Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
Numeri
Hoofdstuk 1

   
(Ga met de muis op een naam of tekstverwijzing staan, dan ziet u de betekenis of tekst)

DE STRUCTUUR VAN HET BOEK NUMERI
1:1-4:49.   Telling en orde - kamp en dienstbetoon.
5:1-9:23.     Wetten en gebeurtenissen.
10:1-36.   Reizen en orde - mars.
11:1-25:18.     Gebeurtenissen en wetten.
26:1-27:11.   Telling en orde - erfenis.
27:12-31:54.      Gebeurtenissen en wettten.
32:1-36:12.   Reizen en orde - verdeling van land.
36:13.   Epiloog.


1 En JAHWEH spreekt tot MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen in de wildernis van de SinaïSinaï = doornachtig in de tent van de afspraak, in de eerste dag van de tweede maand, in het tweede jaar van hun uitgaan uit het land van EgypteEgypte = (egyptisch) huis van (de god) Ptah - (koptisch)het zwarte land (tov. de witte woestijn), zeggend:
2 "Verkrijgt de som van heel de vergadering van de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God: naar hun families, naar het huis van hun vaders, naar het aantal van namen, elke mannelijke naar hun schedels,
3 vanaf een zoon van twintig jaren en daarboven, een elke die uitgaat met het leger in IsraëlIsraël = strijder van God. Jullie monsteren hen naar hun legers, jij en AäronAäron = lichtbrenger .
4 En met jullie zal er een man per stamhuis zijn, het hoofd van zijn vader's huis.
5 En deze zijn de namen van de mannen die met jullie staan: voor RubenRuben = ziet, zoon ElisurElisur = mijn God is een rots, de zoon van Sedeü rSedeü r = Shaddai (de Al afdoende) is licht;
6 voor SimeonSimeon = gehoord (heeft JAH) SelumiëlSelumiël = mijn vrede is God, zoon van SurisaddaiSurisaddai = een rots is de Almachtige;
7 voor JudaJuda = lof NachsonNachson = tovenaar, zoon van AmminadabAmminadab = mijn oom (=beschermer = God) is gul;
8 voor IssacharIssachar = iets met "loon" NetanelNetanel = gegeven heeft God, zoon van SuarSuar = klein;
9 voor ZebulonZebulon = woning EliabEliab = mijn God is Vader, zoon van ChelonChelon = sterk;
10 voor de zonen van JozefJozef = Hij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind): voor EfraïmEfraïm = dubbel vruchtbaar ElisamaElisama = God heeft gehoord, zoon van AmmihudAmmihud = mijn oom (=beschermer) is krachtvol; voor ManasseManasse = die doet vergeten GamliëlGamliël = mijn loon is God, zoon van PedasurPedasur = de rots (=God) bevrijdt;
11 voor BenjaminBenjamin = zoon van de rechterzijde - gelukskind AbidanAbidan = mijn vader is rechter, zoon van GidoniGidoni = boomhakker;
12 voor DanDan = rechter AchiëzerAchiëzer = mijn broeder is hulp, zoon van AmmisaddaiAmmisaddai = mijn oom (=beschermer = God) is Saddai (de Afdoende);
13 voor AserAser = geluk (wensen) PagiëlPagiël = mijn lot is God, zoon van OkranOkran = bedroefd;
14 voor Gad Gad = gelukEljasaf Eljasaf = God heeft toegevoegd, zoon van Deü el Deü el = vriend van God;
15 voor Naftali Naftali = ik heb gestreden Achira Achira = mijn broeder is slecht, zoon van EnanEnan = bron.
16 Dezen zijn de geroepenen van de vergadering, vorsten van de stamhuizen van hun vaders; zij zijn hoofden van duizenden van IsraëlIsraël = strijder van God."
17 En MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen en AäronAäron = lichtbrenger nemen deze mannen die door hun namen gespecificeerd worden,
18 en heel de vergadering doen zij samenkomen in de eerste dag van de tweede maand, en zij registreren zichzelf naar de genealogieën, naar hun families, naar het huis van hun vaders, naar het getal van namen vanaf een zoon van twintig jaren en daarboven, naar hun schedels,
19 zoals JAHWEH MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen instructie gaf. En hij monstert hen in de wildernis van de SinaïSinaï = doornachtig.
20 En zij zijn: de zonen van RubenRuben = ziet, een zoon, de eerstgeborene van IsraëlIsraël = strijder van God, naar hun genealogische registraties, naar hun families, naar het huis van hun vaders, naar het getal van namen, naar hun schedels, elke mannelijke vanaf een zoon van twintig jaren en daarboven, elk die uitgaat met het leger,
21 die van hen gemonsterd zijn voor het stamhuis van RubenRuben = ziet, een zoon: zes en veertig duizend en vijfhonderd.
22 Van de zonen van SimeonSimeon = gehoord (heeft JAH), naar hun genealogische registraties, naar hun families, naar het huis van hun vaders, die van hem gemonsterd waren, naar het getal van namen, naar hun schedels, elke mannelijke vanaf een zoon van twintig jaren en daarboven, elk van die uitgaat met het leger,
23 die van hen gemonsterd zijn voor het stamhuis van SimeonSimeon = gehoord (heeft JAH): negen en vijftig duizend en driehonderd.
24 Voor de zonen van GadGad = geluk, naar hun genealogische registraties, naar hun families, naar het huis van hun vaders, naar het getal van namen vanaf een zoon van twintig jaren en daarboven, elk die uitgaat met het leger,
25 die van hen gemonsterd zijn voor het stamhuis van GadGad = geluk: vijf en veertig duizend en zes honderd en vijftig.
26 Voor de zonen van JudaJuda = lof, naar hun genealogische registraties, naar hun families, naar het huis van hun vaders, naar het getal van namen vanaf een zoon van twintig jaren en daarboven, elk die uitgaat met het leger,
27 die van hen gemonsterd zijn voor het stamhuis van JudaJuda = lof: vier en zeventig duizend en zes honderd.
28 Voor de zonen van IssacharIssachar = iets met "loon", naar hun genealogische registraties, naar hun families, naar het huis van hun vaders, naar het getal van namen vanaf een zoon van twintig jaren en daarboven, elk die uitgaat met het leger,
29 die van hen gemonsterd zijn voor het stamhuis van IssacharIssachar = iets met "loon": vier en vijftig duizend en vier honderd.
30 Voor de zonen van ZebulonZebulon = woning, naar hun genealogische registraties, naar hun families, naar het huis van hun vaders, naar het getal van namen vanaf een zoon van twintig jaren en daarboven, elk die uitgaat met het leger,
31 die van hen gemonsterd zijn voor het stamhuis van ZebulonZebulon = woning: zeven en vijftig duizend en vier honderd.
32 Voor de zonen van JozefJozef = Hij (God) vermeerdere (het aantal kinderen na dit kind): voor de zonen van EfraïmEfraïm = dubbel vruchtbaar naar hun genealogische registraties, naar hun families, naar het huis van hun vaders, naar het getal van namen vanaf een zoon van twintig jaren en daarboven, elk die uitgaat met het leger,
33 die van hen gemonsterd zijn van het stamhuis van EfraïmEfraïm = dubbel vruchtbaar: veertig duizend en vijf honderd;
34 voor de zonen van ManasseManasse = die doet vergeten, naar hun genealogische registraties, naar hun families, naar het huis van hun vaders, naar het getal van namen vanaf een zoon van twintig jaren en daarboven, elk die uitgaat met het leger,
35 die van hen gemonsterd zijn van het stamhuis van ManasseManasse = die doet vergeten: twee en dertig duizend en twee honderd.
36 Voor de zonen van BenjaminBenjamin = zoon van de rechterzijde - gelukskind naar hun genealogische registraties, naar hun families, naar het huis van hun vaders, naar het getal van namen vanaf een zoon van twintig jaren en daarboven, elk die uitgaat met het leger,
37 die van hen gemonsterd zijn van het stamhuis van BenjaminBenjamin = zoon van de rechterzijde - gelukskind: vijf en dertig duizend en vier honderd.
38 Voor de zonen van DanDan = rechter naar hun genealogische registraties, naar hun families, naar het huis van hun vaders, naar het getal van namen vanaf een zoon van twintig jaren en daarboven, elk die uitgaat met het leger,
39 die van hen gemonsterd zijn van het stamhuis van DanDan = rechter: twee en zestig duizend en zeven honderd.
40 Voor de zonen van AserAser = geluk (wensen) naar hun genealogische registraties, naar hun families, naar het huis van hun vaders, naar het getal van namen vanaf een zoon van twintig jaren en daarboven, elk die uitgaat met het leger,
41 die van hen gemonsterd zijn van het stamhuis van AserAser = geluk (wensen): é é n en veertig duizend en vijf honderd.
42 Voor de zonen van Naftali Naftali = ik heb gestreden naar hun genealogische registraties, naar hun families, naar het huis van hun vaders, naar het getal van namen van een zoon van twintig jaren en daarboven, elk die uitgaat met het leger,
43 voor hen die gemonsterd zijn van het stamhuis van Naftali Naftali = ik heb gestreden: drie en vijftig duizend en vier honderd.
44 Dezen zijn het die gemonsterd werden, die MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen en AäronAäron = lichtbrenger en de vorsten van IsraëlIsraël = strijder van God monsterden, de twaalf mannen. Zij waren é é n man per huis van zijn vader.
45 En zij zijn allen zonen van IsraëlIsraël = strijder van God die gemonsterd waren naar het huis van hun vaders, vanaf een zoon van twintig jaren en daarboven, elk die uitgaat met het leger in IsraëlIsraël = strijder van God,
46 en allen die gemonsterd waren, werden: zes honderd en drie duizend en vijf honderd en vijftig.
47 En de LeviLevi = aanhankelijk, aanhangereten van het stamhuis van hun vaders, monsterden zich niet in hun midden,
48 want JAHWEH sprak tot MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen, zeggend:
49 "Echter het stamhuis van LeviLevi = aanhankelijk, aanhanger monster jij niet en hun som verkrijg jij niet in het midden van de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God.
50 En jij geeft de LeviLevi = aanhankelijk, aanhangereten de supervisie over de verblijfplaats van het getuigenis en over al zijn voorwerpen en over al wat er toe behoort. Zij, zij dragen de verblijfplaats en al zijn voorwerpen en zij, zij verrichten zijn dienst en zij legeren zich rondom de verblijfplaats.
51 En wanneer de verblijfplaats moet reizen halen de LeviLevi = aanhankelijk, aanhangereten hem neer, en wanneer de verblijfplaats zal legeren zullen de LeviLevi = aanhankelijk, aanhangereten hem oprichten. En de buitenstaander die nabij komt zal ter dood gebracht worden.
52 En de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God legeren zich, een ieder naar zijn legerkamp en een ieder naar zijn vaandel, naar hun legers.
53 En de LeviLevi = aanhankelijk, aanhangereten legeren zich rondom de verblijfplaats van het getuigenis legeren, opdat er geen driftigheid over de vergadering van de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God zal komen. En de LeviLevi = aanhankelijk, aanhangereten houden de wacht over de verblijfplaats van het getuigenis."
54 En de zonen van IsraëlIsraël = strijder van God doen zoals alles JAHWEH aan MozesMozes = doen vergeten - getrokken - uit het water halen instructie gaf; zo deden zij.

Terug naar de indexpagina
Naar Numeri 2
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.