Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Deuteronomium
Hoofdstuk 23

   
(Ga met de muis op een naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de betekenis of tekst)

1 "Niemand die verwond is door verplettering of van wie de penis is afgesneden zal in de samenkomst van JAHWEH komen.
2 Geen bastaard zal in de samenkomst van JAHWEH komen. Zelfs de tiende generatie van hen zal niet in de samenkomst van JAHWEH komen.
3 Geen AmmonAmmon = betrouwbaariet of MoabMoab = (afstammend) van de vaderiet zal komen in de samenkomst van JAHWEH, zelfs de tiende generatie van hen zal niet in de samenkomst van JAHWEH komen, tot aan de aion, 1 In die dag werd in de boekrol van Mozes gelezen in de oren van het volk en men vond er in geschreven dat geen Ammoniet en Moabiet zal komen in de samenkomst van de Elohim, tot aan de aion, 2 want zij hadden de zonen van IsraŽl geen bijstand verleend met brood en met water en men huurde Bileam tegen hen om van hem een vloek uit te spreken. En onze Elohim keerde het vloek uitspreken om tot zegen. (SW)[Neh. 13:1,2]
4 vanwege de zaak dat zij jullie geen bijstand verleenden met brood en met watermv op de weg van jullie uitgaan uit EgypteEgypte = (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch)het zwarte land (tov. de witte woestijn) en omdat hij tegen jou BileamBileam = verslinder van het volk, zoon van Beor, huurde, uit PetorPetor = waarzegger , Aram-NaharaÔmAram-NaharaÔm = Aram van de twee rivieren , om jou te vervloeken. 3 En Moab was buitengewoon huiverig voor het aangezicht van het volk, want het was met velen. En Moab raakte geÔrriteerd door het zien van de zonen van IsraŽl.
4 En Moab zegt tot de ouden van Midian: Nu zal de verzameling alles rondom oplikken, zoals de stier het groen van het veld oplikt. En Balak, zoon van Zippor, was koning van Moab in die tijd.
5 En hij zendt boodschappers naar Bileam, zoon van Beor, in de buurt van Pethor, wat op de stroom van het land van zijn volk is, hem roepend, zeggend: Zie! een volk trok op uit Egypte. Zie! het bedekt het oog van het land en het verblijft voor mij.
6 En ga nu, alstublieft, en vervloek voor mij dit volk, want het is sterker dan mij. Misschien zal ik in staat zijn hem te verslaan en zal ik hem verdrijven uit het land. Want ik weet dat wie jij zegent, die wordt gezegend en wie jij vervloekt, die wordt vervloekt. (SW)
[Num. 22:3-6]

5 Maar JAHWEH, jouw Elohim, wilde niet luisteren naar BileamBileam = verslinder van het volk; en JAHWEH, jouw Elohim, keerde voor jou de vloek-uitspreking om tot zegen, want JAHWEH, jouw Elohim, heeft jou lief.
6 Jij doet geen navraag naar hun welzijn en of het hen goed gaat, al jouw dagen, voor de aion.
7 Jij zal een Edomiet niet verafschuwen, want hij is jouw broeder. Jij zal een EgypteEgypte = (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch)het zwarte land (tov. de witte woestijn)naar niet verafschuwen, want jij werd een tijdelijke verblijver in zijn land.
8 Zonen die van hen geboren worden, de derde generatie zal komen in de samenkomst van JAHWEH.
9 Wanneer een legerkamp van jou uitgaat tegen jouw vijanden, neem dan jezelf in acht tegen elke kwade zaak.
10 Wanneer er onder jullie een man is die niet rein is door een gebeurtenis van de nacht, dan gaat hij uit tot buiten de legerplaats. Hij zal niet tot het midden van de legerplaats komen.
11 Wanneer het aangezicht van de avond er is, zal hij zich wassen in watermv; en bij het ondergaan van de zon zal hij tot het midden van de legerplaats komen.
12 Een uitwijkplaats zal er komen voor jou, buiten de legerplaats en jij gaat daarheen uit, naar buiten.
13 En er zal een pin voor jou zijn in jouw gerei, en het gebeurt, tijdens jouw buiten zitten, dat jij er mee delft; dan keer jij je om en jij bedekt jouw uitscheiding.
14 Want JAHWEH, jouw Elohim, wandelt in het midden van jouw legerplaats om jou uit te redden en voor jouw aangezicht jouw vijanden aan jou te geven. En jouw legerkampen zijn heilig en Hij zal in jou niet de naaktheid zien van wat dan ook. Dan keert Hij zich terug van achter jou.
15 Jij zal geen dienaar uitleveren aan zijn heer die zichzelf aan jou uitredt van zijn heer.
16 Hij zal bij jou wonen, in jouw midden, in de plaats die hij zal kiezen in ťťn van jouw poorten, naar zijn goedvinden. Jij zal hem niet tiranniseren.
17 Er zal uit de dochters van IsraŽlIsraŽl = strijder van God geen heiligdom-prostituee komen en er zal geen heiligdom-prostituee zijn uit de zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God. Jullie moeten jullie dochter niet ontheiligen door van haar een prostituee te maken, opdat het land niet prostitueert en het land vol is van wetteloosheid. (SW)[Lev. 19:29] 24 En er was ook een heiligdom-prostituee in het land! Zij deden naar alle afschuwelijkheden van de naties, die JAHWEH verdreef van voor de aangezichten van de zonen van IsraŽl (SW)[1Kon. 14:24]
18 Jij zal geen handgeld van een prostituee of de koopprijs van een hond brengen in het huis van JAHWEH, jouw Elohim, voor enig plechtig belofte-offer, want het is een verafschuwing voor JAHWEH, jouw Elohim, ja allebei.
19 Jij zal geen rente opleggen aan jouw broeder, rente op zilver, rente op voedsel, rente op enig ding dat rente kan opbrengen.
20 Aan de uitheemse zal jij rente opleggen, maar jouw broeder zal jij geen rente opleggen, opdat JAHWEH, jouw Elohim, jou zal zegenen bij elke onderneming van jouw hand op het land waarheen jij gaat om het te pachten. Indien jullie Mijn volk, het nederige, aan jullie verplichten met zilver, zullen jullie voor hen niet zijn als een schuldeiser. Jullie zullen geen rente op hen plaatsen. (SW)[Exo. 22:25]
21 Wanneer jij plechtig een plechtige belofte belooft aan JAHWEH, jouw Elohim, zal jij niet vertragen die uit te voeren, want JAHWEH, jouw Elohim, zal het van jou eisen, ja eisen, anders wordt het zonde in jou. Opnieuw: jullie horen* dat verklaard* was aan de ouden: Jij zal geen meineed plegen, maar jij zal jouw eden aan de Heer houden (SW)[Matt. 5:33]
22 En wanneer je nalaat plechtig te beloven, zal het in jouw geen zonde worden.
23 De uiting van jouw lippen zal jij in acht nemen en jij doet zoals jij plechtig beloofde aan JAHWEH, jouw Elohim; het is een vrijwillig offer waarvan jij met jouw mond sprak.
24 Wanneer jij komt in de wijngaard van jouw naaste, dan eet jij druiven naar de verzadiging van jouw ziel, maar in jouw vat zal jij niets doen.
25 Wanneer jij komt in het staande koren van jouw naaste, dan zal jij korensnippers met jouw hand afplukken, maar jij zal geen zeis zwaaien in het staande koren van jouw naaste."



Terug naar de indexpagina
Naar Deuteronomium 24
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.