Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
EzechiŽl
Het boek EzechiŽl is waarschijnlijk geschreven
tussen 593 en 565 voor Christus,
tijdens de Babylonische ballingschap van de Joden.

Hoofdstuk 30

   
(Ga met de muis op een versverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam dan ziet u de betekenis)


1 En het woord van JAHWEH kwam tot mij, zeggend:
2 Zoon van de mens, profeteer en zeg: Zo zegt mijn Heer JAHWEH: Jammer! Wee die dag!
3 Want nabij is de dag, nabij is de dag van JAHWEH! Het zal een dag van wolken, een tijd van de naties zijn.
4 En een zwaard zal komen in EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) en er zal een zeer pijnlijke barensnood komen in KushKush = zwart, bij het vallen van de gesneuvelde in EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) en zij haar overvloed nemen en haar fundamenten gesloopt worden.
5 KushKush = zwart en LudLud = strijd en PutPut = een buiging en al de mensen van gemengde afkomst en KubKub = horde en de zonen van het land van het verbond zullen met hen door het zwaard vallen.
6 Zo zegt JAHWEH: De ondersteuners van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) zullen vallen en de trots van haar sterkte komt neer, vanaf MigdolMigdol = toren tot SyeneSyene = haar sluieren (?). Door het zwaard zullen zij in haar vallen, zegt mijn Heer JAHWEH met nadruk.
7 En zij zullen troosteloos gemaakt worden in het midden van de landen die troosteloos geworden zijn. En hun steden zullen zijn te midden van steden die woest geworden zijn.
8 En zij zullen weten dat Ik JAHWEH ben wanneer Ik vuur geef in EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) en al haar helpers verbroken worden.
9 In die dag zullen boodschappers in boten uitgaan van voor Mijn aangezicht, om KushKush = zwart , die niets vermoedt, te doen beven. En het zal zeer pijnlijke barensnood zijn voor hen in de dag van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn), want aanschouw, hij komt!
10 Zo zegt mijn Heer JAHWEH! Ik roei de overvloed van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) uit door de hand van NebukadressarNebukadressar = Nabu, bescherm de erfzoon, koning van BabelBabel = wirwar.
11 Hij en zijn volk met hem, de verschrikkers van de naties, zullen gebracht worden om het land te ruÔneren. En zij zullen hun zwaarden uit de schede trekken tegen EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) en zij zullen het land vullen met gesneuvelden.
12 En Ik zal de waterwegen opgedroogd gebied maken en Ik verkoop het land in de hand van kwade mannen. En Ik zal het land en haar volheid troosteloos maken door de hand van vreemden. Ik, JAHWEH, Ik sprak het.
13 Zo zegt mijn Heer JAHWEH: Ik zal de drollenafgoden vernietigen en Ik roei hun nutteloze afgoden uit vanaf NofNof = toonbaarheid. En een vorst uit het land EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) zal er niet meer zijn. En Ik zal vrees geven in het land van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn).
14 En Ik zal PatrosPatros = zuidelijke streek troosteloos maken en Ik breng vuur in SoanSoan = plaats van vertrek en Ik doe oordelen in NoNo = splitsing.
15 En Ik zal Mijn woede uitgieten over SinSin = modder, moeras, het bolwerk van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn), en Ik snij de overvloed af van NoNo = splitsing.
16 En Ik zal vuur geven in EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn). SinSin = struik zal barensweeŽn hebben en NoNo = splitsing zal opengereten worden en NofNof = schone verblijfplaats zal overdag benauwdheden hebben.
17 En de uitgekozen jongemannen van AwenAwen = bedrog, zonde en Pi-BesethPi-Beseth = huis van de kat zullen vallen door het zwaard en zij zullen in krijgsgevangenschap gaan.
18 En in TachpanchesTachpanches = hoofd van het land zal de dag donker worden, wanneer Ik daar de jukbalken van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) verbreek. En in haar wordt de trots van haar sterkte uitgeroeid. Een wolk zal haar bedekken en haar dochters zullen in krijgsgevangenschap gaan.
19 En Ik zal oordelen doen in EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) en zij zullen weten dat Ik JAHWEH ben.
20 En het was in het elfde jaar, in de eerste maand, in de zevende van de maand, dat het woord van JAHWEH tot mij kwam, zeggend:
21 Zoon van de mens, Ik brak de arm van FaraoFarao = het grote huis, koning van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn), en aanschouw, hij wordt niet verbonden om genezing te geven door een zwachtel te plaatsen, om hem te versterken en het zwaard vast te grijpen.
22 Daarom, zo zegt mijn Heer JAHWEH, aanschouw, Ik ben tegen FaraoFarao = het grote huis, koning van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) en Ik zal zijn armen breken, de standvastige en die gebroken is, en Ik zal het zwaard uit zijn hand doen vallen.
23 En Ik zal de Egyptenaren onder de naties verstrooien en Ik zal hen weggooien in de landen.
24 En Ik zal de armen van de koning van BabelBabel = wirwar standvastig maken en Ik geef Mijn zwaard in zijn hand en Ik zal de armen van FaraoFarao = het grote huis breken en hij kreunt met het gekreun van een dodelijk gewonde, voor zijn aangezicht.
25 En Ik zal de armen van de koning van BabelBabel = wirwar standvastig maken en de armen van FaraoFarao = het grote huis zullen vallen. En zij zullen weten dat Ik JAHWEH ben, wanneer Ik Mijn zwaard geef in de hand van de koning van BabelBabel = wirwar en hij haar uitstrekt naar het land van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn).
26 En Ik zal de EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch) het zwarte land (tov. de witte woestijn) verstrooien onder de naties en Ik gooi hen weg in de landen. En zij zullen weten dat Ik JAHWEH ben.




Terug naar de indexpagina
Naar EzechiŽl 31
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.