Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Jozua
Hoofdstuk 22

   
(Ga met de muis op een naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de betekenis of tekst)

1 Dan roept JozuaJozua = JAH is redder of JAH redt tot de RubenRuben = ziet, een zoonieten en tot de GadGad = gelukiet en tot de helft van het stamhuis van ManasseManasse = die doet vergeten,
2 en hij zegt tot hen: "Jullie namen alles in acht wat MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen, dienaar van JAHWEH, jullie als instructie geeft en jullie luisterden naar mijn stem, naar alles wat ik jullie als instructie gaf. 12 En tot de Rubeniet en tot de Gadiet en tot de helft van de stam van Manasse sprak Jozua, zeggend:
13 Denk aan het woord dat Mozes, dienaar van JAHWEH, aan jullie opdroeg, zeggend: JAHWEH, jullie Elohim, geeft jullie rust en Hij geeft jullie dit land.
14 Jullie vrouwen, jullie peuter en jullie vee zullen verblijven in het land dat Mozes jullie gaf aan de overzijde van de Jordaan. En jullie, jullie zullen oversteken, die met vijftig zijn, voor het aangezicht van jullie broers, alle machtige mannen, de dapperen, en jullie helpen hen,
15 totdat JAHWEH rust zal geven aan jullie broeders, net als aan jullie, en zij bezitten, ook zij, het land dat JAHWEH, jullie Elohim, aan hen geeft. En jullie keren terug naar het land van jullie bezit en jullie bezitten datgene wat Mozes, dienaar van JAHWEH, aan jullie gaf aan de overzijde van de Jordaan, het opkomen van de zon. (SW)
[Joz. 1:12-15]

3 Jullie verlieten jullie broeders niet, deze vele dagen tot aan deze dag, en jullie onderhielden de opdracht, de instructie van JAHWEH, jullie Elohim.
4 En nu gaf JAHWEH rust aan jullie broeders, zoals Hij tot hen sprak. En nu, wendt je om en gaat voor julliezelf naar jullie tenten, naar het land van jullie grondbezit, dat MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen, dienaar van JAHWEH, aan jullie gaf, aan de overkant van de JordaanJordaan = de afdalende. Want indien Jozua hen deed stoppen*, sprak Hij nooit van een andere na deze dagen (SW)[Hebr. 4:8]
5 Maar neem uitermate de instructie in acht en de wet te doen, die MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen, dienaar van JAHWEH, jullie als instructie gaf, om JAHWEH, jullie Elohim, lief te hebben en te gaan in al Zijn wegen en om Zijn instructies in acht te nemen en om Hem aan te kleven en Hem met heel jullie hart en met heel jullie ziel te dienen."
6 En JozuaJozua = JAH is redder of JAH redt zegent hen en hij zendt hen heen; en zij gaan naar hun tenten.
7 En aan de helft van de stam van ManasseManasse = die doet vergeten gaf MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen een lotdeel in de BasanBasan = effen terrein, zonder stenen, en aan zijn andere helft gaf JozuaJozua = JAH is redder of JAH redt, met hun broeders aan de overkant van de JordaanJordaan = de afdalende, naar het westen; en bovendien, toen JozuaJozua = JAH is redder of JAH redt hen heen zond naar hun tenten, zegende hij hen.
8 En hij zegt tot hen, zeggend: "Keert met vele middelen terug naar jullie tenten, en met uitermate veel vee, met zilver en met goud en met koper en met ijzer en met uitermate veel gewaden; deelt de buit van jullie vijanden op met jullie broeders."
9 En zij keren terug. En de zonen van RubenRuben = ziet, een zoon en de zonen van GadGad = geluk en de helft van de stam van ManasseManasse = die doet vergeten gaan weg van de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God, vanaf SiloSilo = rust (-plaats)?, dat in het land van KanaänKanaän = purper of purperland is, om te gaan naar het land van GileadGilead = oneffen terrein of steenhoop der getuigenis, naar het land van hun grondbezit, dat zij in haar bezaten op bevel van JAHWEH, door de hand van MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen.
10 En zij komen bij de omstreken van de JordaanJordaan = de afdalende, die in het land van KanaänKanaän = purper of purperland zijn; en zonen van RubenRuben = ziet, een zoon en zonen van GadGad = geluk en de helft van de stam van ManasseManasse = die doet vergeten, bouwen daar een altaar bij de JordaanJordaan = de afdalende, een groot altaar in aanzien.
11 En de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God horen het en zeggen: "Aanschouw! De zonen van RubenRuben = ziet, een zoon en de zonen van GadGad = geluk en de helft van de stam van ManasseManasse = die doet vergeten bouwden het altaar aan de voorkant van het land van KanaänKanaän = purper of purperland, in de omstreken van de JordaanJordaan = de afdalende, aan de overkant van de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God."
12 En de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God hoorden het en heel de vergadering van de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God komt samen bij SiloSilo = rust (-plaats)?, om tegen hen op te gaan met het leger.
13 En de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God zenden naar de zonen van RubenRuben = ziet, een zoon en naar de zonen van GadGad = geluk en naar de helft van de stam van ManasseManasse = die doet vergeten, naar het land van GileadGilead = oneffen terrein of steenhoop der getuigenis, PinechasPinechas = mond van brons, zoon van EleazarEleazar = God is hulp, de priester,
14 en tien vorsten waren met hem; é é n vorst, é é n vorst per huis van een vader, voor alle stamhuizen van IsraëlIsraël = strijder van God, en elk is hoofd van het huis van hun vaders, voor de duizenden van IsraëlIsraël = strijder van God.
15 En zij komen bij de zonen van RubenRuben = ziet, een zoon, en bij de zonen van GadGad = geluk en bij de helft van de stam van ManasseManasse = die doet vergeten, naar het land van GileadGilead = oneffen terrein of steenhoop der getuigenis, en zij spreken met hen, zeggend:
16 "Zo zei heel de vergadering van JAHWEH: Wat is deze krenking die jullie krenkten tegen de Elohim van IsraëlIsraël = strijder van God, vandaag terugkerend van achter JAHWEH, om voor julliezelf een altaar te bouwen, en jullie vandaag tegen JAHWEH in opstand komen? 4 Jullie zullen zo niet doen met JAHWEH, jullie Elohim,
5 maar veeleer met de plaats die JAHWEH, jullie Elohim, zal kiezen van al jullie stammen, om daar de plaats te zijn voor Zijn naam. Naar Zijn tabernakel zullen jullie vragen en daar zullen jullie komen.
6 En jullie zullen daar jullie opstijgoffers brengen en jullie offers en jullie tienden en de hefoffers van jullie hand en jullie belofte aanbiedingen en jullie vrijwillige offers en de eerstelingen van jullie grootvee en van jullie schaapskudde. (SW)
[Deut. 12:4-6]

17 Is de verdorvenheid van PeorPeor = spreiden voor ons iets kleins, waarvan wij ons tot aan deze dag niet reinigden, en de plaag is in de vergadering van JAHWEH? 5 En Mozes zegt tot die Israël oordelen: Iedere man doodt zijn stervelingen, die welke gekoppeld zijn aan Baäl-Peor.
6 En zie!, een man uit de zonen van Israël komt en hij brengt een Midianitische vrouw bij zijn broeders, voor de ogen van Mozes en voor de ogen van heel de vergadering van de zonen van Israël. En zij zijn het die weeklagen bij de ingang van de tent van de afspraak.
7 En Pinehas, zoon van Eleazar, zoon van Aäron, de priester, ziet het. En hij staat op uit het midden van de vergadering en hij neemt een lans in zijn hand.
8 En hij gaat de man van Israël achterna naar de alkoof en hij stak hen beiden, de man van Israël en de vrouw, in haar bekken. En de slag tegen de zonen van Israël wordt bedwongen.
9 En die dood gingen in de slag waren vierentwintigduizend. (SW)
[Num. 25:5-9]

18 En jullie, jullie keren vandaag terug van achter JAHWEH? En het is zo dat jullie, jullie vandaag in opstand komen tegen JAHWEH en morgen zal Hij driftig zijn tegen heel de vergadering van IsraëlIsraël = strijder van God!
19 En ja, indien het land van jullie grondbezit onrein is, steekt dan voor jezelf over naar het land van het grondbezit van JAHWEH, waar de verblijfplaats van JAHWEH verblijft, en hebt daar grondbezit temidden van ons. Maar het moet niet zo zijn dat jullie in opstand komen tegen JAHWEH en het moet niet zo zijn dat jullie in opstand komen door het voor julliezelf bouwen van een altaar, afgezien van het altaar van JAHWEH, onze Elohim.
20 Krenkte AchanAchan = ongeluk, zoon van ZerachZerach = lichtstraal niet een krenking tegen het gedoemde en tegen heel de vergadering van IsraëlIsraël = strijder van God kwam driftigheid! En hij was niet de enige die stierf in zijn verdorvenheid!"
21 En de zonen van RubenRuben = ziet, een zoon en de zonen van GadGad = geluk en de helft van de stam van ManasseManasse = die doet vergeten antwoorden en zij spreken met de hoofden van de duizenden van IsraëlIsraël = strijder van God.
22 "De El van de elohim, JAHWEH, de El van de elohim, JAHWEH, Hij weet het en IsraëlIsraël = strijder van God zal het weten indien wij in opstand handelen en indien het in krenking tegen JAHWEH is. Het moet niet zo zijn dat jullie ons deze dag redden,
23 omdat wij voor onszelf een altaar bouwen, wegkerend van achter JAHWEH en indien het is om daarop een opstijgoffer en een erkenningsoffer te doen opgaan en indien wij daarop slachtoffers van vredeoffers brengen, JAHWEH, Hij, Hij zal het zoeken.
24 En indien niet, deden wij dit vanuit ongerustheid over deze zaak, zeggend: Morgen zeggen jullie zonen tot onze zonen, zeggend: Wat is er met jullie en met JAHWEH, Elohim van IsraëlIsraël = strijder van God?
25 En JAHWEH gaf een grens tussen ons, zonen van RubenRuben = ziet, een zoon en zonen van GadGad = geluk, en tussen jullie: de JordaanJordaan = de afdalende. Jullie hebben geen portie in JAHWEH, en jullie zonen doen onze zonen ophouden, zodat zij JAHWEH niet vrezen.
26 En wij zeggen: Alstublieft, laat ons voor ons het altaar bouwen, niet tot opstijgoffer en niet tot slachtoffer,
27 want het is een getuigenis tussen ons en tussen jullie en tussen onze generaties na ons, om de dienst te dienen van JAHWEH, voor Zijn aangezicht, bij onze opstijgoffers en bij onze slachtoffers en bij onze vredeoffers, en jullie zonen zullen morgen niet tot onze zonen zeggen: Er is voor jullie geen portie in JAHWEH.
28 En wij zeggen: En het gebeurt wanneer zij morgen tot ons en tot onze generaties zeggen en dat wij zeggen: Ziet het model van het altaar van JAHWEH dat onze vaders maakten, niet voor opstijgoffers en niet voor slachtoffers, want het is een getuigenis tussen ons en tussen jullie.
29 Het zij verre van ons om in opstand te komen tegen JAHWEH, om vandaag terug te keren van achter JAHWEH, om een altaar te bouwen voor een opstijgoffer, voor een erkenningsoffer en voor een slachtoffer, afgezien van het altaar van JAHWEH, onze Elohim, dat is voor het aangezicht van Zijn verblijfplaats is."
30 En PinechasPinechas = mond van brons, de priester, en de vorsten van de vergadering en de hoofden van de duizenden van IsraëlIsraël = strijder van God, die met hem zijn, hoorden de woorden die de zonen van RubenRuben = ziet, een zoon en de zonen van GadGad = geluk en de zonen van ManasseManasse = die doet vergeten spraken, en het is goed in hun ogen.
31 En PinechasPinechas = mond van brons, zoon van EleazarEleazar = God is hulp, de priester, zegt tot de zonen van RubenRuben = ziet, een zoon en tot de zonen van GadGad = geluk en tot de zonen van ManasseManasse = die doet vergeten: "Vandaag weten wij dat JAHWEH in ons midden is, omdat jullie niet deze krenking tegen JAHWEH krenkten; toen redden jullie de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God uit de hand van JAHWEH."
32 En PinechasPinechas = mond van brons, zoon van EleazarEleazar = God is hulp, de priester, en de vorsten keren terug van de zonen van RubenRuben = ziet, een zoon en van de zonen van GadGad = geluk, vanaf het land van GileadGilead = oneffen terrein of steenhoop der getuigenis, naar het land van KanaänKanaän = purper of purperland, naar de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God en zij brengen hen het woord.
33 En het woord is goed in de ogen van de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God; en de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God zegenen Elohim. En zij zeiden niet tegen hen op te gaan met het leger om het land te ruïneren waarin de zonen van RubenRuben = ziet, een zoon en de zonen van GadGad = geluk woonden.
34 En de zonen van RubenRuben = ziet, een zoon en de zonen van GadGad = geluk roepen tot het altaar, want "het is een getuigenis onder ons dat JAHWEH de Elohim is".

Terug naar de indexpagina
Naar Jozua 23
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.