Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Ezechiël
Het boek Ezechiël is waarschijnlijk geschreven
tussen 593 en 565 voor Christus,
tijdens de Babylonische ballingschap van de Joden.

Hoofdstuk 41

   
(Ga met de muis op een versverwijzing staan, dan ziet u de tekst,
of op een groene naam dan ziet u de betekenis)


1 En hij bracht mij naar de tempel en hij mat de pilaren: zes ellen in breedte van hier en zes ellen in breedte van daar was de breedte van de tent.
2 En de breedte van het portaal was tien ellen en de flanken van het portaal waren vijf ellen van hier en vijf ellen van daar. En hij mat zijn lengte: veertig ellen, en de breedte was twintig ellen.
3 En hij kwam binnen en hij mat de pilaar van het portaal: twee ellen, en het portaal: zes ellen, en de breedte van het portaal: zeven ellen.
4 En hij mat zijn lengte: twintig ellen, en de breedte: twintig ellen, tot aan het aangezicht van de tempel. En hij zei tot mij: Dit is de heiligheid van de heiligheden.
5 En hij mat de zijmuur van het huis: zes ellen, en de breedte van het hoekgewelf: vier ellen, rondom, rondom het huis, rondom.
6 En de hoekgewelven zijn hoekgewelf na hoekgewelf, drie niveaus en dertig keer; en zij kwamen in de zijmuur, die van het huis voor de hoekgewelven, rondom, rondom, om houders te zijn, want zij zijn geen houders in de zijmuur van het huis.
7 En ze is wijd en ze is omringd, naar boven, naar boven, naar de hoekgewelven, want het is een omringend bouwwerk van het huis naar boven, naar boven, rondom, rondom het huis. Daarom is de breedte van het huis naar boven en zo gaat het onderste niveau op tot het bovenste via het middelste.
8 En ik zag dat het huis een verhevenheid had, rondom, rondom; de fundamenten van de hoekgewelven hadden de volheid van een riet: zes armlengte ellen.
9 De breedte van de zijmuur, die van het hoekgewelf, naar buiten, was vijf ellen; en de ruimte die open gelaten was, is het huis van de hoekgewelven van het huis.
10 En tussen de vertrekken was een breedte van twintig ellen, rondom het huis, rondom, rondom.
11 En het portaal van het hoekgewelf was naar de open gelaten ruimte, é é n portaal voor de weg van het noorden en é é n portaal naar het zuiden. En de breedte van de plaats van de open gelaten ruimte was vijf ellen, rondom, rondom.
12 En het bouwwerk dat voor het aangezicht van het afgescheiden gebied is aan de zijkant van de weg van het westen, had een breedte van zeventig ellen; en de zijmuur van het bouwwerk was vijf ellen breed, rondom, rondom, en zijn lengte was negentig ellen.
13 En hij mat het huis, honderd ellen in lengte. En het afgescheiden gebied en het gebouw en haar zijmuren hadden een lengte van honderd ellen.
14 En de breedte van de voorzijde van het huis en het afgescheiden gebied naar het oosten was honderd ellen.
15 En hij mat de lengte van het bouwwerk tot aan het aangezicht van het afgescheiden gebied, dat aan haar achterkant is, en haar richelwerken, van hier en van daar: honderd ellen. En de binnenste tempel en de gewelfde voorhallen van de hof,
16 de drempels en de taps toelopende ramen en de richelwerken rondom, die drie, aan de voorkant van de drempel, een lambrizering van hout, rondom, rondom, en de aarde tot aan de ramen en de bedekte ramen.
17 Wat boven het portaal was en tot aan het binnenste huis en tot buiten en tot heel de zijmuur, rondom, rondom, aan de binnenzijde en aan de buitenzijde, was een afgemeten patroon.
18 En het was gemaakt met cherubs en palmbomen en een palmboom is tussen cherub en cherub. En de cherub had twee aangezichten.
19 En het aangezicht van een mens is naar de palmboom, van hier, en het aangezicht van een beschutte leeuw is naar de palmboom, van daar, gemaakt voor heel het huis, rondom, rondom.
20 Vanaf de aarde tot boven het portaal waren de cherubs en de palmbomen gemaakt en op de zijmuur van de tempel.
21 De deurpost van de tempel was rechthoekig en de verschijning van het aangezicht van de heilige plaats was als de verschijning
22 van het houten altaar, drie ellen hoog en twee ellen was zijn lengte. En zijn uitgehakte hoeken en zijn lengte en zijn zijmuren waren van hout. En hij sprak tot mij: Dit is de tafel die voor het aangezicht van JAHWEH staat.
23 En de tempel had twee deuren, net als de heilige plaats.
24 En de twee deuren waren dubbele deuren, twee ronddraaiende deuren; twee voor de ene deur en twee deuren voor de andere.
25 En op hen, op de deuren van de tempel, waren cherubs en palmbomen gemaakt, zoals die op de zijmuren werden gemaakt. En dikke betimmering van hout was aan de voorzijde van de gewelfde voorhal, aan de buitenzijde.
26 En er waren taps toelopende ramen en palmbomen, van hier en van daar, tot aan de flanken van de gewelfde voorhal en de hoekgewelven van het huis en de dikke betimmering.

Terug naar de indexpagina
Naar Ezechiël 42
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.