Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Deuteronomium
Hoofdstuk 32

   
(Ga met de muis op een naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de betekenis of tekst)

1 "Geeft gehoor, hemelen, en ik zal spreken, en de aarde zal de gezegden van mijn mond horen.
2 Mijn betoog zal druppelen als de regen, mijn gezegde vloeit als de dauw, als de motregen op de vegetatie, als regenbuien op het kruid.
3 Want ik roep de naam van JAHWEH uit! Verleent grootheid aan onze Elohim!
4 De onberispelijke Rots is Zijn verrichting, want al Zijn wegen zijn oordeel. Hij is de El van trouw en er is geen onrechtvaardigheid; rechtvaardig en recht is Hij.
5 Men is verdorven geworden tegen Hem. Ze zijn niet langer Zijn zonen door hun smet, een verdraaide en gekronkelde generatie. Antwoordend* nu, zei* įJezus: O, ongelovig en koppig geslacht! Tot wanneer zal Ik bij jullie zijn? Tot wanneer zal Ik jullie tolereren? Brengt hem hier bij Mij! (SW)[Matt. 17:17]
6 Vergelden jullie dit JAHWEH, ontaard en onwijs volk? Is Hij niet jullie Vader? Hij verwierf jullie en Hij, Hij maakte jullie en Hij vestigde jullie.
7 Gedenk de dagen van de aion. Begrijpt de jaren van generatie na generatie. Vraag jouw vader en hij zal jou vertellen, jouw oudsten en zij zullen het tot jou zeggen:
8 Toen de Allerhoogste aan de naties lotbezittingen gaf, toen Hij de zonen van de mens uit elkaar deed gaan, stelde Hij de grenzen van de volken vast naar het getal van de zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God. Daarbij: Hij maakt* uit ťťn iedere natie van de mensheid, om te wonen op heel het oppervlak van de aarde, specificerend* de vaststelling van de seizoenen en de grenzen van hun įwoongebied (SW)[Hand. 17:26] En de zonen van Jozef die aan hem in Egypte geboren waren, waren twee zielen. Alle zielen van het huis van Jakob die naar Egypte komen, waren zeventig. (SW)[Gen. 46:27]
9 Want de portie van JAHWEH is Zijn volk; JakobJakob = hielenlichter is de lijn van zijn lotbezit.
10 Hij vond hem in een land van wildernis en in chaos, een jammerlijke troosteloosheid. Hij omringt hem en Hij doet hem verstaan. Hij bewaart hem als de pupil van Zijn oog.
11 Als een gier wekt Hij Zijn nest op; Hij vibreert over Zijn kuikentjes, Hij spreidt Zijn vleugels uit, Hij neemt hem, Hij draagt hem op Zijn vleugelpunt.
12 Alleen JAHWEH gidst hem en bij hem is geen uitheemse el.
13 Hij doet hem rijden op de hoge plaatsen van het land en hij eet de opbrengsten van het veld. En Hij doet hem honing zuigen uit een steile rots en olie uit de kiezelsteen van de rots.
14 Dikke room van het grootvee en melk van het kleinvee, met vet van bokkige lammeren en rammen uit BasanBasan = effen terrein, zonder stenen en bokken, met het vet van tarwekiemen, en van het bloed van de druif drink jij schuimende wijn.
15 En JesurunJesurun = (op)recht werd vadsig en hij trapt (jij bent vadsig en jij bent dik en jij bent potig) en hij laat Eloah, Die hem maakte, in de steek. En hij onteert de Rots van zijn redding.
16 Zij maken Hem jaloers met vreemde goden, met afschuwelijkheden tergen zij Hem.
17 Zij offeren aan demonen, niet Eloah. Elohim kenden zij niet. Zij kwamen tot nieuwe die dichtbij waren. Jullie vaders werden door hen niet met afgrijzen vervuld. Maar dat wat zij offeren, offeren zij aan demonen, en zij offeren niet aan God, en ik wil niet dat jullie deelnemers worden met de demonen (SW)[1Kor. 10:20]
18 De Rots Die jou verwekt ben jij je niet bewust. En jij vergeet El, Die barensweeŽn over jou had.
19 En JAHWEH zag en Hij versmaadde door de terging van Zijn zonen en Zijn dochters.
20 En Hij zei: Ik zal Mijn aangezicht voor hen verbergen. Ik zal zien wat hun latere dagen zullen zijn, want het is een eigenzinnige generatie, zonen zonder betrouwbaarheid in zich.
21 Zij, zij maken Mij jaloers met een niet-El. Zij tergen Mij door de afgoden van hun zinloosheid. En Ik zal hen jaloers maken op wat geen volk is. Door een ontaarde natie zal Ik hen tergen. Of wekken wij de Heer op tot jaloezie? Wij zijn niet sterker dan Hij! (SW)[1Kor. 10:22] Maar ik zeg: Wist* IsraŽl het dan niet? Ten eerste zegt Mozes: Ik zal jullie opwekken tot jaloezie over wat geen natie is, op een onverstandig volk toornig maken (SW)[Rom. 10:19]
22 Want een vuur wordt ontstoken door Mijn boosheid en het zal gloeien tot aan het dodenrijk, beneden. En het zal de aarde verslinden en haar gewas en het zal de fundamenten van bergen in lichterlaaie zetten.
23 Ik doe over hen kwaden opvegen. Ik zal Mijn pijlen tegen hen uitgeput maken,
24 die uitgeteerd zijn van de hongersnood en die bevochten zijn van een dodelijke epidemie en de bittere angel. En de tand van beesten zal Ik tegen hen zenden met het venijn van die op de losse aarde schuifelen.
25 Van buitenaf zal het zwaard beroven van kinderen en vanuit kamers komt angst, ook voor de uitgekozen jongeman, ook de maagd, de zuigeling met de man met grijs haar.
26 Ik zeg: Ik zal ze wegblazen, Ik zal ze uitroeien uit de gedachtenis van de sterveling,
27 tenzij Ik terugdeins voor de getergdheid van de vijand, opdat hun benauwers het niet verkeerd uitleggen, opdat zij niet zeggen: Onze handen zijn hoog, en JAHWEH bracht dit alles niet tot stand.
28 Want zij zijn een natie verstoken van beraadslaging en er is in hen geen verstand.
29 Och, dat zij wijs waren, zij hierin intelligent te werk gingen, zij begrepen wat er in hun latere dagen gebeurt!
30 Hoe zal ťťn duizend achtervolgen en twee tienduizend op de vlucht doen slaan, als niet hun Rots hen verkocht en JAHWEH hen uitleverde?
31 Want hun rots is niet als onze Rots en onze vijanden zijn bemiddelaars.
32 Want hun wijnstok is de wijnstok van SodomSodom = branden of brandend en van de plantages van GomorraGomorra = onderdompeling. Hun druiven zijn druiven van vergif; voor hen zijn het trossen van bitterheid.
33 Hun wijn is als het venijn van slangen en het vergif van cobras, zo wreed.
34 Is het niet bij Mij opeen gehoopt, niet verzegeld in Mijn schatkamers?
35 Aan Mij zijn wraak en terugbetaling. Op de gepaste tijd zal hun voet uitglijden. Want de dag van hun ramp is dichtbij en op het punt staande doem spoedt zich over hen. wreekt jullie zelf niet, geliefden, maar geef ruimte aan de toorn, want het is geschreven: Mij is de wreking. Ik zal vergelden, zegt de Heer. (SW)[Rom. 12:19]
36 Want JAHWEH zal Zijn volk recht verschaffen en met Zijn dienaren heeft Hij compassie, wanneer Hij ziet dat hun hand vertrokken is en tot nul is geworden voor de beteugelde en de verlatene. Want JAHWEH zal Zijn volk recht verschaffen en over Zijn dienaren heeft Hij compassie. (SW)[Psalm 135:14]
37 Dan zegt Hij: Waar zijn hun elohim, de rots waarin zij toevlucht zochten,
38 die het vet van hun slachtoffers eten? Zij drinken de wijn van hun plengoffer. Laten zij opstaan en jullie helpen. Laat ze voor jullie een verberging zijn!
39 Ziet nu dat Ik, Ik het ben, en er is geen elohim met Mij. Ik, Ik doe sterven en Ik maak levend, Ik doorboor en Ik genees, en er is niemand die uit Mijn hand redt.
40 Want Ik hef Mijn hand op naar de hemelen en Ik zeg: Ik ben de Levende voor de aion.
41 Wanneer Ik het flitsen van Mijn zwaard wet en Mijn hand oordeel houdt, doe Ik wraak terugkeren tegen Mijn benauwers en die Mij haten zal Ik terugbetalen.
42 Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed (en Mijn zwaard verslindt vlees), van het bloed van een gesneuvelde en een krijgsgevangene, van het hoofd van de commandanten van de vijand.
43 Jubelt, naties, met Zijn volk, want het bloed van Zijn dienaren zal Hij wreken. En wraak doet Hij terugkeren op Zijn benauwers en Hij maakt een beschutting voor Zijn volk van Zijn grond." En opnieuw zegt Hij: Maak* je vrolijk, naties, met Zijn įvolk. (SW)[Rom. 15:10] want waar en rechtvaardig zijn Zijn įoordelen, want Hij oordeelt* de grote prostituee, die de aarde verderft met haar įprostitutie, en Hij wreekt* het bloed van Zijn įslaven door haar įhand (SW)[Openb. 19:2]
44 En MozesMozes = doen vergeten - uit het water halen - getrokken kwam en hij sprak alle woorden van dit lied in de oren van het volk, Hij en HoseaHosea = hulp (van JAH), de zoon van NunNun = vis.
45 En MozesMozes = doen vergeten - uit het water halen - getrokken beŽindigde al deze woorden te spreken tot heel IsraŽlIsraŽl = strijder van God.
46 En hij zegt tot hen: "Plaatst jullie hart op al de woorden die ik vandaag tot jullie betuig, opdat jullie ze aan jullie zonen als instructie zullen geven, in acht nemend alle woorden van deze wet te doen,
47 opdat het voor jullie geen leeg woord is, het is jullie leven. En in dit woord zullen jullie je dagen verlengen op de grond waarheen jullie de JordaanJordaan = de afdalende oversteken om die te pachten."
48 En JAHWEH spreekt tot MozesMozes = doen vergeten - uit het water halen - getrokken op deze zelfde dag, zeggend:
49 "Ga deze berg van de AbarimAbarim = (berg)hellingen op (de berg NeboNebo = hoog zijn die in het land van MoabMoab = (afstammend) van de vader is, die uitziet op JerichoJericho = ?maanstad) en zie! het land van KanašnKanašn = purper - purperland, dat Ik aan de zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God geef tot grondbezit, Toen ging Mozes op uit de vlakke velden van Moab, naar den berg Nebo, op de hoogten van Pisga, welke recht tegenover Jericho is; en de HEERE wees hem dat ganse land, Gilead tot Dan toe; (SV)[Deut. 34:1]
50 en sterf op de berg waarheen jij opgaat en word verzameld bij jouw volksgenoten, zoals AšronAšron = lichtbrenger, jouw broer, stierf op de berg HorHor = berg en hij verzameld werd bij zijn volksgenoten.
51 Want jullie krenkten Mij temidden van de zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God bij de wateren van MeribaMeriba = strijd, twist, bij KadesKades = heilig in de wildernis van SinSin = vlakland, omdat jullie Mij niet heiligden temidden van de zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God.
52 Want van op een afstand zal jij het land zien, maar jij zal daarheen niet binnenkomen, naar het land dat Ik geef aan de zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God." 12 En JAHWEH zegt tot Mozes: Ga deze berg van de Abarim op en zie het land dat Ik aan de zonen van IsraŽl geef.
13 En jij ziet het en jij wordt vergaderd bij jouw volken. Ook jij, zoals Ašron, jouw broer, werd vergaderd, (SW)
[Num. 27:12,13]




Terug naar de indexpagina
Naar Deuteronomium 33
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.