Dit is een eigen SchriftWoord vertaling van
De brief van Paulus aan de
Romeinen
Hoofdstuk 3

   
(klik op de oranje cijfers voor het uitgebreide commentaar op dat vers)
(Ga met de muis op een groene naam staan, dan ziet u de betekenis.
Ga met de muis op een tekstverwijzing staan, dan ziet u de tekst.
Klik op "Commentaar" en u krijgt een stukje tekst dat slaat op dit vers)

1 Wat dan is °het bovenmatige van de Jood, of wat de baat van de besnijdenis? [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

1

Het lijkt er, vanuit het voorgaande betoog, bijna op dat de voordelen die door de Joden werden genoten hen geen echt voordeel brachten. Maar dit schijnt alleen waar te zijn voor hen die niet geloofden en de voordelen misbruikten die aan hen toegewezen waren. Zij onder hen die geloofden ontvingen niet te tellen voordeel, zoals hun vader Abrahamvader van vele volken.


2 Veel, op elke wijze. Want inderdaad eerst dat hen de gezegden van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker werden toevertrouwd*. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

2

De grootste schat in heel de wereld was eens het exclusieve bezit van de Joden. Aan hen werden de woorden van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker toevertrouwd. Vandaag is aan ons, die in die dag geen onthulling van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker hadden, diezelfde schat toevertrouwd, maar met juwelen die oneindig meer kostbaar zijn dan die welke ooit in hun zorg waren. Deze brief is er een van. Hebben we iets van een echt begrip van onze verantwoordelijkheid? Hebben we deze schatten onderzocht en genoten in een mate die zij verdienen? Moge Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker geven dat de huidige poging om deze schatkamer voor al Zijn heiligen te openen, van de hoogste tot de nederigste, zal leiden tot een grotere waardering van de oneindige waarde van deze heilige deposito.


3 Want wat indien sommigen niet geloven*? Hun ongeloof zal toch niet het geloof van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker buiten werking stellen?
4 Moge het niet gebeuren! Maar laat het worden: °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker waar, elk mens echter leugenaar, net als het is geschreven: "Opdat U ook maar gerechtvaardigd zal worden in Uw woorden en U zal overwinnen in het U geoordeeld worden". 7 Want wat groot volk is er, hetwelk de goden zo nabij zijn als de HEERE, onze God, zo dikwijls als wij Hem aanroepen?8 En wat groot volk is er, dat zo rechtvaardige inzettingen en rechten heeft, als deze ganse wet is, die ik heden voor uw aangezicht geef? (SV)[Deut. 4:7,8] - Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen. (SV)[2Tim. 2:13] - Zie, Gij hebt lust tot waarheid in het binnenste, en in het verborgene maakt Gij mij wijsheid bekend. (SV)[Psalm 51:6]
5 Indien nu onze °onrechtvaardigheid Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers rechtvaardigheid aanbeveelt, wat zullen wij uitspreken? Toch niet dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, Die °boosheid opbrengt, onrechtvaardig is? Ik zeg dit overeenkomstig de mens. [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

5

Het pijnlijke contrast tussen het vreselijke falen van Zijn volk en Zijn heilige wet had een goed gevolg. Het vergrootte Zijn rechtvaardigheid. De vraagt rijst of, aangezien hun onrechtvaardigheid Zijn rechtvaardigheid aanbeveelt, Hij het recht heeft om er verontwaardigd over te zijn. Ja (zo willen wij toevoegen), als alle zonde een achtergrond is voor Zijn heerlijkheid, hoe kan Hij die dan veroordelen? Maar hoe kan er dan sowieso oordeel zijn? Dat Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker in staat is goed voort te brengen uit kwaad is geen excuus voor de opdracht van kwaad, en nog veel minder een aansporing om kwaad te doen.


6 Moge het niet gebeuren! Hoe zal °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker anders de wereld oordelen? Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden den rechtvaardige met den goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen? (SV)[Gen. 18:25]
7 Maar indien de waarheid van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker in mijn gelieg overvloedig is* tot Zijn °heerlijkheid, waarom word ook ik nog als zondaar geoordeeld?
8 En het is toch niet, zoals wij gelasterd worden en zoals sommigen met nadruk ons zeggen dat wij de kwade dingen zouden doen, opdat het goede zal komen - van wie het oordeel terecht is? Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde? (SV)[Rom. 6:1]
9 Wat dan? Zijn wij bevoorrecht? Geheel en al niet, want wij beschuldigen* tevoren allen, zowel Joden als Grieken, onder zonde te zijn*, want allen zondigden en hebben gebrek aan de heerlijkheid van God[Rom. 3:23] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

9

In het oordeel zullen geen bevoorrechte klassen zijn. Religieuze Joden en ook beschaafde Grieken zijn allen onder de zonde. Het bewijs hiervoor is voor de Joden te vinden in juist die woorden waarin zij roemen.


10 zoals het is geschreven: "Niet één is rechtvaardige, zelfs niet één." [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10-18

Het hele citaat is genomen uit de Septuagint van Psalm 14:2,3, behalve dat het begint met "JAHWEH staart uit de hemelen op de zonen van de mensheid om te zien of er iemand verstandig handelt, die Elohim zoekt."

[Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

10

Deze passages worden alle geciteerd ter ondersteuning van de aanklacht dat de Jood, gelijk aan hen van de andere naties, onderwerp is van het oordeel van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.


11 Niet één begrijpt het. Niet één is op zoek naar °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.
12 Allen vermijden* zij. Tegelijkertijd werden zij onbruikbaar*. Niemand doet vriendelijkheid; er is zelfs niet één! De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij verderven het, zij maken het gruwelijk met hun werk; er is niemand, die goed doet.2 De HEERE heeft uit den hemel nedergezien op de mensenkinderen, om te zien, of iemand verstandig ware, die God zocht. 3 Zij zijn allen afgeweken, te zamen zijn zij stinkende geworden; er is niemand, die goed doet, ook niet een. (SV)[{Psalm 14:1-3]
13 Hun °keel is een geopend graf. Met hun °tongen plegen* zij bedrog. Gif van adders is onder hun °lippen, Want in hun mond is niets rechts, hun binnenste is enkel verderving, hun keel is een open graf, met hun tong vleien zij. (SV)[Psalm 5:9] - Zij scherpen hun tong, als een slang; heet addervergift is onder hun lippen. Sela. (SV)[Psalm 140:3]
14 van wie de mond boordevol is van verwensing en van bitterheid. Zijn mond is vol van vloek, en bedriegerijen, en list; onder zijn tong is moeite en ongerechtigheid. (SV)[Psalm 10:7]
15 Scherp zijn hun °voeten om bloed te vergieten*.
16 "Verbrijzeling en diep ongeluk zijn op hun wegen,
17 en de weg van vrede kennen* zij niet." Hun voeten lopen tot het kwade, en zij haasten om onschuldig bloed te vergieten; hun gedachten zijn gedachten der ongerechtigheid, verstoring en verbreking is op hun banen.8 Den weg des vredes kennen zij niet; en er is geen recht in hun gangen; hun paden maken zij verkeerd voor zich zelven, al wie daarop gaat, die kent den vrede niet. (SV)[Jes. 59:7,8]
18 De vrees voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker is niet tegenover hun °ogen. De overtreding des goddelozen spreekt in het binnenste van mijn hart: Er is geen vreze Gods voor zijn ogen. (SV)[Psalm 36:2]
19 Wij hebben echter waargenomen dat zoveel als de wet ook zegt tot hen onder de wet, hij spreekt opdat elke mond versperd zal worden en de hele wereld onder de rechtspraak voor įGodgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker zal komen, [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

19

De passages uit de Psalmen kunnen door de Joden omgekeerd worden om te passen bij de naties. Maar de apostel staat er terecht op dat wat in de wet is geschreven, bindend is voor hen die onder de wet zijn. Na eerder de niet-Jood het zwijgen te hebben opgelegd, en nu met succes de Jood in dezelfde toestand te hebben ingesloten, komt Pauluspauze, tussentijd - latijn: de kleine aan bij de grote conclusie van dit deel van de brief, namelijk dat de hele wereld onderworpen is aan het rechtvaardig oordeel van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker.


20 omdat namelijk vanuit werken van wet in het geheel geen vlees gerechtvaardigd zal worden in Zijn °zicht, want door wet is het besef van zonde. En ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn. (SV)[Psalm 143:2] - Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat zij verre. Ja, ik kende de zonde niet dan door de wet; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de wet niet zeide: Gij zult niet begeren. (SV)[Rom. 7:7]
21 Maar nu is, los van wet, rechtvaardigheid van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker openbaar gemaakt, getuigenis gegeven wordend onder de wet en de profeten, Dezen geven getuigenis al de profeten, dat een iegelijk, die in Hem gelooft, vergeving der zonden ontvangen zal door Zijn Naam. (SV)[Hand. 10:43] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

21

RECHTVAARDIGING

Het voorafgaande deel vond niemand rechtvaardig dan Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker alleen. Niemand is in staat geweest Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers standaard te bereiken door goed te doen of door de wet te houden. Hoe dan kunnen wij rechtvaardig worden voor Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker? Alleen door deelnemers te worden aan Zijn rechtvaardigheid!


22 rechtvaardigheid echter van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker door het geloof van JezusJAH redt ChristusGezalfde, tot in allen, en op allen die geloven, want er is geen onderscheid. Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden. (SV)[Gal. 2:16] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

22

Het kanaal waardoor wij deze rechtvaardigheid kunnen verkrijgen is het geloof van JezusJAH redt ChristusGezalfde. Hij alleen, van de hele mensheid, deed niet alleen goed en hield de wet, maar Hij geloofde Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, zelfs toen Hij Hem sloeg voor onze zonden. Het is uit Zijn geloof tot geloof (1:17).


23 Want allen zondigden en hebben tekort aan de heerlijkheid van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker,
24 om niet gerechtvaardigd wordend in Zijn °genade, door de verlossing die is in ChristusGezalfde JezusJAH redt, Want in genade door geloof, zijn jullie gered; en dat niet uit jullie, het is Gods naderingsgave[Efe. 2:8] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

24

Zij haatten Hem zonder oorzaak - om niet. Dat is de betekenis van dit kostbare woord. Rechtvaardiging op enige andere grond dan de gratis en niet-afgedwongen gunst van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker is onmogelijk, want niemand verdient het. Maar nu heeft ChristusGezalfde een verlossing uit alle oordeel bewerkt, die absoluut gratis is voor allen die geloven.


25 Die °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Zich voornam* als beschutplaats, door het geloof in Zijn °bloed, tot in aantoning van Zijn °rechtvaardigheid, vanwege het terzijde laten van de tevoren gebeurd zijnde zondige daden, In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade, (SV)[Efe. 1:7] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

25

Het belangrijke punt in deze passage, echter, is niet onze rechtvaardiging, maar die van Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker! Want het is Zijn rechtvaardiging die wij ontvangen. In IsraŽlstrijder van God had Hij voorzieningen getroffen voor verzoening, of een schuilplaats tegen zonden. Dit was in strikte zin niet juist, want de straf voor deze zonden stond nog steeds te wachten. Het antwoord hierop, en ook het antwoord op Zijn huidige werk, is te vinden in het bloed van ChristusGezalfde. Dat handelt onze zonden af, die van verleden, heden en toekomst. Dat rechtvaardigt Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikkers recht en maakt het voor Hem mogelijk de Rechtvaardiger te zijn van die van het geloof van JezusJAH redt zijn.


26 in de verdraagzaamheid van °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, naar toe de aantoning van Zijn °rechtvaardigheid in de huidige periode, tot in het Hem rechtvaardig zijn*, en degene rechtvaardigend die is vanuit het geloof van JezusJAH redt.
27 Waar dan is het beroemen? Het is uitgesloten*! Door wat voor wet? Van °werken? Nee! Maar door de wet van geloof. Opdat het zij, gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in den Heere. (SV)[1Kor. 1:31] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

27

Zoín verlossing, geheel op grond van genade, sluit alle roemen uit, tenzij het in ChristusGezalfde is en in Zijn Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker, Die onze Rechtvaardiger is geworden.


28 Want wij rekenen een mens gerechtvaardigd te worden door geloof, los van werken van wet. Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden. (SV)[Gal. 2:16]
29 Of is Hij alleen de Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker van Joden? Niet ook van natiŽn? Ja, ook van natiën, Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen. (SV)[Rom. 10:12]
30 wanneer namelijk °Godgrieks: Theos - Plaatser of Onderschikker Één is, Die de Besnijdenis zal rechtvaardigen vanuit geloof en de Voorhuid door het geloof. Hoor, IsraŽl! de HEERE, onze God, is een enig HEERE! (SV)[Deut. 6:4] - 11 En hij heeft het teken der besnijdenis ontvangen tot een zegel der rechtvaardigheid des geloofs, die hem in de voorhuid was toegerekend: opdat hij zou zijn een vader van allen, die geloven in de voorhuid zijnde, ten einde ook hun de rechtvaardigheid toegerekend worde; 12 En een vader der besnijdenis, dengenen namelijk, die niet alleen uit de besnijdenis zijn, maar die ook wandelen in de voetstappen des geloofs van onzen vader Abraham, hetwelk in de voorhuid was. (SV)[Rom. 4:11,12] [Commentaar]
Concordant Commentaar op het NT door A.E. Knoch

30

De Besnijdenis, die tevoren geloofd heeft en vergeving heeft ontvangen, ontvangt deze grotere beloning omwille van het geloof dat zij hebben. De Onbesnedenheid gebruikt geloof als kanaal bij het ontvangen er van.


31 Stellen wij dan de wet buiten werking door het geloof? Moge het niet gebeuren! Maar wij houden de wet staande. En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anderszins is de genade geen genade meer; en indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anderszins is het werk geen werk meer. (SV)[Rom. 11:6]


Terug naar de index.
Naar Romeinen 4.
   


© www.schriftwoord.nl
U mag deze tekst voor eigen gebruik en studie-doeleinden zonder toestemming vermenigvuldigen.
Citeren van deze tekst mag alleen met bronvermelding.
Vermenigvuldiging voor commercieel gebruik alleen met toestemming van de uitgever.