Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Exodus
Hoofdstuk 37

   
(Ga met de muis op een naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de betekenis of tekst)


1 En BesaleëlBesaleël = in de schaduw van God maakt de kist van acaciahoutmv. Zijn lengte is twee ellen en een halve el en zijn breedte is anderhalve el en zijn hoogte is anderhalve el.
2 En hij overtrekt hem met zuiver goud, aan de binnenkant en aan de buitenkant, en hij maakt voor hem een opstaande randkraag van goud, rondom.
3 En hij maakt er een gietsel voor, vier ringen van goud op zijn vier voetsteunen en twee ringen op zijn ene hoekwand en twee ringen op zijn tweede hoekwand.
4 En hij maakt draagstokken van acaciahoutmv en hij overtrekt ze met goud.
5 En hij brengt de draagstokken in de ringen op de hoekwanden van de kist, om de kist te dragen.
6 En hij maakt de beschutplaats van zuiver goud. De lengte er van is twee ellen en een halve el en de breedte er van is anderhalve el. [Commentaar]
Commentaar W. Janse

De meeste vertalingen hebben hier "verzoendeksel." Echter, het Hebreeuwse woord dat hier wordt gebruikt, kaporeth, duidt meer op beschermen dan op bedekken door verzoening. Het woord, kaporeth, is afgeleid van kaphar, wat beschermen betekent. De gedachte achter "beschermdeksel" is dat als er geen deksel op de kist van het verbond gezeten zou hebben, de wet open zou hebben gelegen en dat dan de wet zonder pardon alle overtredingen van de wet zou hebben veroordeeld. Er zou niemand overleefd hebben. Daarom beschermde het beschermdeksel de Israëlieten tegen de harde werking van de wet.


7 En hij maakt twee cherubs van goud, gedreven werk maakt hij ze, aan de twee einden van de beschutplaats,
8 é é n cherub aan dit einde en é é n cherub aan het andere einde. Vanaf de beschutplaats maakt hij de cherubs, met zijn twee einden.
9 En de cherubs kregen naar boven gespreide vleugels, met hun vleugels overschaduwend over de beschutplaats, en met hun gezichten van een man tot zijn broeder. De gezichten van de cherubs waren naar de beschutplaats gericht.
10 En hij maakt de tafel van acaciahoutmv. De lengte er van is twee ellen en de breedte er van is é é n el en de hoogte er van is anderhalve el.
11 En hij overtrekt hem met zuiver goud en hij maakt voor hem een opstaande randkraag van goud, rondom.
12 En hij maakt er een rand van een handbreedte voor, rondom. En hij maakt voor hem een opstaande randkraag van goud, rondom.
13 En hij maakt er een gietsel voor, vier gouden ringen, en hij geeft de ringen op de vier zijkanten, die voor zijn vier voeten zijn.
14 De ringen kwamen overeen met de rand, behuizingen voor de draagstokken om de tafel te dragen.
15 En hij maakt de draagstokken van acaciahoutmv en hij overtrekt ze met goud, om de tafel te dragen.
16 En hij maakt de voorwerpen die op de tafel zijn: zijn schotels en zijn lepels en zijn offerkommen en de kelken waarmee in hen het drankoffer gegoten wordt, van zuiver goud.
17 En hij maakt de lampenstandaard van zuiver goud. Van gedreven werk maakte hij de lampenstandaard, zijn schacht en zijn buis, zijn kegelvormige bekers, zijn bollen en zijn bloemknoppen waren er uit. En dit is het handwerk van de lampenstandaard: gedreven werk van goud; van haar schacht tot aan haar bloemknop is het een gedreven werk, naar de verschijning die JAHWEH aan Mozes toonde, maakte hij de lampenstandaard. (SW)[Num. 8:4]
18 En zes buizen gaan uit van zijn zijden, drie buizen van de lampenstandaard aan zijn ene zijde, en drie buizen van de lampenstandaard aan zijn tweede zijde.
19 Drie kegelvormige bekers, die amandelbloesemvormig zijn, zijn in de ene buis, een bol en een bloemknop; en drie kegelvormige bekers, die amandelbloesemvormig zijn, in een buis, een bol en een bloemknop. Zo voor de zes buizen die van de lampenstandaard uitgaan.
20 En in de lampenstandaard zijn vier kegelvormige bekers, die amandelbloesemvormig zijn, hun bollen en hun bloemknoppen,
21 en een bol onder twee van de buizen die uit hem komen en een bol onder twee van de buizen die uit hem komen en een bol onder twee van de buizen die uit hem komen, voor de zes buizen die uit hem gaan.
22 Hun bollen en hun buizen waren er uit. Al zijn gedreven werk was é é n stuk zuiver goud.
23 En hij maakt zijn zeven lampen en zijn uitdovers en zijn vuurpannen, van zuiver goud.
24 Van een talent zuiver goud maakte hij het en al zijn voorwerpen.
25 En hij maakt het wierookaltaar van acaciahoutmv. Zijn lengte is een el en zijn breedte is een el. Hij is vierkant en zijn hoogte is twee ellen. Uit hem waren zijn horens.
26 En hij overtrekt het met zuiver goud, zijn top en zijn zijwanden, rondom, en zijn horens. En hij maakt voor hem een opstaande randkraag van goud, rondom.
27 En hij maakt er twee ringen van goud voor, vanaf onder tot zijn opstaande randkraag, op twee van zijn hoekwanden, op twee van zijn zijden, tot behuizingen voor de draagstokken, om hem daarin te dragen.
28 En hij maakt de draagstokken van acaciahoutmv en hij overtrekt ze met goud.
29 En hij maakt zalfolie van heiligheid en wierook van de zuivere specerijen, het handwerk van een menger.

Terug naar de indexpagina
Naar Exodus 38
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.