Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Exodus
Hoofdstuk 34

   
(Ga met de muis op een naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de betekenis of tekst)


1 En JAHWEH zegt tot MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen: "Hak voor jezelf twee stenen platen uit, zoals de eerste, dan schrijf Ik op de platen de woorden die op de eerste platen waren, die jij brak. 1 "In die tijd zei JAHWEH tot mij: Hak voor jezelf twee stenen platen uit zoals de eerste, en ga naar Mij op op de berg. En maak voor jezelf een kist van hout. 2 Dan zal Ik op de platen de woorden schrijven die op de eerste platen waren, die jij brak, en jij plaatst ze in de kist." 3 En ik maak een kist van acaciahout en ik hak twee stenen platen uit, zoals de eerste, en ik ga op naar de berg en de twee stenen platen zijn in mijn hand. 4 En Hij schrijft op de platen zoals het eerste geschrevene, de tien woorden die JAHWEH tot jullie op de berg sprak, vanuit het midden van het vuur, tijdens de dag van de samenkomst. En JAHWEH geeft ze aan mij. 5 En ik wend mij om en ik daal af van de berg en ik plaats de platen in de kist die ik maakte. En zij zijn daar zoals JAHWEH mij instructie gaf. (SW)[Deut. 10:1-5]
2 En wees tegen de ochtend gereed en ga in de ochtend naar de berg van SinaÔSinaÔ = doornachtig en stel jezelf daar op voor Mij, op de top van de berg.
3 Geen man gaat met jou op, en ook moet het niet zo zijn dat een man wordt gezien op heel de berg. Ook het kleinvee en het grootvee, het moet niet zo zijn dat zij grazen tegenover die berg."
4 En hij hakt twee platen van steen, zoals de eersten. En MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen staat vroeg in de ochtend op en hij gaat op naar de berg SinaÔSinaÔ = doornachtig, zoals JAHWEH hem instructie gaf. En hij neemt de twee platen van steen in zijn hand.
5 En JAHWEH daalt neer in de wolk en stelt Zich daar bij hem op. En hij roept in de naam van JAHWEH.
6 En JAHWEH passeert voor zijn aangezicht en Hij roept: "JAHWEH, JAHWEH, El Die mededogend is en genadig, langzaam in boosheid en veel in vriendelijkheid en trouw, En hij bad tot JAHWEH en hij zei: Och JAHWEH, was dit niet mijn woord toen ik nog op mijn grond was? Vanwege dit voorkwam ik het door weg te rennen naar Tarsis. Want ik weet dat U El bent, genadig en mededogend, langzaam van boosheid en veel van getrouwheid en spijt hebbend over het kwaad. (SW)[Jona 4:2]
7 vriendelijkheid bewarend aan duizenden, verdorvenheid en overtreding en zonde verdragend. Hij zal niet onschuldig houden om onschuldig te houden, gericht brengend over de verdorvenheid van de vaders op de zonen en op de zonen van zonen, op de derde generaties en op de vierde generaties." 5 Jullie zullen je voor hen niet buigen en jullie zullen hen niet dienen, want Ik, JAHWEH, jullie Elohim, ben een jaloerse El, Die de verdorvenheid van de vaders bezoekt aan de zonen, op de derde generatie en de vierde generatie van hen die Mij haten,
6 en vriendelijkheid doet aan hen die Mij liefhebben en aan hen die Mijn opdrachten waarnemen (SW)
[Exo. 20:5,6]

8 En MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen haast zich. En hij buigt zijn hoofd naar de aarde en hij buigt zich neer.
9 En hij zegt: "Indien ik, alstublieft, genade vind in Uw ogen, mijn Heer, zal mijn Heer, alstublieft, in ons midden gaan, want het volk is stijf van nek. En vergeef ons onze verdorvenheid en onze zonde, en U verkrijgt ons als een lotbezit."
10 En Hij zegt: "Aanschouw! Ik snij een verbond voor de ogen van heel jouw volk. Ik doe wonderbaarlijke dingen die niet geschapen worden in heel de aarde, noch in alle naties. En heel het volk, in het midden waarvan jij bent, ziet het handwerk van JAHWEH, want het is vreeswekkend wat Ik met jou doe.
11 Neem voor jezelf in acht wat Ik jou vandaag instructie geef. Aanschouw Mij voor jouw aangezicht de Amoriet en de Kanašniet en de Hethiet en de Perizziet en Chiwwiet en de Jebusiet verdrijven.
12 Pas op voor jezelf dat jij geen verbond snijdt met de bewoner van het land waarin jij binnen komt, opdat het niet tot een valstrik wordt in jouw midden.En jullie, jullie snijden geen verbond met de inwoners van dit land - hun altaren zullen jullie afbreken; maar jullie luisterden niet naar Mijn stem. Waarom deden jullie dit? (SW)[Richt. 2:2]
13 Want hun altaren zullen jullie afbreken en hun monumenten zullen jullie verbreken, en hun Asjerapalen zullen jullie omhakken. 21 Jij zal voor jouzelf geen Asjerapaal planten, geen enkele boom, naast het altaar van JAHWEH, jouw Elohim, dat jij voor jezelf zal maken. 22 En jij zal voor jezelf geen monument oprichten dat JAHWEH, jouw Elohim, haat." (SW)[Deut. 16:21,22]
14 Want jullie zullen je niet neerbuigen voor een andere el, want JAHWEH, Jaloers is Zijn Naam, Hij is een jaloerse El,
15 opdat jij niet een verbond snijdt met de bewoner van het land en zij ontucht bedrijven achter hun elohim aan en zij aan hun elohim offeren en hij tot jou roept en jij van zijn slachtoffer eet,
16 en jij van zijn dochters neemt voor jouw zonen en zijn dochters achter hun elohim aan ontucht bedrijven en zij jouw zonen achter hun elohim aan ontucht doen bedrijven. 1 En koning Salomo had veel uitheemse vrouwen lief naast de dochter van Farao: Moabitischen, Ammonitischen, Edomitischen, Sidonischen, Hethietischen, 2 van de naties waarvan JAHWEH zei tot de zonen van IsraŽl: "Jullie zullen in hen niet inkomen en zij zullen niet ingaan in jullie; zij zullen zeker jullie harten doen afbuigen achter hun elohims." Aan hen kleefde Salomo zich vast om lief te hebben. 3 En voor hem zijn vrouwen, vorstinnen, zeven honderd, en bijvrouwen, drie honderd. En zijn vrouwen doen zijn hart afbuigen. 4 En het gebeurt tegen de tijd van ouderdom van Salomo, dat zijn vrouwen zijn hart deden afbuigen achter andere elohims; en zijn hart was niet volkomen bij JAHWEH, zijn Elohim, zoals het hart van David, zijn vader. 5 En Salomo gaat achter Astarte aan, elohim van de SidoniŽrs, en achter Milcom, de gruwel van de Ammonieten. 6 En Salomo doet het kwade in de ogen van JAHWEH, want hij volgde niet volledig achter JAHWEH, zoals David, zijn vader. 7 Dan bouwt Salomo een hoge plaats voor Kemos, de gruwel van Moab, in het gebergte dat op Jeruzalem ziet, en voor Moloch, de gruwel van de zonen van Ammon. 8 En zo deed hij voor al zijn uitheemse vrouwen, die wierook deden roken en die offerden aan hun elohims. (SW)[1Kon. 11:1-8]
17 Jij maakt voor jezelf geen gegoten beeld van een elohim. Jullie zullen voor jezelf geen gesneden beeld hebben of enige gelijkenis van wat in de hemelen is, boven, en wat in het land is, beneden, en wat in de wateren, onder het land, is. (SW)[Exo. 20:4]
18 De feestviering van de ongezuurde broden zal jij zeven dagen in acht nemen. Jij zal ongezuurde broden eten zoals Ik jou instructie gaf, tot de afgesproken tijd van de maand AbibAbib = verse groei - korenaar, want in de maand AbibAbib = verse groei - korenaar ging jij uit EgypteEgypte = (egypte) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn). 6 En in de vijftiende dag van deze maand is de feestviering van de ongezuurde broden aan JAHWEH. Zeven dagen zullen jullie ongezuurde broden eten. [Deut. 16:3-8] 7 In de eerste dag zal er voor jullie een bijeenkomst van heiligheid zijn, jullie doen geen enkel dienstbaar werk. 8 En jullie zullen een vuuroffer naderbij brengen aan JAHWEH, zeven dagen. In de zevende dag is er een bijeenkomst van heiligheid; jullie doen geen enkel dienstbaar werk.'" (SW)[Lev. 23:6-8]
19 Elk die de baarmoeder open maakt is voor Mij, en elk van jouw vee, openend van rund en van kleinvee wordt vermeld. Heilig voor Mij iedere eerstgeborene, openend iedere baarmoeder te midden van de zonen van IsraŽl, van de mens en van het beest. Hij is voor Mij (SW)[Exo. 13:2]
20 En die een ezel open maakt zal jij vrijkopen met een stuk kleinvee, en indien jij niet vrijkoopt zal jij hem de nek breken. Elke van de eerstgeborene van jouw zonen zal jij vrijkopen. En zij zullen niet met lege handen voor Mijn aangezicht verschijnen. Maar al wat opent uit de ezel zul jij vrijkopen met een lammetje en indien jij hem niet vrijkoopt, breek hem dan zijn nek. Maar iedere eerstgeboren mens van jouw zonen zul jij vrijkopen. (SW)[Exo. 13.13]
21 Zes dagen zal jij dienen en in de zevende dag zal jij ophouden; in de ploegtijd en in de oogst zal jij ophouden. 9 Zes dagen zul jij dienen en doe jij al jouw werk,
10 en de zevende dag is een sabbat voor JAHWEH, jouw Elohim. Jij zal geen enkel werk doen, en jouw zoon en jouw dochter en jouw dienaar en jouw meid en jouw beest en jouw bijwoner die in jouw poorten is. (SW)
[Exo. 20:9,10]

22 En een feestviering van weken zal jij voor Mij doen, de eerste vruchten van de tarweoogst en een feestviering van de inzameling bij de wending van het jaar. 9 Jij zal voor jezelf zeven weken nummeren; van het beginnen van de zeis in het staande koren zal jij beginnen zeven weken te nummeren. 10 En jij doet een feestviering van weken voor JAHWEH, jouw Elohim, met een bijdrage van een vrijwillig offer van jouw hand, dat jij zal geven, zoals JAHWEH, jouw Elohim, jou zegent. 11 En jij verheugt je voor het aangezicht van JAHWEH, jouw Elohim, jij en jouw zoon en jouw dochter en jouw dienaar en jouw dienstmeisje en de Leviet die in jouw poorten is en de tijdelijke verblijver en de wees en de weduwe die in jouw midden is, in de plaats die JAHWEH, jouw Elohim, zal kiezen om daar Zijn naam te doen verblijven. 12 En jij gedenkt dat jij dienaar was in Egypte, en jij doet deze statuten. (SW)[Deut. 16:9-12] 39 Echter, in de vijftiende dag van de zevende maand, na het inzamelen van de opbrengst van het land, vieren jullie feest, de feestviering van JAHWEH, zeven dagen. In de eerste dag is er een ophouden en in de achtste dag is er een ophouden. 40 En jullie nemen voor jezelf in de eerste dag vruchten van de beste boom, varengebladerte van palmbomen en een grote tak van een bladerrijke boom en oleanders van de waterloop. En jullie verheugen je voor het aangezicht van JAHWEH, jullie Elohim, zeven dagen. 41 En jullie vieren het feest, een feestviering voor JAHWEH, zeven dagen in het jaar. Het is een aionisch statuut. In de zevende maand zullen jullie het feest vieren. 42 In de hutten zullen jullie wonen, zeven dagen, elke inheemse van IsraŽl, zij wonen in de hutten, 43 opdat jullie generaties weten dat Ik de zonen van IsraŽl in hutten deed wonen toen Ik hen deed uitgaan uit het land van Egypte. Ik ben JAHWEH, jullie Elohim.'" (SW)[Lev. 23:39-43]
23 Drie keren in het jaar zal elke mannelijke van jou verschijnen voor het aangezicht van de Heer JAHWEH, Elohim van IsraŽlIsraŽl = strijder van God.
24 Want Ik zal naties verdrijven van voor jouw aangezicht en Ik zal jouw grens ruim maken, en geen mens zal jouw land begeren wanneer jij opgaat om te verschijnen voor het aangezicht van JAHWEH, jouw Elohim, drie keer in het jaar.
25 Jij zal het bloed van Mijn slachtoffer niet slachten op zuurdesem en het slachtoffer van de feestviering van het Pascha zal niet overnachten tot de ochtend. En jullie zullen niets van hem bewaren tot de morgen, en wat van hem over is tot de morgen, zullen jullie in het vuur verbranden. (SW)[Exo. 12:10]
26 Het begin van de eerste vruchten van jouw grond zal jij naar het huis brengen van JAHWEH, jouw Elohim. Jij zal het bokje niet koken in de melk van zijn moeder." Jij zal het eerste van de eerstelingen van jouw grond brengen naar het huis van JAHWEH, jouw Elohim. Jij zal een geitenbokje niet koken in de melk van zijn moeder. (SW)[Exo. 23.19]
27 En JAHWEH zegt tot MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen: "Schrijf voor jezelf deze woorden, want op mond van deze woorden, snij Ik met jou en met IsraŽlIsraŽl = strijder van God een verbond."
28 En hij was daar met JAHWEH, veertig dagen en veertig nachten. Brood at hij niet en watermv dronk hij niet. En hij schrijft de woorden van het verbond op de platen, de tien woorden. 10 en ik, ik sta op de berg zoals de eerste veertig dagen en veertig nachten, en JAHWEH luistert ook deze keer naar mij. JAHWEH zou jullie niet te gronde richten. (SW)[Deut. 10:10]
29 En het is bij het afdalen van MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen vanaf de berg SinaÔSinaÔ = doornachtig, met de twee platen van het getuigenis in de hand van MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen, bij zijn afdalen vanaf de berg, dat MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen niet wist dat de huid van zijn gezicht glom vanwege Zijn spreken met hem.
30 En AšronAšron = lichtbrenger en alle zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God zien MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen, en aanschouw!, de huid van zijn gezicht glimt, en zij vrezen om dicht bij hem te komen.
31 En MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen roept tot hen en AšronAšron = lichtbrenger en alle vorsten in de vergadering keren naar hem terug. En MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen spreekt tot hen.
32 En daarna kwamen alle zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God dichtbij en hij geeft hen instructie, alles wat JAHWEH met hem had besproken op de berg SinaÔSinaÔ = doornachtig.
33 En MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen beŽindigt met hen te spreken en hij doet een bedekking*1) op zijn gezicht.
34 En bij het binnenkomen van MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen voor het aangezicht van JAHWEH om met Hem te spreken, neemt hij de bedekking weg, tot hij uitging. En hij ging uit en hij sprak tot de zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God wat hem was geÔnstrueerd.
35 En de zonen van IsraŽlIsraŽl = strijder van God zagen het aangezicht van MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen, dat de huid van het gezicht van MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen glom. En MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen deed de bedekking terugkeren over zijn aangezicht, tot hij binnen kwam om met Hem te spreken. 7 Maar indien de bediening van de dood, in letters gegrift zijnde op stenen, kwam* met heerlijkheid, zodat de zonen van IsraŽl niet in staat waren in het gezicht van Mozes te staren*, vanwege de heerlijkheid van zijn įgezicht, de verdwijnende,
8 zal dan niet de bediening van de geest veel meer in heerlijkheid zijn? (SW)
[2Kor. 3:7,8]


*1) Bedekking. Letterlijk staat er "beddesprei".

Terug naar de indexpagina
Naar Exodus 35
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.