Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Ezechiël
Het boek Ezechiël is waarschijnlijk geschreven
tussen 593 en 565 voor Christus,
tijdens de Babelische ballingschap van de Joden.

Hoofdstuk 23

   
(Ga met de muis op een versverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam dan ziet u de betekenis)


1 En het woord van JAHWEH kwam tot mij, zeggend:
2 Zoon van de mens, er waren twee vrouwen, dochters van é é n moeder.
3 En zij bedreven ontucht in EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn); in hun jeugd bedreven zij ontucht. Daar werden hun borsten betast en daar gebruikte men de tepels van hun maagdelijkheid.
4 En hun namen waren OholaOhola = haar tent, de grote, en OholibaOholiba = mijn tent in haar, haar zuster; en zij werden de Mijne. En zij baarden zonen en dochters. En wat hun namen betreft: SamariaSamaria = waker is OholaOhola = haar tent en JeruzalemJeruzalem = stad van (de god) Salem - vredestichter is OholibaOholiba = mijn tent in haar.
5 En OholaOhola = haar tent bedreef ontucht onder Mij en zij werd verzot op haar liefhebbers, op AssurAssur = vlakte, dichtbij hen,
6 gekleed in blauw, gouverneurs en bestuurders, uitgekozen jongemannen van begeerte, allen van hen ruiters, berijders van paarden.
7 En zij gaf haar ontuchtplegingen aan hen, de eerste keus van de zonen van AssurAssur = vlakte, aan allemaal, en aan allen die zij adoreerde; met alle drollenafgoden werd ze verontreinigd.
8 En haar ontuchtplegingen uit EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) verliet ze niet, want zij lagen met haar in haar jeugd en zij gebruikten de tepels van haar maagdelijkheid en zij goten hun ontuchtpleging over haar.
9 Daarom gaf Ik haar in de hand van haar liefhebbers, in de hand van de zonen van AssurAssur = vlakte, op wie zij verzot is.
10 Zij onthulden haar naaktheid. Haar zonen en haar dochters namen zij weg en haar doodden zij met het zwaard. En zij werd een naam onder de vrouwen. En zij deden beoordelingen tegen haar.
11 En haar zuster OholibaOholiba = mijn tent in haar zag het en zij werd in haar adoratie nog meer dan zij en haar ontuchtplegingen werden meer dan de ontuchtplegingen van haar zuster.
12 Ze adoreerde de zonen van AssurAssur = vlakte, gouverneurs en bestuurders, die dichtbij zijn, gekleed in volle wapenrusting, ruiters, berijders van paarden, uitgekozen jongemannen van begeerte, allemaal.
13 En Ik zag dat zij verontreinigd was. Zij beiden gingen é é n weg.
14 En zij voegde toe aan haar ontuchtplegingen en zij zag mannen, getekend op de zijmuur, beelden van Chaldeeën, getekend met oker*1),
15 gordels van een riem om hun taille, overhangend van schitterende tulbanden om hun hoofden. Zij allen hadden de verschijning van hoge officieren, een gelijkenis van de zonen van BabelBabel = wirwar, uit het land van hun geboorte, ChaldeaChaldea = kluitenbrekers.
16 En ze werd verzot op hen door het zicht van haar ogen. En ze zond boodschappers naar hen, naar ChaldeaChaldea = kluitenbrekers.
17 En zij kwamen tot haar, de zonen van BabelBabel = wirwar, naar het bed van liefdeblijken en zij verontreinigden haar door hun ontuchtpleging. En zij werd door hen verontreinigd en haar ziel werd door hen misnoegd.
18 En zij onthulde haar ontuchtplegingen en zij onthulde haar naaktheid en Mijn ziel werd door haar misnoegd, net zoals Mijn ziel van Mij werd misnoegd door haar zuster.
19 En zij vermeerderde haar ontuchtplegingen, de dagen van haar jeugd gedenkend, toen zij ontucht bedreef in het land van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn).
20 En zij werd verzot op hun bijslaap, van wie hun vlees is als het vlees van ezels en hun zaadlozing is als de zaadlozing van paarden.
21 En jij herbeleefde de zedeloosheid van jouw jeugd, toen de EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn)naren gebruik maakten van jouw tepels, omwille van de borsten van jouw jeugd.
22 Daarom, OholibaOholiba = mijn tent in haar, zo zegt mijn Heer JAHWEH, aanschouw, Ik wek jouw liefhebbers op tegen jou, door wie jouw ziel werd misnoegd, en Ik breng ze tegen jou, van rondom,
23 zonen van BabelBabel = wirwar en alle Chaldeeën, PekodPekod = bezoeking of bezoek en SoaSoa = rijk en KoaKoa = kameel (mannelijk), alle zonen van AssurAssur = vlakte met hen, uitgekozen jongemannen van begeerte, gouverneurs en bestuurders, allen van hen, hoge officieren en aangekondigde mannen, berijders van paarden, allemaal.
24 En zij zullen tegen jou komen met het grootschild, de strijdwagen en het rollende wiel en met een samenkomst van volken. Grootschild en schild en helm zullen zij op jou plaatsen, rondom, en Ik zal een oordeel geven voor hun aangezicht en zij zullen jou beoordelen naar hun gewoonten.
25 En Ik zal Mijn jaloersheid tegen jou geven en zij zullen met jou doen in woede. Jouw neus en jouw oren zullen zij wegnemen en de laatste onder jou zal vallen door het zwaard. Jouw zonen en jouw dochters zullen zij nemen en de laatste van jou zal door het vuur verslonden worden.
26 En zij zullen jouw kleren afstropen en zij nemen de voorwerpen van jouw schoonheid.
27 En Ik roei jouw zedeloosheid uit jou uit en jouw ontuchtplegingen uit het land van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn). En jij zal jouw ogen niet naar hen opheffen en EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) zal jij niet meer gedenken.
28 Want, zo zegt mijn Heer JAHWEH, aanschouw, Ik geef jou in de hand van wie jij haat, in de hand over wie jouw ziel is misnoegd.
29 En zij zullen met jou doen in haat en zij zullen al jouw arbeid wegnemen en zij zullen jou naakt en ontbloot achterlaten en de naaktheid van jouw ontuchtplegingen zal onthuld worden en van jouw zedeloosheid en van jouw ontuchtplegingen,
30 deze dingen tegen jou doende, vanwege jouw ontucht bedrijven achter de naties, door wie jij verontreinigd bent door hun drollenafgoden.
31 Jij ging in de weg van jouw zuster en Ik zal haar beker in jouw hand geven.
32 Zo zegt mijn Heer JAHWEH: De beker van jouw zuster zal jij drinken, de diepe en de wijde. Ze zal tot belaching en tot hoongelach worden, teveel om te bevatten.
33 Met dronkenschap en kwelling zal jij vervuld worden, een beker van troosteloosheid, net als de beker van troosteloosheid van jouw zuster, SamariaSamaria = waker.
34 En jij zal haar drinken en jij zal haar leegdrinken en haar potscherven zal jij afkluiven. En jouw borsten zal jij wegrukken, want Ik, Ik sprak, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk.
35 Daarom, zo zegt mijn Heer JAHWEH, omdat jij Mij vergat en jij Mij achter jouw lichaam gooide, zal ook jij jouw zedeloosheid en jouw ontuchtplegingen dragen.
36 En JAHWEH zei tot mij: Zoon van de mens, zal jij OholaOhola = haar tent en OholibaOholiba = mijn tent in haar oordelen? Vertel hen hun afschuwelijkheden!
37 Want zij pleegden echtbreuk en er is bloed in hun handen en met hun drollenafgoden pleegden zij echtbreuk. En ook hun zonen, die zij voor Mij baarden, deden zij door het vuur passeren, voor hen tot voedsel. 20 En jij nam jouw zonen en jouw dochters, die jij voor Mij baarde, en jij offerde ze aan hen, om ze te verslinden. Was jouw prostitutie te weinig?
21 En jij slachtte Mijn zonen en je deed ze voor hen door het vuur gaan? (SW)
[Eze. 16:20-21]

38 Verder deden zij dit tegen Mij: Zij verontreinigden in die dag Mijn heiligdom en zij ontwijdden Mijn sabbatten.
39 Toen zij hun zonen slachtten voor hun drollenafgoden, kwamen zij op die dag naar Mijn heiligdom om het te ontwijden. En aanschouw, zo deden zij in het midden van Mijn huis.
40 En het is inderdaad dat zij zonden om mannen die van ver komen, tot wie een boodschapper was gezonden. En aanschouw, zij kwamen voor wie jij je baadde, jouw ogen opmaakte en jij jezelf met een versiering versierde.
41 En jij zat op een glorieuze rustbank, met een tafel die gerangschikt werd voor haar aangezicht. En Mijn wierook en Mijn olie plaatste jij op haar.
42 En het geluid van een zorgeloze schare was in haar. En mannen uit een veelheid van mensen werden gebracht, drankzuchtigen uit de wildernis. En zij gaven armbanden aan hun handen en een kroon van schoonheid op hun hoofden.
43 En Ik zei tot die versleten was van de echtbreukplegingen: Nu zullen zij ontucht bedrijven met haar ontuchtplegingen, ook zij!
44 En men kwam tot haar zoals men komt tot een vrouw die prostituee is. Zo kwamen zij tot OholaOhola = haar tent en tot OholibaOholiba = mijn tent in haar, de vrouwen van de zedeloosheid.
45 En rechtvaardige mannen zullen over hen rechtspreken met het oordeel voor echtbreukpleegsters en met het oordeel over die bloed vergiet, want zij zijn echtbreukpleegsters en er is bloed aan hun handen.
46 Want zo zegt mijn Heer JAHWEH: Doe tegen hen een samenkomst opgaan en geef hen over aan angstzweet en aan plundering.
47 En de samenkomst zal hen met stenen bekogelen en hen afmaken met hun zwaarden. Hun zonen en hun dochters zullen zij doden en hun huizen zullen zij met vuur verbranden.
48 En Ik zal zedeloosheid uitroeien uit het land en alle vrouwen zullen vermaand worden en zij zullen niet doen naar jullie zedeloosheid.
49 En zij zullen jullie zedeloosheid over jullie geven en de zonden van jullie drollenafgoden zullen jullie dragen. En jullie zullen weten dat Ik de Heer JAHWEH ben!


1) Oker - een rode kleurstof

Terug naar de indexpagina
Naar Ezechiël 24
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.