot jullie op de berg sprak, vanuit het midden van het vuur, tijdens de dag van de samenkomst. En JAHWEH gaf ze aan mij.
5 En ik wendde mij om en ik daalde af van de berg en ik plaatste de platen in de kist die ik maakte. En zij zijn daar zoals JAHWEH mij instructie gaf. Er was niets in de ark, dan alleen de twee stenen tafelen, die Mozes bij Horeb daarin gelegd had, als de HEERE [een] [verbond] maakte met de kinderen IsraŽls, toen zij uit Egypteland uitgetogen waren. (SW)[1Kon. 8:9]
6 En de zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God reisden van de Putten van BeneBene = zonen van JaškanJaškan = laat hem hen onderdrukken naar MoseraMosera = band,boei. Daar stierf AšronAšron = lichtbrenger en hij werd daar begraven. En EleazarEleazar = God is hulp, zijn zoon, diende als priester in zijn plaats. En Mozes ontdoet Ašron van zijn kledingstukken, en hij doet ze Eleazar, zijn zoon, aan. En Ašron sterft daar, op de top van de berg. En Mozes en Eleazar dalen af van de berg (SW)[Num. 20;28]
7 Van daar reisden zij in de richting van GudgodGudgod = insnijding en van GudgodGudgod = insnijding in de richting van JotbataJotbata = gelukskind, land van waterlopen met watermv.
8 In die tijd scheidde JAHWEH de stam van LeviLevi = aanhankelijk, aanhanger af om de kist van het verbond van JAHWEH te dragen, om voor het aangezicht van JAHWEH te staan, om voor Hem dienst te verrichten en te zegenen in Zijn naam, tot op deze dag. 5 En JAHWEH spreekt tot Mozes, zeggend:
6 Breng de stam van Levi naderbij en doe hen staan voor het aangezicht van Ašron, de priester. En zij dienen hem.
7 En zij houden zijn opdracht en de opdracht van heel de vergadering voor de tent van de afspraak, om de dienst van de tabernakel te dienen.
8 En zij onderhouden al het toebehoren van de tent van de afspraak en de opdracht van de zonen van IsraŽl, om de dienst van de tabernakel te dienen.
9 En jij geeft de Levieten, die gegeven zijn, aan Ašron en aan zijn zonen. Zij zijn aan hem gegeven uit de zonen van IsraŽl. (SW)
[Num. 3:5-9]

9 Vanwege dit was er voor LeviLevi = aanhankelijk, aanhanger geen portie en lotbezit met zijn broeders. JAHWEH, Hij is zijn lotbezit, zoals JAHWEH, jouw Elohim, tot hem sprak. En JAHWEH zegt tot Ašron: In hun land zal jij geen lotdeel hebben en in hun midden zal er voor jou geen deel zijn. Ik ben jouw deel en jouw lotdeel in het midden van de zonen van IsraŽl. (SW)[Num. 18:20]
10 en ik, ik stond op de berg zoals de eerste veertig dagen en veertig nachten, en JAHWEH luisterde ook deze keer naar mij. JAHWEH zou jullie niet te gronde richten. En hij was daar met JAHWEH, veertig dagen en veertig nachten. Brood at hij niet en water dronk hij niet. En Hij schrijft de woorden van het verbond op de tabletten, de tien woorden (SW)[Exo. 34:28]
11 En JAHWEH zei tot mij: Sta op, ga op reis vůůr het aangezicht van het volk. En zij zullen binnen komen en zij zullen het land pachten dat Ik zwoer aan hun vaders te geven om het aan hen te geven.
12 En nu, IsraŽlIsraŽl = strijder van God, wat vraagt JAHWEH, jouw Elohim van jou, anders dan alleen JAHWEH, jouw Elohim, te vrezen, te gaan in al Zijn wegen en Hem lief te hebben en JAHWEH te dienen met heel jouw hart en met heel jouw ziel,
13 de instructies van JAHWEH in acht nemend en Zijn statuten, over welke ik jou vandaag instructie geef, ten goede van jou?
14 Aanschouw! Voor JAHWEH, jouw Elohim, zijn de hemelen en de hemelen van de hemelen, de aarde en al wat er in is,
15 maar aan jouw vaders werd JAHWEH gehecht, hen liefhebbend en hen kiezend in hun zaad na hen, in jullie, uit alle volken, zoals in deze dag.
16 En jullie besnijden de voorhuid van jullie hart en jullie zullen jullie nek niet verder stijf maken.
17 Want JAHWEH, jullie Elohim, Hij is Elohim van de elohim en Heermv van de heren, de El, de grote, de machtige en de vreeswekkende, Die niet gezichten opheft en geen omkoopgeschenk aanneemt, Die op Zijn tijd zal tonen de blije en enige Potentaat, de Koning van de koningen, en de Heer van de heren (SW)[1Tim. 6:15] want er is geen voorliefde bij įGod (SW)[Rom. 2:11]
18 Die het recht doet van wees en weduwe, Die de tijdelijke verblijver liefheeft, aan hem brood en een kledingstuk gevend.
19 Jullie zullen de tijdelijke verblijver liefhebben, want jullie werden tijdelijke verblijvers in het land van EgypteEgypte = (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch)het zwarte land (tov. de witte woestijn).
20 JAHWEH, jouw Elohim, zal jij vrezen. Hem zal jij dienen en aan Hem zal jij kleven en bij Zijn naam zal jij zweren.
21 Hij is jouw lofprijzing en Hij is jouw Elohim, Die met jou de grote daden en de vreeswekkende daden deed die jouw ogen zagen.
22 Met zeventig zielen daalden jouw vaders af naar EgypteEgypte = (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch)het zwarte land (tov. de witte woestijn) en nu plaatste JAHWEH, jouw Elohim, jullie als sterren van de hemelen, tot een menigte." En de zonen van Jozef die aan hem in Egypte geboren waren, waren twee zielen. Alle zielen van het huis van Jakob die naar Egypte komen, waren zeventig. (SW)[Gen. 46:27] En Hij brengt hem naar buiten en Hij zegt: Kijk alstublieft naar de hemel en tel de sterren, als je in staat bent ze te tellen! En Hij zegt tot hem: Zo zal jouw zaad worden! (SW)[Gen. 15:5]

Terug naar de indexpagina
Naar Deuteronomium 11
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.