Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Ezechiël
Het boek Ezechiël is waarschijnlijk geschreven
tussen 593 en 565 voor Christus,
tijdens de Babylonische ballingschap van de Joden.

Hoofdstuk 16

   
(Ga met de muis op een versverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam dan ziet u de betekenis)


1 En het woord van JAHWEH kwam tot mij, zeggend:
2 Zoon van de mens, maak aan JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter haar afschuwelijkheden bekend!
3 En zeg: Zo zegt mijn Heer JAHWEH tot JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter: Jouw oorsprongen en jouw geboorten zijn uit het land van de Kanaäniet; jouw vader was de Amoriet en jouw moeder een Hethitische.
4 En wat jouw geboorte betreft, in de dag dat jij geboren werd, werd jouw navelstreng niet afgesneden en jij werd niet tot zalving in water gewassen en jij werd zelfs niet ingewreven met zout en jij werd niet met doeken omzwachteld.
5 Geen oog heeft medelijden met jou om aan jou é é n van deze dingen te doen, om deernis over jou te hebben. En jij werd op het oppervlak van het veld geworpen, met walging van jouw ziel, in de dag van jouw geboorte.
6 En Ik passeerde jou en Ik zag je trappelen in jouw bloed. En Ik zei tot jou in jouw bloed: Leef! En Ik zei tot jou in jouw bloed: Leef!
7 En Ik zal jou ontelbaar maken, als de ontspruiting van het veld. En jij vermeerderde en jij werd groot en jij wordt een versiersel onder de versierselen. Jouw borsten zijn gereed en jouw haar ontsproot, toch ben jij naakt en ontbloot.
8 En Ik passeerde jou en Ik zag jou. En aanschouw, jouw tijd is een tijd van liefdeblijken. En Ik spreidde Mijn zoom over jou uit en Ik bedekte jouw naaktheid. En Ik zwoer tot jou en Ik kwam met jou in een verbond, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk, en jij werd van Mij.
9 En Ik waste jou in water en Ik spoelde jouw bloed van jou af en Ik smeerde jou in met olie.
10 En Ik kleedde jou met borduurwerk en Ik gaf jou hemelsblauwe sandalen. En Ik bond jou op in glanzend batist en Ik bedekte jou met ragfijne stof.
11 En Ik versierde jou met versiering en Ik gaf armbanden om jouw handen en een decoratieve ketting om jou keel.
12 En Ik gaf een hanger op jouw neus en oorringen aan jouw oren en een kroon van schoonheid op jouw hoofd.
13 En jij versierde jezelf met goud en zilver en jouw kleding was van glanzend batist en ragfijne stof en borduurwerk; fijn meel en honing en olie at jij en jij was uitermate, uitermate mooi. En jij was geschikt voor koningschap.
14 En jouw naam ging uit onder de naties vanwege jouw lieflijkheid, want die was volmaakt door Mijn eer die Ik op jou plaatste, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk.
15 Maar jij vertrouwde op jouw schoonheid en jij bedreef ontucht in jouw naam. En jij goot jouw ontuchtplegingen uit over elk die passeert. Het werd van hem.
16 En jij nam van jouw kledingstukken en jij maakte voor jezelf gevlekte matten van hoge plaatsen en jij bedrijft ontucht op hen. Jij zou niet binnengaan, noch zou het zijn.
17 En jij nam voorwerpen van jouw schoonheid van Mijn goud en van Mijn zilver, dat Ik aan jou gaf, en jij maakte voor jouzelf beelden van mannelijkheid en jij bedreef ontucht met hen.
18 En jij nam kledingstukken van jouw borduurwerk en jij bedekte ze. En Mijn olie en Mijn wierook gaf jij voor hun aangezichten.
19 En Mijn brood dat Ik jou gaf, het fijne meel en olie en honing, waarmee Ik jou voedde, en jij gaf het voor hun aangezichten tot een geur van rustgevendheid. En zo was het, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk.
20 En jij nam jouw zonen en jouw dochters, die jij voor Mij baarde, en jij offerde ze aan hen, om ze te verslinden. Waren jouw ontuchtplegingen iets kleins?
21 En jij slachtte Mijn zonen en je deed ze voor hen door het vuur passeren? En zij bouwden de hoge plaatsen van Tofet, dat in het ravijn van Ben-Hinnom is, om hun zonen en hun dochters te verbranden in het vuur waarvoor Ik geen opdracht gaf en dat niet in Mijn hart opkwam (SW)[Jer. 7:31]
22 En gedacht jij met al jouw afschuwelijkheden en jouw ontuchtplegingen niet de dagen van jouw jeugd, nu je naakt en ontbloot bent, trappelend in jouw bloed?
23 En het was na al jouw kwaad (wee, wee tot jou!), zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk,
24 dat jij voor jouzelf een verhevenheid bouwde en jij voor jouzelf een hoge plaats maakte op elk plein.
25 Op elk kruispunt bouwde jij jouw hoge plaats en maakte jij jouw schoonheid afschuwelijk en jij deed jouw voeten wijd open voor elke passerende en vermeerderde jouw ontuchtplegingen.
26 Jij bedreef ontucht met de zonen van EgypteEgypte = (egyptisch)huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn), jouw buren, die groot van vlees zijn. En jij vermeerderde jouw ontucht om Mij te tergen.
27 En aanschouw!, Ik strekte Mijn hand uit tegen jou en Ik verminderde het voor jouw bestemde deel, en Ik gaf jou aan de ziel van die jou haten, de dochters van de Filistijnen, die vanwege jouw weg van zedeloosheid rood van schaamte werden.
28 En jij bedreef ontucht met de zonen van AssurAssur = vlakte, omdat jij niet te verzadigen bent; jij bedreef ontucht met hen en nog werd jij niet verzadigd.
29 En jij vermeerderde jouw ontuchtpleging met het land van KanaänKanaän = purperland tot aan ChaldeaChaldea = kluitenbrekers, en ook hierdoor werd jij niet verzadigd.
30 Hoe krachteloos was jouw hart, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk, wanneer jij al deze dingen doet, de daad van een vasthoudende, prostituerende vrouw,
31 wanneer jij jouw verhevenheid bouwt aan het begin van elke weg en jij jouw hoge plaats maakt op elk plein. Maar toch werd jij niet als de prostituee, handgeld bespottend.
32 De vrouw die echtbreuk pleegt neemt onbekenden in plaats van haar man.
33 Aan alle prostituees geeft men uitbetaling, maar jij, jij geeft jouw uitbetalingen aan allen die jou liefhebben. En jij koopt hen om om naar jou te komen, van rondom, om jouw ontuchtplegingen.
34 Er was in jou een afwijking van de vrouwen door jouw ontuchtplegingen, want achter jou zoekt niemand ontucht, omdat jij handgeld geeft en handgeld niet aan jou gegeven wordt. En jij werd tot afwijking.
35 Daarom, prostituee, hoor het woord van JAHWEH!
36 Zo zegt mijn Heer JAHWEH: Omdat jouw koperen hardheid werd uitgegoten en jouw naaktheid door jouw ontuchtplegingen met jouw liefhebbers werd onthuld en vanwege alle drollenafgoden van jouw afschuwelijkheden en als het bloed van jouw zonen, die jij aan hen gaf,
37 aanschouw, daarom roep Ik al jouw liefhebbers bijeen met wie jij beminnelijk bent, en allen die jij liefhebt en allen die jij haat. En Ik roep hen bijeen tegen jou, van rondom, en Ik onthul jouw naaktheid voor hen en zij zien heel jouw naaktheid.
38 En Ik zal jou oordelen met de oordelen van echtbreukpleegsters en van bloedvergietsters. En Ik zal jou geven aan het bloed van woede en jaloersheid.
39 En Ik zal jou in hun hand geven en zij zullen jouw verhevenheid slopen en zij zullen jouw hoge plaatsen afbreken en zij zullen jouw kleren afstropen. En zij nemen de voorwerpen van jouw schoonheid en zij laten jou naakt en ontbloot achter.
40 En zij zullen tegen jou een samenkomst doen opgaan en zij zullen tegen jou stenen werpen. En zij zullen jou doormidden hakken met hun zwaarden.
41 En zij zullen jouw huizen met vuur verbranden en zij brengen oordelen tegen jou voor de ogen van vele vrouwen. En Ik zal jou doen stoppen met prostituee zijn en ook zal jij niet meer handgeld geven.
42 En Ik zal rust geven aan Mijn woede tegen jou en Mijn jaloersheid zal zich van jou terugtrekken. En Ik zal rustig zijn en Ik zal niet meer getergd zijn.
43 Omdat jij niet de dagen van jouw jeugd gedenkt en jij Mij met al deze dingen verstoort, dan zie, zal Ik ook jouw weg op jouw hoofd brengen, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk. Deed jij niet jouw zedeloosheid bovenop al jouw afschuwelijkheden?
44 Aanschouw, elk die een spreekwoord citeert zal over jou een spreekwoord citeren, zeggend: Zoals de moeder, zo haar dochter.
45 Jij bent de dochter van jouw moeder, die walgde van haar man en van haar zonen. Jij bent de zuster van jouw zusters die walgen van hun mannen en van hun zonen. Jullie moeder is een Hethitische en jullie vader is een Amoriet.
46 En jouw grote zuster was SamariaSamaria = wachter, zij en haar dochters, die links van jou wonen, en jouw zuster, kleiner dan jij, die rechts van jou woont, was SodomSodom = branden en haar dochters.
47 Ging jij niet naar hun wegen en deed jij naar hun afschuwelijkheden? In korte, luttele tijd was jij meer corrupt dan zij in al jouw wegen!
48 Zo waar Ik leef, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk, indien SodomSodom = branden, jouw zuster, zij en haar dochters, deed zoals jij deed, jij en jouw dochters!
49 Aanschouw, dit was de verdorvenheid van SodomSodom = branden, jouw zuster! Praal, overladenheid van brood en onbezorgdheid van rustig zijn werd het voor haar en voor haar dochters, maar de hand van de nederige en de behoeftige hield zij niet vast.
50 Maar zij waren hoogmoedig en zij deden afschuwelijkheid voor Mijn aangezicht. En Ik deed ze weg toen Ik ze zag.
51 En SamariaSamaria = wachter? Naar de helft van jouw zonden zondigde zij niet. En jij vermeerderde jouw afschuwelijkheden, meer dan zij. En jij rechtvaardigde al jouw zusters door al jouw afschuwelijkheden die jij deed.
52 Ook jij, draag jouw schaamrood dat jij bemiddelde voor jouw zusters door jouw zonden die jij voor hen afschuwelijk handelde. Zij zijn rechtvaardiger dan jij. En ook: Sta beschaamd en draag jouw schaamrood bij jouw rechtvaardig maken van jouw zusters.
53 Maar Ik zal hun krijgsgevangenschap omkeren, de krijgsgevangenschap van SodomSodom = branden en haar dochters, en de krijgsgevangenschap van SamariaSamaria = wachter en haar dochters, en de krijgsgevangenschap van jouw krijgsgevangenen in hun midden,
54 opdat jij jouw schaamrood zal dragen en jij rood van schaamte wordt bij al wat jij doet, wanneer jij hen vertroost.
55 En jouw zusters, SodomSodom = branden en haar dochters, zullen terugkeren naar hun vroegere staat, en SamariaSamaria = wachter en haar dochters, zij zullen terugkeren naar hun vroegere staat. En jij en jouw dochters, jullie zullen terugkeren naar jullie vroegere staat.
56 En jouw zuster SodomSodom = branden werd door jouw mond niet bericht in de dag van jouw trots,
57 voordat jouw kwaad werd onthuld. Zoals in de tijd van de smaad van de dochters van AramAram = hoog of hoogte en allen rondom haar, de dochters van Filistijnen, die jou minachtten, rondom.
58 Jouw zedeloosheid en jouw afschuwelijkheden, jij, jij zal ze dragen, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk.
59 Want, zo zegt mijn Heer JAHWEH, Ik doe met jou zoals jij deed, want jij verachtte een eed van verwensing, het verbond annulerend.
60 Maar Ik, Ik gedenk Mijn verbond met jou in de dagen van jouw jeugd. En Ik richt voor jou een aionisch verbond op.
61 Dan gedenk jij jouw wegen en wordt jij rood van schaamte, wanneer jij jouw zusters neemt, die groter zijn dan jij tot en met die kleiner zijn dan jij. En Ik geef hen aan jou tot dochters, maar niet door jouw verbond.
62 En Ik, Ik richt Mijn verbond met jou op en jij zal weten dat Ik JAHWEH ben,
63 opdat jij zal gedenken en jij beschaamd zal staan. En het zal voor jou niet meer een openen van de mond zijn vanwege het aangezicht van jouw schaamrood, wanneer Ik voor jou een beschutting maak voor alles wat jij deed, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk.

Terug naar de indexpagina
Naar Ezechiël 17
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.